Foto’s van Wilhelmina, en andere amateurs

Fotografie Dankzij de komst van de kleine camera kon eind 19de eeuw iedereen zelf fotograferen. De opmaat naar de moderne fotografie is nu te zien in het Rijksmuseum.

Noordzee, circa 1907.
Noordzee, circa 1907. Foto Koningin Wilhelmina

Een maand. Zo lang moest je eind negentiende eeuw wachten voordat je de foto’s kon zien die je had gemaakt van je zoon, je huis, de tuin van je grachtenpand, het San Marcoplein in Venetië. De Kodak-camera waarmee toen duizenden mensen gingen fotograferen moest in z’n geheel terug naar de winkel. Daar werd in de donkere kamer de film van honderd opnamen uit de hardkartonnen box gehaald en ontwikkeld, er werden afdrukjes gemaakt en er werd alvast een nieuwe filmrol in het apparaat gedraaid. ‘You press the button, we do the rest’, beloofde Kodak – en voor het publiek was dat een ware bevrijding, ook al duurde het vier weken voordat de envelop met foto’s kon worden opgehaald.

„In deze tijd waarin we continu foto’s maken, ze onmiddellijk kunnen zien en delen, is het niet meer voor te stellen, maar het was echt een revolutie, die eerste kleine en handzame camera’s. Ze zorgden voor vrijheid en mobiliteit, snelheid en dynamiek”, zegt Mattie Boom, conservator fotografie van het Rijksmuseum in Amsterdam. „Tot die tijd was het een kleine verhuizing om fotoapparatuur ter plekke te krijgen en werkten alleen de professionals ermee. Nu kon je zo’n camera gewoon om je nek hangen en overal mee naartoe nemen en werd het mogelijk om zelf bijzondere momenten vast te leggen.”

De ontwikkeling leidde tot een heel nieuwe groep fotografen: de amateurs. De huis-tuin-en-keukenfotografen die zonder artistieke aspiraties – „Wat niet wil zeggen dat ze geen talent hadden”, benadrukt Boom – maar vol enthousiasme hun omgeving, hun familie, hun reizen gingen vastleggen.

Mattie Boom onderzocht de afgelopen jaren honderden foto’s voor haar promotieonderzoek naar de opkomst van amateurfotografie in Nederland. Wat haar vooral opviel was hoezeer deze de opmaat bleek naar de moderne, hedendaagse fotografie. „De statische visuele cultuur werd dynamisch. De stad, de straat, de alledaagse werkelijkheid werden gefotografeerd in een rauwe, realistische stijl. Anders dan voorheen, toen je je portret kon laten maken door een professionele fotograaf of bij hem afbeeldingen kon kopen van een fraai landschapje of de Eiffeltoren, was je nu je eigen regisseur. Je kon zelf bepalen hoe je je leven in beeld wilde brengen.

Dat lijkt heel erg op hoe wij dat nu doen op Instagram en Facebook. Ze schetsten altijd een rooskleurig beeld, iedereen lacht

Mattie Boom, conservator fotografie Rijksmuseum

Wat opvalt is dat mensen ook toen vooral de hoogtepunten lieten zien; de feestjes, de uitstapjes. Boom: „Dat lijkt heel erg op hoe wij dat nu doen op Instagram en Facebook. Ze schetsten altijd een rooskleurig beeld, iedereen lacht. Ziekte en ellende zie je weinig op de foto’s van toen, net zoals dat nu buiten de sociale media wordt gehouden.”

Een andere parallel die Boom signaleert is dat het grote aantal amateurs toen, met hun niet aflatende beeldproductie, net als nu een bedreiging vormen voor andere fotografen: „Aan het eind van de negentiende eeuw was er een groep die fotografie wilden verheffen tot kunst – de Picturalisten, die vonden dat hun artistieke foto’s zich konden meten met de schilderkunst. Komen daar ineens al die amateurs met hun gebrekkige techniek en hun achteloze snapshots om de hoek kijken. Nu zie je dat de amateurs het vak van de fotojournalist bedreigen. Elk nieuwsmedium plaatst wel eens foto’s van een amateur, het gaat om enorme aantallen beelden die online worden gedeeld en het is vaak gratis. Dat de fotojournalisten laatst zijn gaan staken is heel begrijpelijk, met die lage tarieven die er voor hun werk worden betaald. Maar ik vrees dat die ontwikkeling niet meer te stuiten is.”

