Fosfaatproductie weer onder plafond, stikstofuitstoot nog te hoog

De veestapel is de afgelopen twee jaar fors afgenomen, en daarmee ook de fosfaatproductie. Maar de uitstoot van stikstof blijft achter.

Sinds 2017 is de veestapel met zo'n 190.000 melkkoeien fors afgenomen.
Sinds 2017 is de veestapel met zo'n 190.000 melkkoeien fors afgenomen. Foto Getty Images/iStockphoto

Het plan om de fosfaatuitstoot in de veehouderij te reduceren lijkt zijn vruchten af te werpen. In 2018 daalde de uitstoot uit dierlijk mest voor het derde jaar op rij. Afgelopen jaar ging het om 160,7 miljoen kilo, 8,3 miljoen minder dan in 2017. Daarmee ligt het net als een jaar eerder onder het door de EU vastgesteld fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilo. Dat komt vooral door de veestapel die sinds 2017 met 190.000 melkkoeien is gekrompen, blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In de veehouderij komt veel fosfaat vrij via mest en veevoer, teveel ervan is schadelijk voor natuur en oppervlaktewater. In 2015 werd het melkquotum afgeschaft waardoor de melkveestapel toenam en daarmee ook de fosfaatproductie die in 2015 het toegestane maximum overschreed. De Nederlandse melkveesector sloot in november 2016 een akkoord met staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA) om het overschot tegen te gaan. Het reductieplan ging op 1 januari 2017 in en dus moest voor die tijd de veestapel krimpen.

Euforie na de afschaffing van de melkquota maakte plaats voor een nieuw probleem: met meer melk kwam er meer mest, te veel mest

Daarbij werd op 1 januari 2018 ook het fosfaatrechtenstelsel van kracht, waarbij boeren recht hebben op een hoeveelheid fosfaatproductie gebaseerd op het aantal koeien dat ze hadden in 2015. Ook kwam vanuit de sector en Brussel zeker 50 miljoen euro beschikbaar voor subsidies aan boeren met melkveebedrijven die wilden stoppen.

Voornamelijk de hoeveelheid rundvee, die het grootse gedeelte van de uitstoot veroorzaakt, is sindsdien fors afgenomen. “Na 2017 is een kwart van alle kalveren weggedaan en tien procent van de melkkoeien. Dat is de grootste krimp van de Nederlandse veestapel sinds 2000″, zegt Cor Pierik, onderzoeker bij het CBS, tegen NRC. Een ander onderdeel van het reductieplan was het verlagen van het fosforgehalte in het mengvoer van melkvee.

Stikstofplafond

Een ander plafond, dat voor stikstofuitstoot, wordt echter nog steeds overschreden, ondanks de gekrompen veestapel. De uitstoot lag vorig jaar op 506,1 miljoen kilo, nog 1,7 miljoen kilo boven het plafond. Dat komt onder meer omdat de samenstelling van het voer is veranderd. Veevoer bevat namelijk steeds meer gras en krachtvoer (onder meer soja, koolzaad en bieten), en minder snijmaïs.

“Om aan de derogatie mee te doen [Nederlandse boeren mogen van Europa meer stikstof aan mest uitrijden van de gebruikelijke norm, red.] moet tachtig procent van het oppervlak van veehouderijen bestaan uit grasland. Er kwam meer gras en minder maïs”, verklaart Pierik. Omdat krachtvoer en gras tot drie keer zoveel stikstof bevatten als maïs, is de stikstofuitstoot toegenomen. Daarnaast is grasland bevorderlijker voor de bodemvruchtbaarheid en natuur dan de verbouwing van maïs, en zien we dus liever grasvelden, volgens Pierik.

Bovendien vielen door de slechte zomer van afgelopen jaar niet alleen de aardappel- en suikerbietenoogst tegen, maar ook de maïsproductie. “Daar komt nog bij dat in de afgelopen jaren de stikstofgehaltes van het gras zélf ook hoger zijn het langjarig gemiddelde”, zegt Pierik. En dat doet het effect van een gekrompen veestapel weer bijna teniet. “Boeren hebben hun stinkende best gedaan om zich aan het fosfaatbeleid te houden, maar de stikstofproductie is dus nog wel een zorgenkind.”

In november oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het huidige Nederlandse beleid voor stikstofuitstoot niet afdoende is. Het beleid komt volgens het Hof niet overeen met de Habitatrichtlijn, die gericht is op de biodiversiteit in Europese natuurgebieden.

Lees ook: Het beleid van Nederland voor de uitstoot van stikstof moet drastisch veranderen.