Opinie

In onzekere wereld is macht geen vies woord

Churchill-lezing Als grootste handelsblok kan een zelfverzekerd Europa zijn positie op het wereldtoneel veilig stellen, zei premier in zijn Winston Churchill-lezing in Zürich.

Premier Mark Rutte bij een portretfoto van Winston Churchill, voorafgaand aan een speech in het Canadese parlement in oktober 2018
Premier Mark Rutte bij een portretfoto van Winston Churchill, voorafgaand aan een speech in het Canadese parlement in oktober 2018 Foto Jerry Lampen/ANP

‘Toen Winston Churchill hier 73 jaar geleden sprak, lag het naoorlogse Europa nog in puin. Maar hij besloot met befaamde en energieke woorden van hoop: „Let Europe arise.”

En Europa ís opgestaan.

Door de Marshall-hulp. Door Europese samenwerking en de vestiging van een op regels gebaseerde wereldorde. En natuurlijk door de Pax Americana, die decennia zorgde voor een formidabele veiligheidsparaplu.

Ons subcontinent kwam tot bloei dankzij de interne markt en onze gezamenlijke inspanningen bij de totstandkoming en handhaving van democratische waarden en van een rechtsorde. Het was altijd die combinatie van aardse zaken en gedeelde waarden – de macht van zachte macht – die Europa uniek en sterk maakte.

Maar sinds een jaar of tien beleven we een nieuwe fase waarin harde macht de overhand over zachte macht lijkt te krijgen. Dat is niet van de ene op de andere dag gebeurd. De verschuiving van een internationale orde onder leiding van de VS naar een multipolaire wereld was immers allang op gang gekomen voordat president Trump aantrad. Er is ook actie en reactie, waarbij Rusland, China, India, Turkije, Brazilië hun eigen land voorop stellen.

Mijn belangrijkste boodschap is hier dan ook: de EU moet de realiteit onder ogen zien, en macht is geen vies woord. Realpolitik moet een wezenlijk element zijn in de Europese gereedschapskist voor het buitenlands beleid. Want als we in de geopolitiek alleen de deugden van principes prediken en terugschrikken voor de uitoefening van macht, dan kan ons continent misschien wel altijd gelijk hebben, maar zal het zelden relevant zijn. Macht en principes sluiten elkaar niet uit, maar gaan hand in hand. Het is verre van vanzelfsprekend dat we zullen houden wat we hebben.

‘Splendid isolation bestaat niet’

Ik wil me richten op drie strategische belangen: de toekomst van de wereldhandel, ons gezamenlijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en de energiezekerheid in het licht van de klimaatverandering.

Maar eerst noem ik drie grondbeginselen waar we altijd aan moeten vasthouden.

Allereerst moeten we meer dan ooit samen blijven optrekken. Als de Brexit-chaos iets leert, moet dat toch wel zijn dat een splendid isolation niet bestaat. In de EU kan niet worden gemarchandeerd over de democratie en de rechtsstaat. We moeten een grens blijven trekken als er fundamentele waarden onder druk komen te staan, zoals in landen als Polen en Hongarije.

Maar afspraak is ook afspraak als het gaat om de euro en het stabiliteits- en groeipact. Ook hier kan het systeem worden uitgehold als we ons niet aan de regels houden en dat kunnen we niet hebben. Eenheid verschaft ons het vermogen om in de buitenwereld op te treden. Voor mij is er geen tegenspraak tussen sterke lidstaten en een sterke EU. Integendeel. Zonder sterke lidstaten kan er geen sterke EU zijn.

Ten tweede is er het grondbeginsel van de op regels gebaseerde multilaterale wereldorde. En natuurlijk berust het naoorlogse succes van de EU en al haar lidstaten ook op de naoorlogse wereldorde, belichaamd in organisaties als de VN, de NAVO, het IMF en de Wereldhandelsorganisatie.

Het multilaterale stelsel is verre van volmaakt en er zijn altijd verbeteringen aan te brengen en maatregelen te nemen. Maar waar het mij om gaat is dat het in onze eigen welbegrepen belang is om te zorgen dat het systeem blijft werken nu de mondiale machtsverhoudingen verschuiven.

En dat brengt me bij het derde grondbeginsel: dat Europa minder zelfgenoegzaam en naïef en realistischer moet worden dan het in het verleden was. Persoonlijk ben ik in mijn meer dan acht jaar als premier tot de slotsom gekomen dat het ook een vorm van wijsheid is om af en toe streetwise te zijn.

Negatieve opvattingen van Trump

Neem bijvoorbeeld een aantal van de zeer negatieve opvattingen van president Trump over multilaterale organisaties en de EU. Europa zou veel meer moeten zijn als de optimist uit Sir Winston Churchills aforisme door in een probleem ook de mogelijkheden te zien die het biedt. Anders gezegd: het Amerikaanse beleid onder deze president zou weleens de aanzet kunnen zijn tot veranderingen ten goede.

