‘Europa moet op eigen benen staan en niet naïef zijn’

Bescherming Europese bedrijven Nieuwe Europese screenings van buitenlandse investeringen moeten de EU minder naïef maken voor uitverkoop van kennis en infrastructuur aan China.

Een vrachtschip van de China Ocean Shipping Group Co. (COSCO) in de Rotterdamse haven.
Een vrachtschip van de China Ocean Shipping Group Co. (COSCO) in de Rotterdamse haven. Jasper Juinen

In september 2017 staakte een consortium onder leiding van de Chinese digitale kaartenmaker Navinfo zijn pogingen een belang te nemen in Here, een belangrijke leverancier voor digitale kaarten voor auto’s in Europa en Amerika. Here is gevestigd in Amsterdam en grotendeels in handen van Duitse autobedrijven. Reden voor de Chinezen om op te geven was het verzet van een screeningsautoriteit die over nationale veiligheid waakt. Die screeningsautoriteit was, opvallend, het Amerikaanse CFIU. In Nederland en de Europese Unie gebeuren zulke screenings niet.

Nu komt daar verandering in. Donderdag stemde het Europees Parlement in met Europese regels voor de screening van buitenlandse investeringen in de Europese Unie. De lidstaten, die het in december al eens werden, bekrachtigen de nieuwe wet naar verwachting begin maart. Daarmee krijgt de Europese Unie voor het eerst een gedeeld systeem om buitenlandse investeringen te screenen op gevolgen voor nationale veiligheid en openbare orde.

Volgens Eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) is de Europese boodschap aan de rest van de wereld: investeren in Europese bedrijven: graag. Maar voortaan is het openheid onder voorwaarden: „We moeten erop kunnen vertrouwen dat investeringen geen bedreiging vormen voor onze veiligheid en strategische belangen.”

Vitale belangen

De Europese regels bevatten een lange checklist met vitale Europese belangen, variërend van kritische technologie, dataverkeer, tot water, landbouwgrond (voedselvoorziening), infrastructuur en media.

Het is naar Europese begrippen een enorme stap. De Europese Unie heeft traditioneel een van de meest open investeringsregimes in de wereld. Amerika, Canada, Japan, China: geen enkele vergelijkbare markt in de wereld is voor buitenlandse investeerders toegankelijk zonder systematische screening op veiligheid en openbare orde. Maar in Europa zijn er tot nu alleen zulke screenings in een aantal lidstaten: dertien van de 28. Op EU-niveau werd minder op bescherming van vitale belangen gelet dan op protectionisme: Brussel is er vooral om te garanderen dat de markt open blijft.

Dat biedt gouden mogelijkheden voor investeerders uit landen die strategische invloed nastreven via aan de overheid gelieerde bedrijven. Vooral China, dat Europa de afgelopen jaren tot zijn meest geliefde jachtterrein maakte. Volgens het Berlijnse China-onderzoeksinstituut Merics waren er in 2017 Chinese investeringen in Europa tot bijna 120 miljoen euro. Nucleaire afvalverwerking in Frankrijk, havens in Griekenland en Portugal, een batterijmaker in Duitsland, halfgeleiders in Nederland: overal in Europa kochten Chinese bedrijven de laatste jaren cruciale Europese belangen.

Een goed totaaloverzicht ontbreekt. Dat komt niet alleen door de Europese lappendeken-met-gaten aan screenings. Investeringen zijn ook niet altijd groot genoeg om op te vallen, maar wel strategisch. Lidstaten weten vaak niet van elkaar over welke data, infrastructuur en technologie ze de controle zijn kwijtgeraakt.

Realpolitik

Volgens Europarlementariër Marietje Schaake (D66) is er bovendien een breder probleem waardoor er een samenhangende benadering van China in Europa ontbreekt: het te zwakke gevoel voor realpolitik. „We hebben te weinig oog voor de enorme machtsverschuiving die in de wereld gaande is”, denkt Schaake, die meewerkte aan onder meer nieuw Europese antidumpingbeleid om de interne markt te beschermen. Ook bij bedrijven „ontbreekt vaak the bigger picture”, denkt zij.

