Foto Robin Utrecht

Leent er nog iemand een boek in de bieb?

Bibliotheek De bieb is verreweg de meest populaire culturele instelling van Rotterdam. Vorig jaar waren er 2,5 miljoen bezoekers, bijna 10 procent meer dat in 2017. Maar het ledental slinkt en er worden steeds minder boeken uitgeleend.

Om tien uur precies schuifelt de eerste lading bezoekers de sluis van de draaideur van de centrale bibliotheek in. De rij voor de deur neemt langzaam af. De vroege lezers azen op het fijnste studieplekje of op de krant. Eenmaal binnen verspreiden de tientallen mensen zich met de roltrappen over de zes verdiepingen.

Abraham Schop (86) heeft het AD opengeslagen op de bruinrode leestafel op de eerste verdieping. Het grijze leeslampje boven zijn hoofd schijnt op de bladzijde met het hoofdredactionele commentaar. Sinds hij met pensioen is, reist Schop vrijwel dagelijks met de metro vanuit Hoogvliet naar de Binnenrotte in het centrum van Rotterdam. Om de krant te lezen. „Of ik ga naar de vijfde etage. Daar staan de boeken over de Tweede Wereldoorlog”, zegt hij. „Ik ben geïnteresseerd in de finesses en theorieën daarover.” Het dagelijkse bezoek houdt Schop niet alleen mentaal actief. „Straks loop ik naar het Centraal Station. Daar neem ik de metro naar huis. Dat zorgt ervoor dat ik in beweging blijf.”

Gedwongen door bezuinigingen van de gemeente, besloot de Rotterdamse bibliotheek in 2010 het aantal vestigingen terug te brengen van 26 naar zes. Rotterdammers zouden, net als Schop, het er best voor over hebben om verder te reizen naar de dichtstbijzijnde bieb. Onderzoek sprak dat echter tegen. In 2016 besloot directeur Theo Kemperman (62) daarom de inkrimping terug te draaien. Op dat moment waren er nog 15 onderkomens over. Nu, 2,5 jaar later zijn het er weer 18. Dit jaar komen daar nog twee bij. Ook zijn verschillende vestigingen verhuisd, verplaatst en verbouwd.

ROTTERDAM - serie over de bibliotheek in rotterdam ROBIN UTRECHT
Foto Robin Utrecht
In de bibliotheek kan je schaken, studeren, trouwen, Nederlandse les krijgen, gamen, en natuurlijk ook boeken lezen en lenen.
Foto Robin Utrecht

Tegelijkertijd veranderde de rol van de bibliotheek. Werden in 2015 nog 2,4 miljoen boeken en cd’s uitgeleend, vorig jaar waren dat er 2 miljoen. Van een loket om boeken te lenen verandert de bieb steeds meer in een instituut en een huiskamer voor alle Rotterdammers. Een plek om laaggeletterdheid aan te pakken, eenzaamheid te bestrijden en om „jezelf te ontwikkelen”, zoals Kemperman zegt. „Maar ook om gewoon wat te zitten en voor je uit staren.” Vorig jaar verwelkomde de 18 vestigingen in Rotterdam in totaal 2,5 miljoen bezoekers, gemiddeld bijna 7.000 per dag.

Fluitsterende gesprekjes

De toegenomen drukte zorgt niet voor meer hectiek of lawaai. De sfeer in de centrale vestiging is bedeesd. Tieners voeren fluisterend gesprekjes, een moeder leest zachtjes haar peuter voor en geruisloos schuifelen lezers op het rode tapijt tussen de boekenkasten door, een stapeltje boeken in de hand. Het voelt ongepast om het geroezemoes in het grote gebouw te overstemmen. Aan de vele tafels wordt gewerkt, geleerd en gelezen, en als tijdens de toetsweek massaal scholieren naar de bieb komen, af en toe geflirt.

Het stijgende aantal bezoekers aan Rotterdamse bibliotheken is reden voor optimisme, maar het ledenaantal stijgt niet mee. Vorig jaar hadden 97.974 Rotterdammers een bibliotheekpas. Slechts 29.175 daarvan hadden een betaald abonnement – kinderen zijn gratis lid. Een jaar eerder waren dat nog 99.000 leden, waarvan 29.335 met een betaald abonnement. Het betekent opnieuw een kleine hap uit de inkomsten. Vorig jaar leverden de abonnees gezamenlijk 1,14 miljoen euro op, bijna een ton minder dan in 2017.

