Keihard werken en toch amper rondkomen

Armoede Amsterdam kent een groeiende groep mensen met een onzeker inkomen, die tussen wal en schip vallen. De gemeente heeft ze slecht in beeld, waardoor beleid tekort schiet.

Foto Olivier Middendorp

Je bent 33 en woont noodgedwongen bij je ouders, omdat je met een netto inkomen van 1.400 euro per maand amper rond kan komen in Amsterdam. Taxi-chauffeur Fatih had zich dit jaar heel anders voorgesteld.

Overuren draaien en toch niet genoeg verdienen, dat vreet aan alles, weet ook Erika (40). Als zelfstandig illustrator had ze onregelmatig werk, nam daarom alles aan en werkte dus altijd. Ook in de weekenden en avonden. Tot het haar opbrak.

Grafisch vormgever Ellen (41) verloor tien jaar geleden haar baan na een burn-out. Ze solliciteerde zich ‘blauw’, maar kwam niet aan werk. En nu als noodgedwongen zelfstandige is het bikkelen in een slecht betaalde sector.

Filmmaker Sophia (26) besteedt de meeste tijd aan ‘schnabbelbaantjes’, om te overleven en om anderhalve dag over te houden voor haar passie: filmen.

Vier Amsterdammers die symbool staan voor een grotere groep mensen die de eindjes maar net aan elkaar kunnen knopen. Ze werken in de haarvaten van de economie van de stad, in de thuiszorg, horeca, schoonmaak, bezorging, het vervoer of de creatieve sector. Hebben soms noodgedwongen twee of zelfs drie baantjes om rond te komen. En hoewel ze volgens de politiek de ruggengraat van de samenleving zijn, voelen ze zich niet gesteund. Ze verdienen vaak nét te veel voor gemeentelijke hulp of kwijtschelding. En zelfs als ze wel recht op die steun hebben, zijn ze vaak niet in beeld.

Armoede maakt dom

Bij onzeker werk en financiële stress liggen schaamte en isolatie al snel op de loer. Erika: „Ik had geen tijd, geen energie, geen geld en kon dus niet meer in mogelijkheden denken. Armoede maakt je dom.” Vrienden zag ze nauwelijks meer, want er was ook geen geld voor een biertje. „Het maakte me doodongelukkig.” Ellen, „grijs van de stress”, zag zichzelf „gekke dingen doen, die negen van de tien keer slecht voor je zijn”. Schulden aangaan, slecht voor jezelf zorgen, met grotere kans op uitval door ziekte. „En dan ben je nog verder van huis.” Maar stil blijven zitten kon niet, zegt ze. „Ik heb een gezin te onderhouden.”

In Amsterdam is de groep werkenden die in armoede leeft bijna twee keer zo hoog als het landelijke gemiddelde van 4,6 procent, zo blijkt uit een recent rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Officieel gaat dat om 15.184 minima-huishoudens, die moeten rondkomen van maximaal 120 procent van het minimumloon.

„Maar die groep is sowieso al veel groter”, erkent wethouder Rutger Groot Wassink (Werk & Inkomen). „Want velen hebben we niet in beeld, omdat ze zich niet melden, en dus geen gebruik maken van de minima-regelingen.”

En dan is er nog een groep werkenden die iets meer verdient, maar voor wie werken óók niet loont, aldus de wethouder. „Die sappelen en steeds maar moeten kijken hoe ze rondkomen.”

Filmmaker Sophia vroeg uiteindelijk toch maar geen uitkering aan: „Het voelt gek niet te werken voor je geld, zo ben ik niet opgevoed.” Foto Olivier Middendorp

„Het is een tikkende tijdbom”, zegt lector Armoede Interventies (HVA) Roeland van Geuns. „Wat vroeger de ‘rafelrand van de arbeidsmarkt’ werd genoemd, is nu een substantiële groep geworden.” Van Geuns: „Mensen die modaal verdienen en daaronder hebben een inkomenstekort, want de lonen stijgen onvoldoende met de prijzen mee.”

En die bom gaat ontploffen, denkt hij. „Want deze groep mensen – hoeveel weten we niet eens precies – kan met een kleine tegenslag in de armoede vallen.”