Bijvoorbeeld om de VN doelmatiger te maken. Om de Wereldhandelsorganisatie te hervormen en meer bevoegdheden te geven. Of – jazeker – om te zorgen dat de EU als geheel en de Europese NAVO-lidstaten afzonderlijk meer verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid en bescherming nemen – ook al hangt daar een prijskaartje aan. Bovendien is het waar: soms moet je dansen met wie er op de dansvloer is. Maar laten we niet vergeten dat hetzelfde geldt voor onze danspartners.

Daarom geloof ik dat de trans-Atlantische band nooit zwak of achterhaald zal worden, hoezeer ze ook mag veranderen. Daarvoor staat aan beide zijden van de Atlantische Oceaan te veel op het spel.

Europa en de VS delen veel waarden en belangen. Wij zijn het fundament van de vrijheid, de democratie en de rechtsstaat. We zijn ’s werelds grootste handelspartners. En samen vormen we ’s werelds machtigste militaire bondgenootschap. De simpele waarheid is: als Europa gedijt, heeft Amerika daar baat bij, en omgekeerd.

Lees ook: Het gezag van Rutte in Europa groeit na brutaal ‘nee’

Ik denk dus dat we president Trump een zelfverzekerde boodschap te brengen hebben en dat we dat ook moeten doen. Als grootste interne markt en handelsblok ter wereld beschikt de EU over een machtige troef: markttoegang, en niet alleen via goederen en diensten, maar ook via visumvrij reizen.

De EU en haar lidstaten zijn nog altijd de belangrijkste donor als het gaat om ontwikkelingshulp en humanitaire bijstand. En ook al is en blijft de NAVO onze eerste verdedigingslinie, en onze waarborg voor veiligheid, we hebben toch ook de middelen om civiele en militaire missies in andere landen in te zetten. Het initiatief om de militaire mobiliteit binnen de EU te verbeteren, versterkt zowel de NAVO als de veiligheid van het Europese continent.

Economisch, strategisch en qua defensie is de EU dan ook verre van tandeloos. Maar we moeten wel bereid zijn om de instrumenten die we hebben te gebruiken. En als we het eens zijn over de grondbeginselen, laten we ons dan richten op drie van de nijpendste kwesties die een veel realistischer geopolitieke visie vereisen.

Energiezekerheid waarborgen

Hoe kunnen we een op regels gebaseerde wereldhandel en economische zekerheid veiligstellen? Hoe versterken we ons gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid? En hoe waarborgen we de energiezekerheid voor de Europese bevolking? Want we willen niet afhankelijk worden van een paar niet-Europese landen. En we moeten ons houden aan het akkoord van Parijs inzake de klimaatverandering.

De interne markt en het wereldhandelssysteem zijn de basis onder onze Europese welvaart, zoals die na de Tweede Wereldoorlog is gegroeid. De laatste jaren is er – terecht – veel aandacht geweest voor de terugkerende dreiging vanuit de VS over mogelijke tariefmuren en andere handelsbelemmeringen. Maar het valt niet te ontkennen dat er al jaren ernstige marktverstoringen zijn in het wereldhandelssysteem die het gelijke speelveld bedreigen, niet alleen voor bedrijven uit de VS, maar ook uit Europa. Dat is het echte onderliggende probleem.

In 1995 heeft de wereld met de totstandkoming van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) het grote belang van vrije wereldhandel, een voorspelbaar handelsklimaat met een gelijk speelveld en een effectief mechanisme voor geschillenbeslechting onderkend. Dit op regels gebaseerde systeem is de beste manier om de internationale welvaart te vergroten.

Sindsdien is er veel veranderd. En dan denk ik natuurlijk vooral aan China, dat niet schuwt zijn marktmacht in te zetten ter bescherming van de eigen economische en politieke belangen. Die zorg delen we met president Trump. Het is hoog tijd dat de VS en Europa de handen ineen slaan en echt werk maken van de hervorming van de WTO.

Waarmee ik aankom bij het gemeenschappelijke Europese buitenlands en veiligheidsbeleid. Zeker in de eigen geopolitieke achtertuin zou de EU een belangrijke politieke machtsfactor moeten zijn. Maar in werkelijkheid zijn we dat we niet, of in elk geval niet genoeg.

Geopolitiek irrelevant

Een van de grootste problemen is dat de lidstaten en de Europese instellingen in veel gevallen niet op een lijn zitten en in geopolitieke termen niet het aandeel leveren dat we zouden moeten en kunnen leveren. Denk aan het geweld in Syrië en Libië, aan de rand van ons continent en toch is de EU daar onvoldoende een relevante speler.

In het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid gaat het bij uitstek om een coherente inzet van instrumenten, dus niet alleen om defensie, maar ook om de kracht van sancties en diplomatieke middelen. Maar in de actualiteit wordt deze discussie nog vaak versmald tot onze financiële bijdrage aan de NAVO en de wenselijkheid van een Europees leger.

