‘Je vraagt een leraar om op zijn leerling te schieten’

Wapenbezit VS Sinds de schietpartij op de school in Parkland, Florida, vandaag een jaar geleden, worstelen scholen in de VS met de vraag zij personeel moeten bewapenen.

Gedenkplaats bij de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida, vorig jaar twee weken na de schietpartij
Gedenkplaats bij de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida, vorig jaar twee weken na de schietpartij FOTO Saul Martinez/The New York Times

Zo had het schoolbestuur het zich ongeveer voorgesteld. Op elke school zou elke dag één van de leerkrachten een vuurwapen dragen, verborgen. Niemand zou weten wie die docent precies was. Niet de collega’s, niet de leerlingen, zelfs niet de bestuursleden van de Lee County School Board in Virginia. Je zou er pas achter komen als een indringer de school binnen zou komen om te schieten – zoals in 2018 op Amerikaanse scholen liefst 97 keer gebeurde, volgens gegevens van de federale overheid. Dit jaar staat de teller al op 13. In zo’n geval zou de leerkracht van dienst – de special conservator of the peace – een wapen mogen trekken om de school te beschermen.

Het besluit in Lee County werd genomen na de schietpartij op de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida. Deze donderdag precies een jaar geleden schoot een oud-leerling daar veertien leerlingen, een aardrijkskundeleraar en twee andere personeelsleden dood. Dankzij een groepje overlevende scholieren leidde het incident tot massale, landelijke protesten waaraan vooral tegenstanders van het wijdverbreide wapenbezit in de VS deelnamen. Voorstanders van wapenbezit pleitten na de schietpartij juist voor bewapening van scholen.

President Trump schaarde zich onder hen. Hij twitterde na ‘Parkland’: „Gewapende docenten (en vertrouwde mensen die op school werken) houden van onze leerlingen en zullen hen beschermen… er zullen geen schietpartijen meer zijn – een grote en goedkope afschrikking?”

Scholen mogen zelf beslissen

In december presenteerde de federale commissie voor schoolveiligheid een rapport aan de president, waarin de aanbeveling was opgenomen dat scholen elk voor zich moesten bepalen of „gebaseerd op de unieke omstandigheden van elke school (zoals de te verwachten reactietijd van de politie bij een noodgeval) zij het gepast vinden gespecialiseerd en niet-gespecialiseerd personeel te bewapenen om op geweld te kunnen reageren.” Verenigingen van leerkrachten waren over het algemeen tegen. „Onze scholen hebben meer boeken nodig, meer computers, meer decanen”, zei voorzitter Jim Livingstone van de Virginia Education Association. „Ze hebben niet meer vuurwapens nodig.”

Mike Herring, hoofdofficier van justitie van Virginia, is het daarmee eens. Hij wees de aanvraag van een schoolleider uit Lee County om special conservator of the peace (SCOP) te mogen worden, af. „Het binnenbrengen van ongekwalificeerd personeel met vuurwapens vergroot de kans op een tragisch incident of mogelijk catastrofale verwarring bij een noodgeval”, schreef Herring. Het schoolbestuur ging vorige maand in beroep tegen het besluit.

Zucht

Aan de andere kant van de lijn zucht Debbie Jessee, voorzitter van het schoolbestuur van Lee County (elf basis- en middelbare scholen, zo’n 3.200 leerlingen). Ze is een gepensioneerde leraar geschiedenis en zij was in eerste instantie ook niet vóór het voorstel van een medebestuurder om de schoolveiligheid te verhogen door zo’n SCOP-agent. „Leerkrachten zijn opgeleid om leerlingen op te leiden, niet om op ze te schieten.”

De wet van Virginia staat toe dat de lokale rechtbank een burger van achttien jaar of ouder aanwijst als SCOP. De rechtbank toetst de aanvraag en omschrijft precies de bevoegdheden van de SCOP en het gebied waar de bevoegdheden gelden.

Er lopen inmiddels 431 van zulke geregistreerde burgeragenten in Virginia rond, zegt Joe Marshall van het Department of Criminal Justice Services dat de certificaten verstrekt en controleert. De aantrekkingskracht van de functie op opdrachtgevers is groot en groeit volgens SCOP-trainer Mitch Tyler, die mede-eigenaar is van een schietbaan. Daar werd juli vorig jaar de eerste aspirant-SCOP van Lee County getraind. Hij kreeg drie dagen les in „regels en bevoegdheden”, zegt Tyler telefonisch. Ook leerde hij over wapenveiligheid. „Dat je niet je vinger aan de trekker moet houden.” Daarna oefende de SCOP in spe twee dagen op de schietbaan, waarbij hij 300 kogels afvuurde met een handvuurwapen.

