Israël is zich bewust van cyberdreiging en permitteert zich veel

cyberveiligheid Het leger en inlichtingendiensten zijn de motor achter het succes van Israëls florerende cyberindustrie.

Een Israelische soldaat probeert cyberdoelen neer te schieten tijdens de Cybertech cyber technology conference in Tel Aviv.
Een Israelische soldaat probeert cyberdoelen neer te schieten tijdens de Cybertech cyber technology conference in Tel Aviv. Foto Jim Hollander / EPA

Bel 119 voor al uw cyberproblemen. Op een recente cyberconferentie in Tel Aviv werd middels een gelikt promotiefilmpje het nieuwste bedenksel van de Israëlische regering aangekondigd: een alarmnummer waar burgers problemen kunnen melden op het gebied van cyber, zoals hacks, DDoS-aanvallen of gijzelsoftware. Het alarmnummer is zover bekend het eerste in zijn soort. Het bevestigt Israëls imago als voorloper op het gebied van digitale veiligheid.

Israël is na de Verenigde Staten de wereldwijde nummer 2 op het gebied van investeringen in de cyberindustrie. Vorig jaar werd voor 1,04 miljard euro aan cyberinvesteringen gedaan, 47 procent meer dan in 2017, een record. Eind 2018 telde het land 450 cybersecuritybedrijven. Hoe komt Israël aan zijn reputatie als cybergrootmacht? En verdient het die?

„We worden constant aangevallen, dus we moeten wel innovatief zijn”, aldus Esti Peshin, directeur van de afdeling cyber van vliegtuigfabrikant Israel Aerospace Industries (IAI). Volgens Peshin is Israël verder dan veel andere landen in het ontwikkelen van strategieën voor digitale veiligheid. „Vaak hebben overheden het over een veiligheidslek hier of daar, maar ze hebben geen allesomvattende visie”, aldus Peshin. „Israël denkt daar al jaren over na – noodgedwongen.” Premier Benjamin Netanyahu claimde dat Iran zijn land „elke dag” digitaal aanvalt. Deze week stelde het hoofd cybersecurity van de luchtvaartautoriteit dat dagelijks 3 miljoen cyberaanvallen op vliegvelden en grensovergangen worden gedaan.

Ook Nederlandse cybersecurity-experts zien Israël als een van de belangrijkste landen op dit gebied. Volgens veiligheidsexpert Frank Groenewegen van de firma Fox-IT komt die vooruitstrevendheid doordat de hele maatschappij zich bewust is van mogelijke dreigingen, of het nu om fysieke of om digitale aanvallen gaat. „Het besef dat ze omringd zijn door gevaar, zit in hun DNA”, zegt Groenewegen.

Een groep Isrealische soldaten worden geïnformeerd op de Cybertech cyber technology conference in Tel Aviv. Foto Jim Hollander/EPA

Het Israëlische leger heeft gespecialiseerde cybereenheden, waar elk jaar een nieuwe lichting van de meest talentvolle dienstplichtigen komt meehelpen aan de ontwikkeling van nieuwe tools om aanvallen af te slaan. De grootste en bekendste is Eenheid 8200, de Israëlische versie van de Amerikaanse National Security Agency (NSA). De eenheid wordt mede verantwoordelijk gehouden voor de ontwikkeling van het in 2010 ontdekte Stuxnet-virus, dat een Iraanse kerncentrale deels vernietigde. „Ze zijn heel geavanceerd – of heel gevaarlijk, afhankelijk van je perspectief”, zegt Groenewegen.

Het leger en de inlichtingendiensten zijn de grote motor achter het commerciële succes van de Israëlische cyberindustrie. Veel 8200-alumni richten technologiebedrijfjes op zodra ze de eenheid verlaten. Met name Amerikaanse investeerders staan snel klaar om geld in de Israëlische start-ups te pompen. Zo maakten deze week twee Israëlische cyberstart-ups bekend miljoenen te hebben verzameld en nam de Amerikaanse cybergigant Symantec zijn vierde Israëlische cybersecurity-bedrijf in twee jaar over.

Afluisteren

Er is een keerzijde aan Israëls bloeiende veiligheidsindustrie. In december 2018 diende een Saoedische activist een aanklacht in tegen het Israëlische bedrijf NSO. Met surveillancetechnologie van NSO zou Saoedi-Arabië via zijn telefoon conversaties met de later vermoorde dissident Jamal Khashoggi hebben afgeluisterd. Het bedrijf noemde de aanklacht „ongefundeerd” en „sensatiebelust”.

Israël staat er daarnaast om bekend internetactiviteiten in eigen land en in de bezette Palestijnse gebieden nauwlettend te volgen. Vijf jaar geleden stelde een aantal oud-leden van ‘8200’ in een open brief dat hun eenheid allerlei details over Palestijnen verzamelde, van seksuele voorkeur tot schulden of ontrouw, om hen zo te kunnen chanteren om mee te werken met de inlichtingendiensten.

Israëlische veiligheidsmensen brengen tegen dat soort beschuldigingen in dat alles „volgens de regels” gebeurt. „Wij luisteren niemand af zonder een justitieel bevel”, zegt Avi Maiberg, hoofd van de cybereenheid van de Israëlische politie. Zijn eenheid werkt nauw samen met de Nederlandse politie.

In een kamer zonder ramen hangt een grote wereldkaart met bewegende gekleurde pijlen die de digitale bedreigingen moeten voorstellen die op dit moment richting Israël komen. Hier, in een kantoorgebouw in Beer Sheva, is het nationale Computer Emergency Response Team (CERT) team gevestigd dat de veiligheid van Israëls digitale maatschappij bewaakt. De woestijnstad op anderhalf uur rijden van „start-up stad” Tel Aviv moet het centrum worden van de Israëlische cyberindustrie.

Toepassing van kunstmatige intelligentie

Op de campus is, naast lokale en internationale technologiebedrijven en CERT, ook de Ben Gurion-universiteit gevestigd, die onder meer onderzoek doet naar de toepassing van kunstmatige intelligentie voor digitale veiligheid. Ook legereenheden als 8200 moeten zich er de komende tijd vestigen.

Op de wereldkaart gaat een grote pijl vanuit China richting Israël, en nog een vanuit Duitsland. „Het is maar een visuele impressie”, zegt CERT-directeur Lavy Shtokhamer. „Een aanvaller kan makkelijk verbergen waar hij werkelijk verblijft.” Het is een van de uitdagingen waar de veiligheidsexperts mee worstelen, denkt Peshin van IAI: de moeilijkheid om de bron van aanvallen of dreigingen te achterhalen. Nu de wereld op internet is aangesloten, van auto’s en vliegtuigen tot telefoons en thermostaten, is alles een veiligheidsrisico geworden.

Ook vliegtuigen zullen volgens Peshin straks gehackt kunnen worden. De komende jaren leidt IAI de nationale cybersecurity-strategie. Het bedrijf ontwikkelde behalve militaire vliegtuigen ook radars voor Israëls geavanceerde luchtafweersysteem Iron Drome. Peshin: „Het is verstandig dat Israël van digitale veiligheid een nationaal doel maakt.”

In het CERT-kantoortje in Beer Sheva komen ook de telefoontjes van burgers en bedrijven binnen die 119 bellen. Of mensen hiermee echt geholpen zijn, is nog onduidelijk. Een testbelletje wordt – anders dan de meeste Israëlische servicenummers – direct opgenomen. Maar op een vraag naar een recent veiligheidslek in een bekende app, zegt het meisje aan de andere kant van de lijn: „Die informatie hebben we niet. Misschien kun je het op internet opzoeken.”

    • Jannie Schipper