Vijf foto’s, met toelichting van conservator Mattie Boom

Noordzee, circa 1907. Foto Koningin Wilhelmina

„Wilhemina was een fervent amateurfotograaf”, zegt conservator Mattie Boom. „Mieke Jansen van de Koninlijke Verzamelingen in Den Haag, waar deze foto vandaan komt, schreef erover dat ze haar eerste camera, een Kodak-box, kreeg tijdens Kerst op Paleis Het Loo in december 1888, ze was toen acht. Aan haar Engelse gouvernante schrijft Wilhelmina daarover: „Ik kreeg een apparaat om foto’s te maken, nu kan ik mijn kinderen fotograferen.” Haar kinderen, dat waren haar poppen. Een aantal van haar foto’s werd in 1908 in een eigen zaaltje op de bovenverdieping van het Stedelijk Museum tentoongesteld, in een van de eerste fototentoonstellingen in Nederland. Koninklijke Verzamelingen, Den Haag

Aan boord, Warnemünde, circa 1892. Foto Willem Frederik Piek jr

De foto is afkomstig uit het album Scraps, het enige bewaard gebleven Nederlandse Kodak-album, dat een verzamelaar in 1973 vond op het Amsterdamse Waterlooplein en later door het Rijksmuseum werd aangekocht. Mattie Boom kwam erachter dat het eigendom was geweest van de familie van Willem Frederik Piek senior, een Amsterdamse bankier en effectenhandelaar. Zoon Willem Frederik junior maakte deze foto van een groep vrienden tijdens een uitstapje naar de Oostzee. Boom: „Hij heeft deze jongens vast gevraagd om te springen. In de handboeken voor amateurs stond dit soort trucjes. Ineens is er zo’n snelle film, zo’n handige camera, de jonge Willem zal daar vast mee geëxperimenteerd hebben.” Rijksmuseum, Amsterdam

Groepsportret met zelfontspanner, 18 september 1887. Foto J.J.M. Guy de Coral

„Een brede middenklasse kan het zich eind negentiende eeuw ineens veroorloven te reizen in eigen land. Jonge mannen met interesse in nieuwe technologie en de nieuwste gadgets worden lid van de net opgerichte fietsersbond ANWB en wat blijkt: veel van hen zijn ook lid van fotografieverenigingen”, vertelt conservator Mattie Boom. „Tja, je bent gek op de nieuwste snufjes of niet. Door het hele land had de ANWB donkere kamers ingericht voor deze fietsende fotografen, zodat ze onderweg hun foto’s konden afdrukken en hun rolletjes konden wisselen.” ANWB Historisch Archief, Den Haag

Dubbelzelfportret, 1921. Foto Theo en Nelly van Doesburg

Mattie Boom: „Lange tijd heeft men gedacht dat dit portret van het kunstenaarsechtpaar Van Doesburg was gemaakt door Bauhaus-fotograaf Lucia Moholy. Niet zo gek, het is echt de stijl waarmee zij bekend werd. Ik heb research gedaan naar het beeld en ontdekt dat Theo van Doesburg deze foto zelf moet hebben gemaakt. ‘Een snapshot in de zon’, noemt hij het. Ik denk dat Lucia Moholy dit beeld bij hen heeft gezien en zo haar ‘eigen’ stijl heeft ontwikkeld.” Rijksmuseum, Amsterdam. Aankoop uit het Paul Huf Fonds/Rijksmuseum Fonds

Familie Enthoven op Normandisch strand, 1900. Fotograaf anoniem

Conservator Mattie Boom vond dit album op een rommelmarkt in Rome en deed voor haar promotie onderzoek naar de herkomst. „Het bleek van de welgestelde Nederlandse familie Enthoven. Fotografie was een hobby voor rijke jongelui – al die rolletjes, platen, kartons, nieuwe camera’s, dat was natuurlijk hartstikke duur. Dat we hier de dochter van de familie met een camera in haar hand zien is best bijzonder. Van de 1.082 namen die ik nu heb vastgelegd van mensen die vóór 1900 hebben gefotografeerd, zijn maar 60 vrouw. Al die fotografenverenigingen met hun enthousiasme voor de nieuwste films en camera’s, het was echt een mannenwereld.” Rijksmuseum, Amsterdam

Iedereen fotografeert: t/m 10 juni in het Rijksmuseum, Amsterdam. Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Everyone a Photographer, een bewerking van het proefschrift van Mattie Boom. 39,95 euro

    • Rianne van Dijck