Zuur verlies voor gedreven Ajax

Champions League Ondanks overtuigend spel en een overschot aan kansen verloor Ajax in de achtste finale thuis tegen Real Madrid met 2-1.

Real Madrid-doelman Thibaut Courtois brengt redding voordat de Ajax-aanvallers gevaarlijk kunnen worden.
Real Madrid-doelman Thibaut Courtois brengt redding voordat de Ajax-aanvallers gevaarlijk kunnen worden. Foto Peter Dejong/AP

Ajax heeft de heenwedstrijd in de achtste finale van de Champions League met 2-1 verloren, in een duel dat in de slotfase toch in het voordeel van Real Madrid viel. Het eerste gelijkspel tegen, na zes verloren confrontaties in de afgelopen tien jaar, de succesvolste, rijkste club ter wereld leek bijna een feit, maar vijf minuten voor tijd sloeg Marco Asensio toe met de winnende treffer.

Dominant was de ploeg van coach Erik ten Hag lange tijd in de eigen Johan Cruijff Arena. Pas na een uur kwam het tot de eerste succesvolle tegenstoot van Real Madrid en meteen de openingstreffer van Karim Benzema. Maar veerkracht, zo vaak behouden voor de magische avonden in Europa, was voor even weer de deugd die Ajax definieert. Hakim Ziyech maakte de 1-1, een kwartier voor tijd – het bleek niet genoeg.

Vorm bestaat niet volgens Ajax-coach Ten Hag, wel bereidheid. Er is, kennelijk, wat voor nodig om zijn ploeg in gang te trekken en de allure van de Champions League is precies dat. Alles werd uit de kast getrokken, woensdagavond, in de zoektocht naar iets onvergetelijks. Stampvolle Arena, beukende beats. Publiek eronder, de afgang in Almelo van zaterdag lang vergeten. Duizenden mensen meer nog in de naastgelegen Ziggo Dome. Violist André Rieu streek over zijn snaren zoals hij dat ooit bij de geboorte van zijn roemrijke carrière deed in het Olympisch Stadion. Witte vlaggetjes dansten heen en weer. Dat is het mooie van een avondje Europees: de kans, hoe klein ook, op een wedstrijd voor de eeuwigheid – en er dan bij zijn geweest.

Ajax beantwoordde in overtuigende stijl aan het verlangen van het publiek, in een eerste helft waarin Real Madrid – het moet geschreven – soms weggetikt werd. De bezoekers, drie keer op rij de beste van Europa, ongekend in de moderne tijd, zagen de mannen in rood-wit razendsnel opdoemen. Passen, draaien, kort wegsprinten, aanbieden, inzakken. Grandioos. Onvoorstelbaar haast, na weken waarin de ploeg aan een cocktail van zelfoverschatting en stress ten onder ging in de eredivisie. Ajax leek een vaasje, maar doordeweeks, als de Champions League-hymne heeft geklonken, dan gebeurt er wat.

In de Johan Cruijff Arena gaat niemand verveeld naar huis, het is een fort vol sfeer tegenwoordig. De ploeg kwam gestaald en gedisciplineerd aan de aftrap, van zins om te plezieren. Van het afjagen van David Neres linksvoor tot het tackle op de achterlijn door rechtsachter Noussair Mazraoui, ineens was het weer: overgave. Ten Hag stuurde zijn Europese elf het veld in, ofwel Dusan Tadic in de punt van de aanval, effectief in zijn zwerftochten. Hij vertrok vanaf eigen helft, Schöne zag het. Het paste net, al hing een schouder over de middenlijn misschien. Bij twijfel niet vlaggen is het devies sinds de invoering van videoassistent (VAR). Maar de grensrechter vlagde niettemin, onwennig wellicht, het was pas dag twee van de VAR in de Champions League. Ajax mocht zich beklagen.

Lees ook de column van Wilfried de Jong over de VAR: We ‘varren’ ons een ongeluk

Ajax had tot dan slechts een schot van de rappe tiener Vinícius te duchten gehad, adequaat gepareerd door keeper André Onana. Het spel golfde op een neer, maar dan toch vooral beukend op de defensie van de Madrilenen, met de aanvoerder Sergio Ramos in de verdrukking. Alles kwam samen bij een serie passes vanaf links richting het centrum, waarbij Donny van de Beek rond de strafschopstip het overzicht bewaarde en met een voetbeweging Ziyech een vrije schietkans bood. De matige inzet was voor Real-doelman Thibaut Courtois.

Uit een corner kort daarop torende Matthijs de Ligt boven eenieder uit en bracht Courtois in verlegenheid. De rebound werd binnengekopt door Nicolás Tagliafico. Het feest barstte los, de zindering trok door het stadion – maar de VAR was onverbiddelijk. Hij zag, de preciezen kunnen daarmee instemmen, een hinderlijke beweging van Tadic richting keeper Courtois. Het publiek in de Arena walgde, maar het knappe was: het momentum leed er niet onder. Ajax vloeide over het veld.

Europa, dat is de lokroep van de confrontatie met de grootste clubs. Het verlangen druipt er bij Ajax vanaf: meedoen met de elite. Liefst, denk je soms, maakt de club zich los van die beslommeringen tegen pak ’m beet Heracles. Marc Overmars, directeur spelerszaken, komt weleens bij mensen om antiek in te kopen en hoort dan dat die mensen weer zo uitkijken naar die Europese avonden, „net als vroeger”. Het is zijn belangrijkste drijfveer: het bieden van die avonden, ook voor zichzelf, de zelfverklaard Champions League-verslaafde. Algemeen directeur Edwin van der Sar noemde de landstitel afgelopen weekend in de Volkskrant nog „de heilige graal”, maar twee jaar terug, op weg naar de finale van de Europa League, sprak hij andere taal. „Landstitels, graag”, zei hij. „Maar het gaat uiteindelijk om het blazoen in Europa.”

Lees ook dit interview met Marc Overmars: ‘Bij Ajax kan je niet bouwen aan de lange termijn. Daar heb ik vrede mee’

Ja, de focus ligt op Europa bij Ajax, als vaandeldrager van het Nederlandse clubvoetbal. Maar een achtste finale daadwerkelijk overleven, tegen de ploeg die van zegevieren een gewoonte heeft gemaakt? Heel lastig. Na een uur spelen was de Madrileense counter succesvol, onvermijdelijk haast dat dat één keer zou gebeuren. Vinícius sprintte Mazraoui er voor het eerst uit en zette zijn meteen door tot diep in de zestien, waar uiteindelijk Benzema vrijgespeeld werd. Op de plek waar Ziyech schutterde in de eerste helft, nagelde de spits van Real de bal in de kruising.

Maar Ajax legde zich niet neer bij het onvermijdelijke, bij de machtsverhouding van de club de 750 miljoen euro omzet draait. Het balverlies van Real op eigen helft was een kwartier voor tijd inleiding van een aanval waarbij Neres vanaf links de bal voortrok op Ziyech: 1-1.

Een manifestatie opnieuw van de kracht en beleving die afgelopen weken zo node gemist werd. Alles was vergeven, het publiek op de banken. Maar de tweede tegenstoot, vlak voor tijd, bleek fataal – met invaller Marco Asensio die binnengleed. Ja, bijna onvergetelijk. Over drie weken is de return in Madrid.

    • Bart Hinke