Opinie

Hamburgers

Mirjam de Winter

Mirjam de Winter

Terwijl Rotterdamse politici vooral druk waren met het dichten van het lek in de ‘Schiekadeblok-affaire’, raakte een opmerkelijk voorstel van wethouder De Langen in alle rumoer een beetje ondergesneeuwd. De Langen gaat de strijd aanbinden met fastkoodketens in de stad. Hij reageerde op het voornemen van hamburgerketen Burger King om twee nieuwe vestigingen te openen in Rotterdam, eentje in het centrum en een in winkelcentrum Zuidplein. De wethouder gaat onderzoeken of en hoe hij dit mogelijkerwijs kan tegenhouden, omdat in Rotterdam volgens hem al genoeg van deze dikmakende fastfoodrestaurants zijn. „Ik ben het zat”, zei hij tegen het Algemeen Dagblad. „De gemeente werkt hard om Rotterdammers gezonder te maken. We gooien er miljoenen tegenaan, maar het is een oneerlijke strijd tegen zulke bedrijven die alsmaar groter worden.”

In Amsterdam hebben ze iets soortgelijks al eerder gedaan, maar dan met het weren van Nutella-winkels. Om de wildgroei van dit soort toeristenzaakjes tegen te gaan, werd vorig jaar het bestemmingsplan aangepast en krijgen nieuwkomers in het centrum geen vergunning meer. En ook Den Haag kondigde onlangs aan het aantal fastfoodrestaurants aan banden te willen leggen. Maar zowel in Amsterdam als in Den Haag had de gemeente een ander motief dan De Langen. Niet de gezondheid van hun inwoners was het argument voor de maatregel, maar de eenzijdigheid in het winkelaanbod. Een belangrijk verschil, want dat een gemeente zich bemoeit met de aantrekkelijkheid van een winkelstraat klinkt logisch, maar dat een wethouder zich wil bemoeien met de menukaart van een restaurant?

De gemeente Rotterdam investeert – en zo hoort het ook – inderdaad miljoenen in voorlichting over gezonde voeding en stimuleert haar inwoners om meer te bewegen, maar daar zou de bemoeienis wat mij betreft dan ook moeten ophouden. Bovendien: hoe zou zo’n maatregel praktisch moeten worden uitgevoerd? Gaan gemeenteambtenaren bij het verstrekken van een vergunning dan de menukaart bestuderen en zelf bepalen wat goed of slecht voor ons is? De afhaal-Chinees is waarschijnlijk net zo slecht voor je en ook een ‘ambachtelijke’ burger in een hip hamburgertentje is moddervet. En wat lost een stop op hamburgertenten op, zolang al die ongezonde rommel ook gewoon in de supermarkt te koop is? Chips, cola, frikandelbroodjes, roze koeken – scholieren staan dagelijks in lange rijen bij de kassa met hun handen vol rotzooi.

Het is wat al te gemakkelijk om de wethouder nu van betutteling te betichten, want natuurlijk is het soms goed dat de overheid ons en onze kinderen beschermt tegen de allerongezondste producten. Maar het weren van fastfoodrestaurants zou geen gemeentelijk besluit mogen zijn en is bovendien slechts een druppel op een gloeiende plaat.

De Langen zou zijn hoop beter kunnen vestigen op de gezondheidshype die ook onze stad langzaam aan het veroveren is. Er komen steeds meer eettentjes bij, zoals Jack Bean tegenover het Centraal Station, waar alleen nog veganistische hamburgers en plantaardige snacks verkocht worden. Mijn 16-jarige puber weigert er vooralsnog ook maar een voet over de drempel te zetten, maar dat is slechts een kwestie van tijd, leeftijd én opvoeding. Ook hij zal die vette, laffe burger uiteindelijk vanzelf wel een keer laten staan. Daar heeft hij meneer de Langen helemaal niet voor nodig.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.