Recensie

Recensie Beeldende kunst

Virtuele lichamen krijgen het bij Kate Cooper zwaar te verduren

Beeldende kunst Kate Cooper maakt films die tegelijkertijd aantrekken en afstoten. In haar hyperrealistische animatiefilms, nu te zien bij A Tale of a Tub in Rotterdam, kaapt ze een bestaand schoonheidsideaal.

Kate Cooper, Symptom Machine, 2017.
Kate Cooper, Symptom Machine, 2017. Foto A Tale of a Tub, Courtesy de kunstenaar.

Ze verdwijnen onder de schrammen en blauwe plekken langzaam in zwarte, verstikkende rook, worden omhuld met een beklemmend halfdoorzichtig folie of kruipen hulpeloos over een lopende band: de virtuele lichamen in de kunstfilms van Kate Cooper (1984) krijgen het flink te verduren.

Voor de figuren in haar haarscherpe, computergeanimeerde video’s maakt Cooper gebruik van modellen uit online databanken. De digitale vrouwenlichamen kunnen oorspronkelijk bedoeld zijn voor een leven in online advertenties, porno of computergames. Met het gebruik van kant-en-klare modellen ‘kaapt’ ze een bestaand schoonheidsideaal. Cooper wil de machtsstructuren waaraan met name het vrouwelijke lichaam onderworpen is expliciet maken. De akelig perfecte modellen zijn zo realistisch dat het moeilijk is om niet met hun martelingen mee te voelen.

Kate Cooper, Sensory Primer, 2019.
Foto A Tale of a Tub, Courtesy de kunstenaar.
Kate Cooper, Sensory Primer, 2019.
Foto A Tale of a Tub, Courtesy de kunstenaar.

In de kleine kunstruimte A Tale of a Tub, in een voormalig badhuis in Rotterdam-West, is nu een aantal van Coopers films te zien, als resultaat van een opdracht van C.o.C.A., een Nederlandse vereniging van kunstverzamelaars. Voor de hoofdruimte van A Tale of a Tub maakte Cooper een nieuwe film. Anders dan in eerdere video’s duikt ze hier letterlijk onder de huid van haar onderwerp: Sensory Primer (2019) is een animatie van een röntgenscan van een lichaam. De levensgrote schermen zijn gevuld met een organisch lijnenspel van botten, aders, spierweefsel. Alles met elkaar verbonden, alles nodig om het geheel in leven te houden. Cooper toont het menselijk lichaam als autonoom systeem, dat tegelijk kwetsbaar is voor invloeden van buitenaf.

In de, moeilijk te vinden, kelder van A Tale of a Tub zijn eerdere video’s Symptom Machine (2017) en We Need Sanctuary (2016) te zien. Hier kruipen de virtuele modellen over de lopende band of worden ze belaagd door een zombiefiguur waarvan het gezicht altijd buiten beeld blijft. In de krappe, kille ruimte komen de projecties van alle kanten op je af.

Dat de exploiterende krachten in Coopers video’s buiten beeld blijven is sterk: de beelden wekken een vervelend onderbuikgevoel op, zonder specifiek te worden. De rijke pastelkleuren, het haarscherpe beeld en de dwingende soundtrack trekken je naar Coopers films toe, de duistere inhoud stoot je juist weer af. Dit zijn video’s als een stomp in je maag.