De daling is een landelijke trend. In 2000 hadden ruim 2,2 miljoen volwassenen een bibliotheekpas. In 2017 waren dat er nog 1,37, blijkt uit onderzoek van Leesmonitor.nu. Het aantal geleende boeken daalde nog harder: in 2010 werden in totaal 49,96 miljoen volwassenboeken uitgeleend, in 2017 waren dat er nog 31,4 miljoen (cijfers CBS).

Toch ligt Kemperman niet wakker van het afnemende ledenbestand. Sterker nog, het abonnementsgeld staat inmiddels ter discussie. De bibliotheek onderzoekt samen met verschillende bibliotheken elders in Nederland, of het mogelijk is gratis een basislidmaatschap aan te bieden. „Het abonnementsgeld is voor sommige mensen toch een drempel”, zegt Kemperman. De ‘gebruikersinkomsten’ (de opbrengsten van abonnementen) vormen nog geen 6 procent van de totale inkomsten van de bibliotheek. Het leeuwendeel van de exploitatie wordt bekostigd met subsidie van de gemeente. Die maakt jaarlijks ongeveer 19 miljoen euro over, en daar komen nog incidentele subsidies en fondsen bovenop.

Ook een andere inkomstenbron, de boetes die leden betalen als zij hun boek te laat inleveren, overweegt Kemperman te schrappen. „Omdat het leden juist wegjaagt in plaats van bindt”, zegt hij. „Wij willen vooral dat zoveel mogelijk Rotterdammers de bibliotheek gebruiken om sterkere actieve burgers te worden.”

De opsomming over de activiteiten die de bibliotheek (mede)organiseert om zoveel mogelijk Rotterdammers een zetje in de goede richting te geven, is dan ook lang. „Gamen voor jongeren”, zegt Kemperman. „En daarbij hebben we de hoop dat ze daarna blijven hangen om bijvoorbeeld hun cv te verbeteren.”

Foto Robin Utrecht

Over enkele weken opent het Centrum voor Jeugd en Gezin haar deuren op de eerste verdieping van het pand aan de Binnenrotte. „Medewerkers kunnen jonge ouders informeren over het belang van voorlezen en het gratis lidmaatschap voor kinderen. Lezen vanaf het allereerste begin is heel erg belangrijk”, zegt Kemperman.

Breien en taalles

Ouderen kunnen in de verschillende vestigingen terecht om gezamenlijk te lezen of zelfs te breien. Met het programma Ouderen in de wijk, wil de bibliotheek helpen de eenzaamheid onder 65-plussers terug te dringen. Kemperman: „Het kan een eerste stap zijn om weer in contact te komen met anderen.” Daarnaast is er regelmatig kindertheater, is het mogelijk om te trouwen op maandag-, dinsdag- of woensdagochtend, worden er debatten gehouden en vinden er lezingen plaats.

Op de eerste verdieping breken inmiddels zeventig Rotterdammers, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, hun tong op de Nederlandse taal. Vier keer per week kunnen nieuwkomers, of Rotterdammers die moeite hebben met de taal hun woordenschat en uitspraak bijschaven in het Taalcafé. Vrijwilliger Ton Grönefeld (71) vertelt zijn geboeide pupillen over de Elftstedentocht. Om de beurt lezen de leerlingen een zin voor over de schaatskoorts, stempelposten, winnaar Henk Angenent en klunen.

Latifa Rafik (55) afkomstig uit Marokko voert dat laatste woord in op de vertaalapp. Die moet het juiste antwoord schuldig blijven. Ana Castillero (51) uit Panama trekt vragend haar schouders op. „Kijk zo”, zegt Grönefeld. En hij staat op van zijn stoel om de beweging van het klunen na te doen. „Maar dan met schaatsen”, wijst hij naar zijn voeten „Iceskates” verduidelijkt hij.

Een verdieping hoger hebben dreumes Line (1) en haar oma José Strijbels hun schoenen uitgetrokken. Met boekjes op schoot zitten ze op de rode banken in de kleuterhoek. Line trekt aan de flapjes van het schuifboekje De Tuin. Strijbels wijst haar op de bloemen en de gieter. „Ik pas op woensdag op”, zegt Strijbels. „En dan is dit een heerlijke plek om naar toe te gaan. Er is altijd iets leuks te zien of te doen.”

