De groenteboer-met-de-beer stopt ermee en zijn winkel wordt een woning

Groenteboer De bekendste groenteboer van Rotterdam stopt. De winkel van Frans van de Polder wordt woning. Hij kreeg een bod dat hij niet kón afslaan.

Groenteboer in de winkel van Frans van de Polder biedt kinderen een ontbijt aan.
Groenteboer in de winkel van Frans van de Polder biedt kinderen een ontbijt aan. Foto Frank de Roo

Een jongen van een jaar of 12 kiest uit het koelvak een pak melk. Frans van de Polder (52): „Een melk? Dat is dan 1,35 euro alsjeblieft.” De jongen legt het geld gepast op de toonbank. Van de Polder: „Alles gaat gewoon door hè.” Dat duurt niet lang meer, de groenteboer op de hoek van de Bergse- en Rodenrijsenlaan heeft zijn pand verkocht per 1 juli. „Het ziet er naar uit dat ik op 31 december de winkel sluit, maar mocht ik toch geen zin hebben in de wintermaanden, stop ik eerder.”

Van de Polder is fan: De bekende Rotterdamse groenteboer Frans van de Polder legde voor het stadhuis een enorm clublogo van groente en fruit

De opvallende nering in het Liskwartier met beer, spandoeken en kisten fruit voor deur is een begrip in Rotterdam. „De eerste keer dat iemand hier binnen kwam met de vraag of hij mijn pand mocht kopen heb ik hem de deur uit gejaagd. Dat was anderhalf jaar geleden, sindsdien heb ik nog vijf keer een bod gehad.” Hij nam de – goedlopende – zaak bijna dertig jaar geleden van zijn vader over, die vanaf 1964 een groentewinkel had op de Bergselaan. „Ik wil helemaal niet stoppen. Maar ik werk sinds ik begonnen ben tachtig tot negentig uur in de week. Vorig jaar ben ik precies een week op vakantie geweest. Over tien jaar ben ik 62.”

Eigenlijk was hij van plan de achterkant voor een ton te verbouwen. „In mijn hoofd had ik dat geld al uitgegeven. Tot er voor de zevende keer iemand binnenliep met een mooi bod. Mijn boekhouder zei: ‘Wordt het na dertig jaar niet tijd om het rustiger aan te doen?’ Als ik morgen doodga, wat heb ik dan gedaan? Werken. Gisteren zette ik om twaalf uur de computer uit, dat gebeurt menig avond in de week. En de volgende ochtend gaat om zes uur de wekker weer. Er is maar een leven en dat is nu.”

De buurman komt binnen om even een sinaasappel te halen. „Hij heeft hiernaast een kapperszaak, dat pand is ook van mij, net als de drie woningen hierboven.” Het geheel is aan een ontwikkelaar uit de regio verkocht. „De huurcontracten van de kapper en bewoners neemt hij over, maar van de winkel zal een woning worden gemaakt. Dat is wel een gemis voor de buurt, sommige mensen komen hier al vijftig jaar.”

Lees ook: Groenteboer maakt tijdelijk fruitkunstwerk

In die jaren veranderde zijn assortiment met de wijk mee. „Vroeger woonden hier bijna alleen maar oude mensen, die kochten twee ons zuurkool, een pondje kasbonen, twee aardappelen en een bloemkool. In 1994 waren wij de eerste die geschilde asperges verkochten. Toen we vier jaar later begonnen met fruikshakes bestond dat nog helemaal niet, we verkochten er honderden per dag. Soms komen hier Marokkanen binnen die me omhelzen: ‘U was die leuke groenteman van vroeger en u bent er nog!’”

Hij heeft het er zichtbaar moeilijk mee. „Alles verdwijnt. Zoals dat ventje dat net een pak melk komt halen, die moet straks naar de Albert Heijn. Ik moet er niet te lang over nadenken, anders ga ik janken. Ondanks dat mijn hersenen weten dat het goed is schreeuwt mijn hart: nee! Als vandaag de koper belt en zegt ‘het gaat niet door’, dan doe ik een klein vreugdedansje. Het mooie is dat mensen me ook feliciteren en zeggen: ‘Je hebt het goed gedaan.’”

Wat hij hierna gaat doen weet Van de Polder nog niet. „Ik ben een bezige bij dus ik blijf voorlopig werken. Als ik vijftig uur ga werken heb ik er toch zeker dertig over. Toch moet je niet verbaasd opkijken als ik over twee jaar doodziek van ellende verderop een winkel open.”