Een noodplan ontbreekt

Wat weten we wel over de groep die kwetsbaar is? „Dat ze groeit”, stelt Van Geuns. En dat ze veelal bestaat uit jongeren, zzp’ers, oproepkrachten, deeltijdwerkers en lager geschoolden. En zijn ze ook nog eens eenverdiener, hebben ze kinderen, of een migratie-achtergrond, dan is het risico om in armoede te vervallen extra hoog. Nu al leeft volgens het CBS zo’n 10 procent van de zzp’ers in Amsterdam, ofwel 8.000 zelfstandigen, in relatieve armoede. En dat zijn dan alleen nog maar de zzp’ers.

„In het zwartste scenario, in het geval van een recessie bijvoorbeeld na een harde Brexit, zullen zij massaal aankloppen voor bijstand”, voorspelt Van Geuns. „Dan krijgt de gemeente wekelijks zo honderd bijstandsaanvragen te verwerken. Waar ga je hen naartoe sturen?” Het ondernemersloket van de gemeente of de schuldhulpverlening kan dat nooit aan, denkt hij. „Een noodplan ontbreekt, voor zover ik weet.”

Het is niet zo dat de gemeente Amsterdam niets doet. Sinds 2015 is het armoedebudget verhoogd tot 90 miljoen euro per jaar. Ook is de minima-regeling uitgebreid naar mensen die 120 procent van het wettelijk sociaal minimum verdienen; een plan tot een verdere verhoging tot 130 procent ligt op stapel. Meer mensen hebben dan recht op (een deel van de) armoedevoorzieningen, zoals de Stadspas of een korting op de zorgverzekering.

Chauffeur Fatih : „Ik ben 33, moet ik tot mijn veertigste nog thuis wonen?” Foto Olivier Middendorp

Maar het blijft reparatiewerk, erkent Groot Wassink, ook bij een uitbreiding naar 130 procent. „We hebben ontzettend veel regelingen, ook voor zelfstandigen, maar het is pleisters plakken zolang we geen inkomenspolitiek mogen voeren. Het probleem ligt in het verhogen van de reële lonen, die structureel achterblijven.”

Want inderdaad, erkent iedereen, ligt de grootste taak bij de Rijksoverheid. Daar worden afspraken gemaakt over de minimumlonen, toeslagen, en de werkgeverskosten om iemand in dienst te nemen. Gemeenten hebben echter wel degelijk een aantal belangrijke knoppen om aan te draaien: regelingen kunnen de gevolgen van armoede verzachten. En natuurlijk gaat de gemeente over lokale belastingen, lokale aanbestedingen en de Participatiewet, waar de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag onder vallen. Zo is er voor gekozen de lokale lasten te verhogen, zoals de afvalstoffenheffing (een stijging van 18 procent in Amsterdam), rioolheffing en parkeertarieven. Dit alles komt bovenop de hoge huizenprijzen in de hoofdstad.

Niet in de ‘kaartenbak’

Het probleem is ook, volgens SCP en Van Geuns, dat het gemeentelijke armoedebeleid vooral mensen in of net uit de bijstand steunt. Zij zitten in de ‘kaartenbak’ en zijn dus bekend. Groot Wassinks nieuwe banenplan wil Amsterdammers in de bijstand aan het werk krijgen, maar is minder gericht op het verbeteren van de positie van werkenden in armoede.

En dat terwijl het aantal werkenden dat onder de armoedegrens leeft groter is dan het aantal mensen (jonger dan de pensioenleeftijd) zonder werk.

Dat de gemeente ze niet in beeld heeft, is niet zo gek, zegt SCP-onderzoeker Stella Hoff. „Vaak trekken mensen zelf niet aan de bel, modderen lang voort of denken dat ze nergens recht op hebben.” Waar bijstandsgerechtigden automatisch in aanmerking komen voor bijvoorbeeld kwijtschelding van de afvalstoffenheffing, moeten mensen met weinig inkomen die zelf aanvragen. Filmmaker Sophia overwoog een stap verder te gaan en een uitkering aan te vragen, maar deed het uiteindelijk niet. „Dat is toch een beetje taboe, het voelt gek niet te werken voor je geld, zo ben ik niet opgevoed.”

