Meer vast, maar óók meer flex

Arbeidsmarkt Het aantal flexwerkers neemt toe, ook in sectoren met grote personeelstekorten. Hoe kan dat?

Pepijn Barnard

De arbeidsmarkt is krap, historisch krap. Nog nooit was het aantal vacatures in Nederland hoger dan nu. Personeel vinden wordt steeds moeilijker, met name in de zorg, techniek en ICT. Voor een op de vijf bedrijven betekenen die tekorten inmiddels een serieuze belemmering in de bedrijfsvoering.

Dat zorgt er voor dat weer meer vaste contracten worden uitgedeeld, en dat het aandeel werknemers met een vast contract stijgt (van 60,5 procent in 2017 naar 60,75 procent in 2018). Maar het absolute aantal flexwerkers bleef óók stijgen, melden CBS en TNO deze donderdag. In 2018 waren er ruim 3 miljoen flexwerkers (15 tot 75 jaar) in Nederland, op een beroepsbevolking van bijna 9 miljoen mensen. Ter vergelijking: in 2003 waren dat er zo’n 1,7 miljoen.

Die groep bestond in 2018 uit bijna twee miljoen flexibele werknemers met bijvoorbeeld een tijdelijk contract of een contract op oproepbasis en 1,1 miljoen zzp’ers, de meest voorkomende vorm van flexibele arbeid.

Deze zelfstandigen zonder personeel zijn oververtegenwoordigd onder auteurs, kunstenaars en fotografen – beroepsgroepen waarin het aandeel zzp’ers altijd al hoog was. Maar met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, duiken ze ook steeds vaker op in sectoren als de zorg en het onderwijs. En daar zou je ze, gezien de grote personeelstekorten, misschien minder snel verwachten.

Kiezen voor vrijheid

Zo steeg het aantal zzp’ers onder het verzorgend personeel in de gezondheidszorg van 8.000 in het derde kwartaal van 2016, naar 11.000 in het derde kwartaal van 2018. Onder artsen ging het aantal zzp’ers over dezelfde periode van 15.000 naar 24.000, aldus het CBS.

Volgens Solopartners, brancheorganisatie voor zelfstandigen in de zorg, kwamen er in 2018 ruim 13.000 zzp’ers bij in de sector, onder wie vooral verpleegkundigen. Die cijfers baseren zij op het aantal inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel (KVK) met een beroepsspecificatie in de zorg.

Volgens de brancheorganisatie kiest deze groep voornamelijk voor het ondernemerschap vanwege de vrijheid die het ze oplevert. De vrijheid om zelf te bepalen op welke tijden ze willen werken, hoe vaak en voor wie, waren veel genoemde redenen in een enquête onder zo’n 9.000 zelfstandigen in de zorg. Door de oplopende personeelstekorten neemt de werkdruk toe, en dat zorgt ervoor dat veel mensen verlangen naar meer zeggenschap.

In tijden van krapte is de overstap van vast naar flex bovendien gemakkelijker te maken: zorginstellingen die verlegen zitten om personeel, zullen sneller bereid zijn méér te betalen. En het ondernemerschap zelf levert natuurlijk ook allerlei fiscale voordelen op.

Nieuwe wet beoogt meer vaste contracten. Lukt dat?

Flexleraar

In het onderwijs is eenzelfde ontwikkeling te zien. Waren er tien jaar geleden bijvoorbeeld nog tweeduizend leerkrachten in het basisonderwijs die werden ingehuurd als zzp’er, in het derde kwartaal van 2018 waren dat er al zesduizend, becijferde het CBS. Die stijging zette zich vorig jaar voort.

De redenen die daaraan ten grondslag liggen zijn vergelijkbaar met die in de zorg: door zichzelf als zelfstandige in te laten huren, omzeilen docenten de toenemende werkdruk. Ze hebben meer te zeggen over het aantal dagen dat ze werken en voor wie ze werken. Verplichtingen zijn er minder, tijd is er meer.

Daarnaast geldt ook in deze sector dat docenten er bij een overstap van vast naar flex niet voor hoeven te vrezen erop achteruit te zullen gaan. Ook dáár zorgen de tekorten wel voor.