De 3.679 activiteiten trokken in 2018 in totaal 82.876 bezoekers. Tevreden is Kemperman echter nog niet. Dat Rotterdam floreert, is fantastisch, zegt hij. „Maar niet iedereen profiteert daarvan. Nog steeds is een op de vijf Rotterdammers laag- of ongeletterd. Het hoogste aantal van Nederland. En dat heeft grote gevolgen voor de kans op werk, zelfredzaamheid en gezondheid”, zegt de directeur. „Wij willen deze Rotterdammers weerbaarder en zelfstandiger maken en helpen om de ongelijkheid in de stad te verminderen.”

De vooruitgang gaat Kemperman nu nog te langzaam. „Het zou fijn zijn als onze slagkracht groter was”, verzucht hij. „Maar daar zijn meer middelen voor nodig.” Vanaf 2020 stelt de gemeente het nieuwe subsidiebedrag vast. Voordat de bibliotheek zelfstandig werd in 2013 betaalde de gemeente jaarlijks 23,6 miljoen euro. De opbrengsten vloeiden toen echter ook terug naar de gemeente. De subsidie werd teruggeschroefd naar ruim 19 miljoen euro. Door te kiezen voor kleinere locaties, te experimenteren met selfservice en gebruik te maken van vrijwilligers lukte het de bibliotheek om binnen dit budget twintig vestigingen te openen of open te houden. Ook zag de bibliotheek af van een grote vestiging in een nieuw pand in Hart van Zuid. Daarnaast zoekt de bibliotheek steun van fondsen en bedrijven. Zo kon de bieb afgelopen jaren rekenen op hulp van bijvoorbeeld Shell en Unilever bij de organisatie van verschillende projecten.

Foto Robin Utrecht

Het „aanboren van aanvullende fondsen” is een afspraak die de bieb heeft gemaakt met de gemeente: het is een van de voorwaarden voor de subsidie. Daarnaast moet de bibliotheek maatwerk bieden, zorg dragen voor erfgoed (de historische collectie boeken van Erasmus), toegankelijk en bereikbaar zijn voor zoveel mogelijk Rotterdammers en een bijdrage leveren aan talentontwikkeling, participatie en integratie.

‘Heel de wereld is je vaderland’ staat er in neon letters op de gevel van het blauw-witte gebouw. „Dat interpreteer ik als een aansporing om een thuis voor iedereen te creëren”, zegt Kemperman. „We maken geen onderscheid. Alle 174 culturen die vertegenwoordigd zijn in de stad, zijn welkom en zie je hier terug.”

Stiltedomein

Op de eerste en de tweede verdieping slenteren de jonge ouders met hun kinderen en buggy’s. Bejaarde mannen, ondanks de behaaglijke temperatuur met hun jas nog aan, buigen zich op de eerste verdieping over de krant. De derde, vierde en vijfde verdieping van de centrale bieb zijn vooral het terrein van de studenten en flexwerkers. Een gelamineerd affiche op de vele werkplekken vertelt de bezoekers dat het eten en drinken van boterhammen, koffie en fruit is toegestaan, maar dat friet, ijs en bier consumeren niet mag. De bibliotheek heeft in totaal 1671 studie-, werk-, en leerplekken. De schuifdeuren bovenaan de roltrap naar de zesde verdieping vormen de barrière naar het stiltedomein. Ruim honderd jongeren buigen zich hier over hun laptop, afgeschermd van hun buurman of buurvrouw door een cubicle. Stilte is vereist. Luidruchtige bezoekers worden zonder pardon verwijderd door de beveiliging.

Student geneeskunde Coen Blokzijl (28) leert het liefste in deze stilteruimte. Bovenin het gebouw met uitzicht op de Markthal, het reuzenrad en de Laurenskerk. De medische bibliotheek van de Erasmus universiteit vindt hij te lawaaiig. „En daar ken ik teveel mensen, dus dan ben ik snel afgeleid.” Het lampje boven zijn cubicle schijnt op zijn studieboek. „Maandag begin ik met mijn coschappen. Daar wil ik mij goed op voorbereiden”, zegt hij. „En hier is alles. Rust, een koffieautomaat en mijn computer bij de hand. Meer heb ik niet nodig.”