De lat ligt daarnaast hoog bij deze regelingen, zegt Hoff: „De formulieren zijn ingewikkeld en je moet allerlei inkomensgegevens bij elkaar zoeken. Het op tafel leggen van je hele hebben en houden is al een obstakel. Je hebt bovendien wel wat anders aan je hoofd dan al die documenten doorploegen.” Zo deed grafisch vormgever Ellen een beroep op de Bbz, een gemeentelijke ondernemersregeling voor zelfstandigen. Maar haar verzoek werd afgewezen, na een „waslijst aan vereiste informatie” te hebben opgestuurd. Haar bedrijfsplan was ‘niet levensvatbaar’. Tja, zegt ze, „als je altijd in vaste dienst hebt gezeten, ben je niet meteen een ondernemer. Ik moest mijn huis verkopen, zo werd me gezegd.”

Bij zelfstandigen bestaat bovendien altijd het risico op een terugvordering achteraf, als blijkt dat in een jaar te veel is verdiend.

Schaamte

En dan is er de schaamte. „Er ligt zo'n groot taboe op zeggen dat je niet genoeg geld hebt”, weet Erika. „Als je elke week een biertje met vrienden moet afslaan omdat je het niet kan betalen, hoeveel vrienden hou je dan over? Op een gegeven moment hou je gewoon je mond. Laat staan dat je bij de gemeente aanklopt om hulp.” Een extra belemmering is dat ‘werkende armen’ niet zo maar even naar een huisarts of ziekenhuis kunnen, zonder vrij te nemen, zegt ook Van Geuns. „Een zzp’er kan dat wel, maar dat drukt meteen weer op het inkomen.”

Overuren draaien en toch niet genoeg verdienen, dat vreet aan alles

„Schaamte over de financiële situatie werkt verlammend”, zegt Arnoud Plantinga, onderzoeker bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM), en net gepromoveerd op dit onderwerp. „Mensen krijgen stress, gaan piekeren. Schaamte maakt passief, en kan iemand ervan weerhouden naar de gemeente of de voedselbank te stappen, terwijl ze die hulp goed kunnen gebruiken.” Als mensen met financiële problemen geen hulp zoeken, hun leed niet delen, ligt ook eenzaamheid en isolatie op de loer, aldus de onderzoeker. „Zij zoeken minder sociaal contact, en hebben minder mogelijkheden om dit te doen. Want het beeld leeft dat we in een meritocratische samenleving leven. Heb je geen succes? Dan heb je dus niet hard genoeg gewerkt, is het idee.”

Dat verplaatst het probleem echter naar het individu, vindt SCP-onderzoeker Hoff, terwijl de groep van mensen die werken maar amper rondkomen juist een collectief probleem zijn. „Ook voor de economie, met steeds meer mensen die hun geld niet in de economie investeren. Die niemand op de koffie vragen, omdat het geld er niet is om er een koekje bij te geven. Die vaak vereenzamen, met grote maatschappelijke kosten.”

Of, zoals taxichauffeur Fatih zegt: „De kansen voor mensen met een beperkt inkomen worden steeds kleiner. Huren wordt duurder. Ik ben 33, moet ik tot mijn veertigste nog thuis wonen? Ik wil zo snel mogelijk het huis uit, en mijn ouders willen op een gegeven moment ook terug naar Turkije. Maar met mijn inkomen kan ik hier niet wonen, dus ik moet waarschijnlijk de stad uit. Liever niet, maar als het moet, dan moet het.”

Amsterdam kent een grote groep mensen voor wie werk niet loont. Cultureel centrum De Balie start met ‘De Balie Live Journalism’ een zoektocht naar deze groep. Met artikelen, bijeenkomsten en theater wil het de werkende armen de komende maanden een gezicht geven. Tips of opgave voor deelname via livejournalism@debalie.nl. Op dinsdag 5 maart is de eerste bijeenkomst: ‘Keihard werken, maar amper rondkomen’. Toegang gratis.
Met medewerking van Zara Toksöz en Soufia Zahri. De namen Ellen en Erika zijn gefingeerd, zij willen niet met (voor)naam in de krant. Hun namen zijn bij de redactie bekend.