Opinie

Innoveren bij de behoudende politie – als dat maar goed gaat

Is de politie in staat behalve praktisch en intuïtief, gelijktijdig ook academisch en vernieuwend te zijn? Piet van Reenen kent de weerstand van binnenuit en zet vraagtekens, in de Veiligheidscolumn.

De chatdienst op de 'ironphones' die de politie wist te hacken.
De chatdienst op de 'ironphones' die de politie wist te hacken.

Door Piet van Reenen

Er duiken nieuwe woorden op binnen de politie: ‘artificial intelligence’, ‘cyber’, ‘algoritme’ en zelfs ‘nano’. En  het zijn meer dan buzzwords. Er wordt, om in de taal van het vernieuwingsmanagement te blijven, „fors op ingezet”. De politie innoveert en investeert.

Onlangs werd een deel  van die beweging zichtbaar op het innovatiecongres van de politie in Rotterdam. Er kwam een keur van innovatie-initiatieven voorbij. Ook „gefunctionaliseerde nanodeeltjes” voor vingersporen (ik zei het: zelfs nano), er was aandacht voor  het proces van innoveren en er waren motiverende keynotespeakers. Zo’n 1.500 dynamische politiemensen, ambtenaren, adviseurs en ontwikkelaars, verreweg de meesten jong, een aantal middelbareleeftijders en een enkele oudere. Bewegers en innovatoren, het enthousiasme spatte er vanaf.  ‘What’s next?’ was de uitdagende titel van de conferentie.

Ongerust

En er is aanleiding om  uitdagender te worden. In 2017 nam het team high tech crime samen met de FBI de website Hansa op het Dark Web over en runde hem enkele maanden. Eerder al was bij een inval bij het bedrijf Ennetcom, een aanbieder van speciaal beveiligde PGP-telefoons, een enorme hoeveelheid informatie  over de Nederlandse onderwereld buitgemaakt. Die communicatie  onthulde een groot aantal criminele transacties.

De eenheid Oost hackte onlangs op voorstel van een jonge medewerker die koud in politiedienst was, een computerserver en kon zo het chatverkeer via cryptofoons van criminelen volgen. Ze liet de operatie klappen omdat verraste criminelen, ongerust geworden door succesvolle politie-invallen, verraders in eigen kring vermoedden en liquidaties voorbereidden. Het is maar een greep uit een hele reeks innovaties en de resultaten ervan.

Prikkeldraad

En zoals het zo vaak gaat, stuit ook hier de vernieuwing op weerstand. Elleke van Gelder, innovatiemanager binnen de politie, noemt die weerstand het “prikkeldraad” waar ze zich doorheen moet wurmen. Prikkeldraad als verdedigingslinie van mensen die zich te weer stellen tegen het nieuwe, het onbekende, het wellicht belastende. Want ze hadden al zo veel aan het hoofd.

Elke organisatie kent dat natuurlijk, maar de politie leunt sterk op mensen, hun inventiviteit en hun ervaring.  Blauwe broeken moet je versleten hebben wil je meetellen. Daar zit zeker een element van behoudzucht in, maar het is ook waar. Het politievak leer je voor een belangrijk deel al doende en, zoals ik al eerder meldde, het gaat in je lijf en in je hoofd zitten. Vernieuwing botst dus op de werkelijkheid van een  behoudende cultuur en binnen de politie is veranderkunst een aparte en schaarse vaardigheid. Behalve vaardigheid heb je er ook moed voor nodig.

De kans dat je in het prikkeldraad terechtkomt en daarin blijft steken, is reëel. De politie moet dus net zo sterk inzetten op innovatie als op de vergroting van de vaardigheden om die innovatie  omarmd te krijgen binnen de organisatie. Anders is het weggegooid geld.

Academisch

En passant ontrolt zich een achterliggend probleem. De politie investeert de afgelopen jaren in innovatie ook door het aannemen van hogeropgeleide mensen. ICT-specialisten, recherchekundigen, vaak met een academische vooropleiding en politiekundigen, ook hogeropgeleid, als kwalitatieve verbeteringen van de geüniformeerde dienst of de opsporing.  De vraag is hoe de eisen die het politiewerk op straat aan mensen stelt – het werk in arrestatieteams, het omgaan met informanten of het werken onder dekmantel, om maar een paar takken van politiewerk te noemen – zich verhoudt tot de vaak meer academische instelling van hogeropgeleiden die nu de politie binnenkomen en die toch een aanzienlijk deel van de bemensing gaan uitmaken het aantal.

Praktische tegenover theoretische intelligentie.

Het kan zijn dat ik spoken zie en dat  de nieuwe  hogeropgeleiden en de oude meer praktisch georiënteerden vreedzaam integreren, maar gezien het verloop van recherchekundigen in het verleden, ben ik er niet gerust op.  Michiel Princen schreef een kritisch boek over zijn ervaringen (pdf) als recherchekundige  binnen de recherche en verliet de politieorganisatie.

Lukt het de politie om deze groep aan zich te binden en geaccepteerd te krijgen?  Zal de hele organisatie zich dan op een hoger opleidingsniveau oriënteren? Misschien leidt dat tot een verlies aan praktische intelligentie en dus tot een verlies aan effectiviteit in belangrijke delen van  het huidige politiewerk. Of zie ik wolven en beren waar alleen aaibare dieren zijn? Ik hoop dat ik te somber ben, maar ik ben er niet gerust op. 

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Piet van Reenen was politieman, onderzoeker, directeur van de Politieacademie en hoogleraar politie en mensenrechten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.