Kosten spelen mee

Nu staan er ‘vredesagenten’ in verschillende ziekenhuizen, en zelfs in het Virginia Museum of Fine Arts in Richmond. Voor het schoolbestuur van Lee County is het besluit om een SCOP in te zetten, ingegeven door zorgen om de veiligheid van de leerlingen – hoewel Jessee stelt dat het gevaar „niet heel, heel groot” is. Ook de kosten spelen een rol. Liever hadden ze meer zogeheten School Resource Officers ingezet, een goed getrainde, gewapende professional die onder toezicht van de sheriff werkt, zegt Jessee. Daar hebben ze er nu vier van. Maar die kosten geld: 50.000 à 60.000 dollar per jaar. Weliswaar betaalt de lokale sheriff daarvan de helft, maar voor een bestuur dat ook oude daken en lekke goten moet vervangen, is het niet op te brengen. De SCOP daarentegen is een personeelslid, hij stáát al op de loonlijst van school.

Krijgt de SCOP-leraar een extra bonus, zoals president Trump suggereerde? „Euh, nee”, zegt Jessee. „Hun identiteit moet immers geheim blijven.” Jessee zelf weet alleen dat de helft van de SCOP’s in spe op haar scholen man is en de andere helft vrouw. „Het is geen macho-ding.”

Wapenvergunning

Hielp het bij de discussie in Lee County nog dat president Trump voor bewapende leerkrachten was? Nee, zegt Jessee. „Voor mij maakte dat in elk geval niet uit.” Wat haar overtuigde, was de lerares die tijdens de discussie opstond en volgens Jessee sméékte om een wapen te mogen dragen om haar leerlingen te beschermen.

Jessee begrijpt de weerstand van hoofdofficier Herring. Er is een essentieel verschil tussen een bewapend personeelslid in een ziekenhuis, een museum, of in een school. „Op school kent de leerkracht of de conciërge de leerlingen, daar breng je vele uren van je leven mee door.” De schutter in Parkland was een 19-jarige oud-leerling. De twee schutters van de schietpartij op Columbine Highschool in 1999 (15 doden) waren leerlingen. „Je vraagt dus in feite aan een leraar of hij bereid is desnoods een van zijn leerlingen dood te schieten”, zegt Jessee.

Ze onderstreept dat het bestuur ook andere maatregelen heeft genomen. Er is een deursysteem met buzzers, er hangen camera’s. „We hebben ook ruimte gemaakt voor decanen en mentoren om als raadgevers voor de leerlingen op te treden. Zo kunnen zij de kinderen helpen en in een vroeg stadium zien of ergens problemen opborrelen.”

Wapens altijd voorhanden

In deze landelijke streek van Virginia is het voor de politie nu eenmaal onmogelijk overal tegelijk te zijn. „’s Ochtends komt een deputy het verkeer bij de scholen regelen, en ze rijden overdag vaak nog even langs. Dit gaat om noodgevallen.” Is het gevaar groter dan vroeger? Kunnen mensen nu makkelijker aan wapens komen? Jessee denkt na. „Wapens zijn altijd voorhanden geweest in dit deel van het land. Toen ik les gaf, kwamen jongens aanrijden met hun pickup-truck waar een geweer achterin hing. Dan hadden ze net gejaagd, of zouden ze gaan jagen na school.” Ze denkt wel dat de kinderen zijn veranderd. „Vroeger zei er ook wel eens eentje: ‘ik schiet die of die dood’. Maar dat waren stomme grapjes. Nu is het toch griezeliger.” Haar scholen hebben na de schietpartij in Parkland verschillende bedreigingen ontvangen. „Na-aapgedrag”, zegt ze. „We hebben dat intern opgelost.”

Jessee voelt zich nog steeds „twee kanten op getrokken” door de kwestie. „Ik was bezorgd toen ik het voorstel hoorde. Mijn eerste reactie was: In school the only arms should be the arms to hug your children with.”

Noot 14 februari, 21:00: Dit is een uitgebreide versie van het artikel dat eerder vandaag online verscheen.