Toch weet iedereen waarover het gaat deze week in Straatsburg. „China benoemt buitenlandse investeringen in strategische sectoren zelf als prioriteit.”

Alleen is pas de laatste jaren de stemming in Europa over het Chinese streven naar invloed omgeslagen. Het gaat niet alleen om overnames - zie bijvoorbeeld de argwaan tegen het meedingen van het Chinese bedrijf Huawei naar de ontwikkeling van het Europese 5G-netwerk.

Het is intussen bijna dagelijkse kost dat Europese politici waarschuwen tegen naïviteit van Europa over de bedoelingen van andere landen op de wereldmarkt; behalve China ook het Amerika van Donald Trump en – niet altijd genoemd – een land als Brazilië. Woensdag was het premier Rutte in Zürich. Hij hield zich keurig aan de termen die intussen gemeengoed zijn geworden onder Europese leiders zoals Angela Merkel en Emmanuel Macron: Europa moet op eigen benen staan en niet naïef zijn.

Maar wat betekent dat? In Frankrijk en Duitsland wordt intussen gewerkt aan een nieuwe Europese politiek om het hoofd te bieden aan China. Vooral de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire komt met agressieve plannen. Hij bepleitte maandag in Brussel een revolutie in het Europese mededingingsbeleid om politici de gelegenheid te geven Europese kampioenen op wereldschaal te vormen. Ook wil hij massieve investeringen in kunstmatige intelligentie. „Als Europa in de race wil blijven in de 21ste eeuw, moeten we veel meer investeren in zulke sleuteltechnologieën.” Komende dinsdag overleggen Le Maire en zijn Duitse collega van Economie Peter Altmaier over gezamenlijke Frans-Duitse plannen voor een nieuwe Europese industriepolitiek.

Lees meer over de Europese mededingingskwestie: Moet Europa meer doen om de strijd met Chinese giganten aan te kunnen?

Vrijblijvend

Soms zijn die plannen nog wild en is er nog weinig gewerkt aan Europees draagvlak. De screening van buitenlandse investeringen is een van de maatregelen die laat zien dat de Europese Unie de afgelopen jaren niet helemaal heeft stilgezeten – maar ook hoezeer de aanpassing binnen de EU kleinestapjeswerk blijft. „Het past in het langzaam maar zeker wakker worden van Europa”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) over de screening. „Maar de EU laat zich niet snel bijsturen.”

Toen de Europese Commissie anderhalf jaar geleden op verzoek van Frankrijk, Duitsland en Italië met het voorstel kwam om Europese screening in te voeren, leidde dat aanvankelijk tot afhoudende en sceptische reacties. Commissievoorzitter Juncker zei toen al te willen bewijzen dat Europeanen „geen naïeve vrijhandelaars” waren, maar landen als Finland, Denemarken, Nederland en ook Griekenland waren vooral bevreesd voor de gevolgen voor het aantrekken van buitenlandse investeringen.

De uiteindelijke regels zijn dan ook voorzichtig: lidstaten zelf blijven verantwoordelijk voor de screening van buitenlandse investeringen op veiligheid en openbare orde. Ze zijn ook niet verplicht zo’n screening op te zetten – Rutte III heeft het in het regeerakkoord staan, maar is nog niet zo ver.

Wel moeten alle lidstaten ‘contactpunten’ inrichten waar ze informatie kunnen gaan uitwisselen. Ook kan een groep lidstaten de Europese Commissie vragen een Europese screening door te voeren. Volgens Eurocommissaris Malmström is „overzicht” de belangrijkste winst: lidstaten zullen zien wat er in Europa aan het gebeuren is en druk op elkaar gaan uitoefenen om zich te verweren, verwacht zij.

Duitsland kondigde onlangs een koerswijziging aan om grote ondernemingen in innovatieve sectoren te beschermen tegen buitenlandse overnames