Recensie

Recensie

Een wreed, fout, ordinair machientje, precies zoals een snelle Ford moet zijn

Autotest De Fiesta is bevrijdend ongeschikt voor dagelijks verkeer, schrijft . Hij zou hem graag willen hebben.

De Ford Fiesta ST3 bij Dekker Autogroep Zaandam.
De Ford Fiesta ST3 bij Dekker Autogroep Zaandam. Foto Lars van den Brink

In mijn dorp staat een boerderij met zijn bouwjaar 1827 op de gevel, Beethovens sterfjaar. Oog in oog met dat monument zijn mijn gedachten bij de boerenkoppen die hier in het zweet des aanschijns stenen sjouwden onder dezelfde lentezon die toen wellicht in Wenen over ’s meesters sterfbed streek. De gedachte ontroert me. De nabijheid van die levende geschiedenis voel je zo zelden in moderne auto’s. Ze overtreffen, verslaan, ze deleten hun voorgangers. Vroeger is het mindere dat ze vervingen door iets beters.

Jij oude knorrepot, denk ik, jij leeft in het verleden. Ik kan het niet ontkennen. Met de jaren word je sentimenteler en intoleranter. De ondeugden gaan hand in hand; grumpyness is gewonde liefde. De onverdraagzaamheid wordt opgewekt door een vooruitgang die nostalgische gevoelens op de ziel trapt. Dat mindere was namelijk ook meer, het was je eerste confrontatie met techniek en snelheid, in jouw gouden jaren. In je hart wil je dat elke auto op je eerste leek, toen de verrukking vers was en de liefde zuiver. Vergeet het in zo’n rijdende computer die met twee vingers in de neus 250 haalt. Blasé besef je dat er geen weg terug is naar de eerste keer. Of toch?

Nooit heb ik snelheid zo intens beleefd als in een van mijn eerste auto’s, een Citroën AX. Hij had zestig pk, je vindt ze met zo weinig nauwelijks meer, maar hij woog niks en er zat vuur in. Met het autootje werd zelfs geracet – in de AX Cup. Ik genoot van dat brik. Ten eerste was ik niets gewend, ten tweede was een snelle rit niet zonder risico. Je brandde nog, het leven wás een gok, je zocht en kreeg gevaar.

Alle auto’s in deze rubriek zijn sneller. Allemaal legden ze de lat een stukje hoger, tot je hun door de voortschrijdende techniek bedwongen razernij normaal begon te vinden. Allemaal hebben ze het gevoel van snelheid uitgewist met meer snelheid. Ze leveren hun prestaties moeiteloos en gevaarloos. En ze hebben er steeds meer pk’s voor nodig, die het proces van afstomping bespoedigen.

De Ford Fiesta ST3 heeft er 200, ruim het dubbele van de eerste snelle Fiesta’s uit mijn puberjaren, toen nog XR2 geheten. Ze zijn er zowel om dankbare herinneringen aan hun voorgangers uit te wissen als concurrenten van repliek te dienen, die er ook allemaal 200 hebben. Dat mag natuurlijk niet te gevaarlijk worden. Geen fabrikant zou zijn publiek durven blootstellen aan de onberekenbaarheid van de 205 GTI’tjes en de snelle Renault Vijfjes uit de jaren tachtig. Waar in 1827 nog weleens een boer van een steiger donderde en in 1985 overmoedige Peugeot-rijders tegen de vangrail klapten, daar krijgt van ons, verslaafd aan veiligheid, het leven levenslang. De hot hatches van vandaag zijn amateurvriendelijke amusementsprogramma’s. Een blind paard kan ze mennen. Bij de Polo GTI met zijn automatische DSG-bak kun je beide handen veilig aan het stuur houden. Je speelt met koud vuur op de rand van een slapende vulkaan.

Kleine druktemakers

Maar er is hoop. Ford gooit de kont tegen de krib met ouderwetse Russische roulette. De Fiesta is bevrijdend ongeschikt voor dagelijks verkeer, een onbesuisde, gevaarlijke bak teringherrie. Hij heeft een handgeschakelde zesbak die je steeds een hand te weinig gunt om de ontketenende aandrijfkrachten op de baan te houden. Voor het eerst komt zijn vermogen uit een driecilinder, wat alleen maar goed is, want die kleine druktemakers klinken verrukkelijk. Ford heeft niets nagelaten om hem zo luidruchtig mogelijk te maken.

Hij kost 32 mille. Dat lijkt aan de prijs voor een autootje dat je kaal voor 18.000 hebt en ook dan al heel goed stuurt. Maar er is geen goedkopere manier om zo nostalgisch grof te griezelen, en Ford levert hem met alles erop en eraan; Recaro-kuipstoelen, goede stereo, duivelse koplampen met vier rechthoekige led-pitjes op een rijtje. Het is à la recherche du temps perdu weer even ongeregeld als de eerste keer. Ik denk de hele tijd: jij bent onaanvaardbaar, maar ik mag jou. Het is een wreed, fout, ordinair machientje, precies zoals een snelle Ford moet zijn; een working class hero die met opgestroopte hemdsmouwen zijn wortels herontdekte.

Ik zou hem graag willen hebben, en hij wordt mijn dood. Ik zie mij liggen. „Hier rust opa, 1827-2019. Zijn lot was wreed, maar hij kwam thuis.”