Opinie

Goud op inburgeren

Carolina Trujillo

Ik dacht dat ik goud had op inburgeren. Ik sprak de taal beter dan de gemiddelde Nederlander, ik kon bier drinken daar werd je eng van, ik kon fietsen met mijn ogen dicht, blowen, housen, oranje zwaaien, rommel verkopen op Koninginnedag, alles op brood eten: gepureerde pinda’s, speculaas of aardbeien, maakt niet uit, als het op een broodje past, kun je het ervan eten. Ik kon schaatsen op ijs, schaatsen in een wak, in de sloot vallen, in de gracht, alle onderdelen had ik gehad. Dacht ik. Tot ik schaatsen ging kijken.

Laatst WK shorttrack en nu WK afstanden. Het leek overzichtelijk: shorttracken was korte baan dus het andere moest lange baan zijn, maar dat eenzame ‘afstanden’ in plaats van ‘lange afstanden’ vertroebelde het begrip want korte afstanden zijn óók afstanden en bovendien wordt bij beide gesprint. Waar ‘allround’ een plek moest krijgen in dat alles was nog een raadsel, vooral omdat mijn schaatsdeskundige vriend mijn laatste mail niet had beantwoord. Er stonden ook wel veel vragen in, ook die over allround, en nu kwam op de radio ‘hoogtebaan’ voorbij. Nog een onderdeel van de schaatspuzzel. Ik tel op vingers: shorttrack, afstanden, allround, hoogtebaan.

Net als ik mijn hele inburgering bij het grofvuil wil zetten, komt er een kort bericht: „Het is allemaal schaatsen en degene die het hardst gaat wint.”

„Wat is hoogtebaan?”, tik ik.

„Bij hoogtebaan lanceren ze een schaatser van een hoge baan. Kijken hoe ver hij komt”

„Zoals een skischans?”

„Wie het eerst het dorpsplein haalt, is kampioen”.

Op vervolgvragen komen geen antwoorden. Ik schrijf een sportmijdende vriendin. Als zij ook niet weet wat hoogtebanen is, mankeert er niets aan mijn inburgering, dan hoor ik bij de bevolkingsgroep die niks van schaatsen weet.

„Heerenveen is laagtebaan”, antwoordt ze. „In Rusland heb je een hoge baan, daar worden alle records gebroken.”

„Hoe weet jij dat?”

„Mijn ouders keken altijd schaatsen. Van der Duim. Vogelpoep.”

Ik google Van der Duim en vogelpoep en mijn inburgering schiet omhoog.

Mijn grootste nerdige vriend komt langs, die is sinds 2005 online aan het gamen. Echte spellen, geen sport.

„Weet jij wat een hoogtebaan is?”

„Een betrekking op een berg?”

„Bij schaatsen. Er is WK.”

„Alweer?”

„Laatst was shorttrack. Dit is afstanden.” Ik grijns.

„Hoge banen hebben minder luchtdruk. Gaan ze harder”, zegt hij. Weg grijns.

De Nederlandse mannen winnen goud én zilver, maar omdat er ook een andere nationaliteit op het trappetje staat, zijn alle commentatoren nukkig en vragen ze wat er verkeerd is gegaan. De nuchtere kop-onder-het-maaiveld Nederlanders zijn nergens te bekennen. Intussen schaatst de winnaar rond met een enorme bonte theemuts op zijn hoofd die nog het meest aan Braziliaans carnaval doet denken. Dat schijnt gebruikelijk te zijn in Inzell.

Als Wüst in tranen bovenaan het trappetje staat met dat snelle lichaam waarin het hart gebroken is, houd ik het slecht droog voor een Uruguayaan. Aan mijn inburgering mankeert niks, zeg ik tegen de gamer. Nederlanders worden gewoon raar als ze snelle landgenoten op vlak ijs zien. Gaan ze massaal uitburgeren. Dat is het.

Carolina Trujillo is schrijfster.