Opinie

Hardvochtige rechtlijnigheid in zaak tegen separatisten

Catalonië

Het is een hoogst ongebruikelijke én zeer ongemakkelijke aanblik: in een lidstaat van de Europese Unie staan twaalf politici en activisten terecht voor hun aandeel in het organiseren van een referendum en het uitroepen van regionale onafhankelijkheid. Na de mislukte poging Catalonië af te scheiden van Spanje in oktober 2017 moet een aantal separatisten zich vanaf deze week in Madrid verantwoorden voor de rechter. Samen kunnen ze 177 jaar celstraf krijgen.

De aangeklaagden wordt verweten dat ze een illegaal afscheidingsreferendum hebben georganiseerd en vervolgens op basis van de uitkomst – illegaal – de onafhankelijkheid hebben uitgeroepen. Iets minder dan de helft van de kiesgerechtigde Catalanen is voor afscheiding.

Dat referendum en onafhankelijkheid niet stroken met rechterlijke uitspraken en op gespannen voet staan met de Spaanse grondwet – waarin sprake is van een ondeelbaar Spanje – is voor veel juristen geen kwestie van debat. De vraag is of men separatisten daar dan ook voor moet vervolgen. En vooral de manier waarop dat wordt aangepakt is wél onderwerp van juridische twist en van politieke strijd.

Zo helpt het niet dat de Spaanse Justitie er met gestrekt been ingaat. Een aantal verdachten zit al sinds 2017 in voorarrest, hetgeen onder Spaanse juristen zeer omstreden is. De aanklagers laden ook de verdenking van hardvochtige rechtlijnigheid op zich door de keuze van de vergrijpen waarvoor de separatisten terecht moeten staan. Een aantal verdachten wordt ‘rebellie’ ten laste gelegd, maar dat doelt eigenlijk op een poging tot het gewelddadig omverwerpen van de Spaanse staat. Het is zeer de vraag of de relletjes van najaar 2017 gezien kunnen worden als gewelddadige revolte.

De bekendste separatist, voormalig regio-president Carles Puigdemont, is sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid voortvluchtig. Een rechter in Duitsland wees een uitleveringsverzoek af omdat hij onvoldoende aanwijzingen zag om het vergrijp van rebellie met geweld te rechtvaardigen.

Een complicatie is het feit dat er drie partijen zijn die de separatisten aanklagen. Naast het Spaanse OM en vertegenwoordigers van het centrale gezag in Madrid heeft ook de rechtse politieke beweging VOX zich als aanklager in de kwestie gemengd. VOX ondersteunt de hoge strafeis en de aanklacht wegens rebellie van het OM. Het centrale gezag eist lagere straffen en hanteert het zwaarwegende verwijt rebellie niet, maar ziet slechts opruiïng.

Wie de wet overtreedt moet in een rechtsstaat ter verantwoording geroepen kunnen worden. Maar de vraag is of de rechtszaak die dinsdag is begonnen en vermoedelijk drie maanden zal duren, bijdraagt aan oplossing van het politieke conflict tussen separatisten in Barcelona en unionisten in Madrid. De dreigende val van de minderheidsregering en het vooruitzicht van vervroegde verkiezingen maken de situatie er niet overzichtelijker op.

Op rechters en aanklagers rust in dit politieke proces in elk geval een immense verantwoordelijkheid. Het is bemoedigend dat de rechters transparantie beloven en het proces integraal wordt uitgezonden. Het is aan media, politici en ngo’s in Spanje en in de rest van Europa om het proces te toetsen aan Europese normen van rechtsstatelijkheid. Mocht Spanje grondrechten schenden, dan is altijd een gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens mogelijk.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.