Lees ook: Stef Blok eist na Brexit belangrijke rol op voor Nederland in de EU

Laat ik daar kort dit over zeggen. Het naoorlogse Europese succesverhaal werd bereikt in de bipolaire tijd van de Koude Oorlog, met de VS als de overheersende wereldmacht. De EU-lidstaten konden zich veilig voelen onder de Pax Americana, verschaft door de NAVO. En in alle eerlijkheid: dat ging voor ons op een koopje. In 2014 is afgesproken dat alle NAVO-lidstaten toewerken naar een defensiebudget van twee procent van het nationaal inkomen in 2024. Voor die afspraak moeten we staan, niet alleen omdat de Amerikanen een punt hebben als ze aandringen, maar vooral omdat het in ons eigen belang is. De bedreigingen aan de buitengrenzen van de EU zijn sinds 2014 immers veel groter en onvoorspelbaarder geworden; vooral in het oosten natuurlijk.

Geen Europees leger

Als de NAVO onze eerste verdedigingslinie en onze waarborg voor veiligheid is en blijft, dan sluit dat naar mijn mening een Europees leger uit. Wat wel nodig is, is dat de Europese NAVO-lidstaten militair op eigen benen leren staan, meer samenwerken en minder zwaar leunen op Amerikaanse militaire capaciteit. De realiteit is dat in een veranderende veiligheidscontext voor de VS ook andere belangen zwaar zijn gaan wegen, bijvoorbeeld in Oost-Azië. Daarom moeten NAVO-lidstaten meer gaan investeren in hun eigen krijgsmachten en nog intensiever gaan samenwerken, ook in EU-verband.

Sancties spelen in het buitenlands beleid van Europa en de lidstaten, ook van Nederland, een steeds grotere rol. Soms opereert de EU daarin relatief eensgezind en effectief, denk aan de sancties tegen Rusland, Iran en Syrië. Maar veel vaker blijft het optreden van de EU tandeloos, omdat alle 28 lidstaten het met elkaar eens moeten zijn en er vaak deelbelangen een rol spelen. Maar ik vind wel dat we serieus moeten overwegen om voor specifieke, afgebakende gevallen besluitvorming met gekwalificeerde meerderheden mogelijk te maken.

Lees ook: Koele minnaar EU steeds meer Europeaan

We hebben meer slagkracht nodig. Natuurlijk, ook op dit terrein zet de EU zeker stappen, al is daar vaak een incident of crisis voor nodig. Zo hebben de Skripal-affaire en het gebruik van chemische wapens in Syrië het besluit over een EU-sanctieregime tegen het gebruik van chemische wapens versneld. En nadat op Nederlands grondgebied een Russische cyberaanval op de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens werd verijdeld, heeft ons land samen met anderen ook het initiatief genomen voor een nieuw cybersanctieregime. Zo ziet de buitenwereld dat de EU eensgezind kan optreden als dat nodig is.

EU wordt uit elkaar gespeeld

Maar we moeten ook reëel zijn: nog te vaak wordt de EU uit elkaar gespeeld. We moeten ons echt afvragen waarom VS-sancties zoveel meer impact hebben dan EU-sancties en wat we daarvan kunnen leren. In de kern komt het neer op de koppeling tussen de eigen marktmacht en de eigen geopolitieke doelstellingen.

Wie zich niet voegt naar de VS-sancties, heeft ook zelf geen toegang tot de Amerikaanse markt of financiering: wie in strijd handelt met VS-sancties heeft ook zelf een probleem. Dat beleid heeft de charme van de eenvoud, maar het gaat vaak in tegen de letter en de geest van de afspraken die we hebben gemaakt over vrije wereldhandel.

Ziehier het dilemma voor de EU. Want wat moet zwaarder wegen? De op regels gebaseerde orde, die zo belangrijk is voor onze welvaart – de zachte macht van principes? Of een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid met impact – de harde principes van de macht?

De kunst is natuurlijk om die twee met elkaar te verzoenen. De lidstaten en de Commissie moeten op dit punt veel meer gezamenlijk optrekken en eenduidig naar buiten treden. Dat begint met de bereidheid marktmacht te koppelen aan politieke doelstellingen en economische belangen.

Misschien wordt het tijd dat we een voorbeeld nemen aan het internationale handelsbeleid, waarin de EU via handelsverdragen marktmacht koppelt aan mensenrechten, duurzaamheid of arbeidsomstandigheden. De lidstaten spreken via de Europese Commissie met één mond tegen alle landen waarmee een handelsverdrag is gesloten of waarmee wordt onderhandeld. Die eenheid en regie is ook nodig in het sanctiebeleid en sanctietoezicht. Een gelijk speelveld vereist dat bedrijven weten dat overtreding van sancties in de hele EU gehandhaafd wordt.

De Europese Commissie kan de verbindende factor zijn tussen de nationale handhavingsautoriteiten, hen stimuleren adequaat te handhaven en aanspreken als dat niet gebeurt. De Commissie kan ook bedrijven in de hele EU informeren over wat wel en niet mag. Ik geloof dat hier een opdracht ligt na de Europese verkiezingen van mei dit jaar.

Lees ook: Ergernis over dubbele EU-houding Rutte

Pipeline politics

Feitelijk geldt iets soortgelijks op het terrein van energiezekerheid. Ook daarin moeten EU- lidstaten veel nauwer samen optrekken in de richting van derde landen. Onze eigen voorraden olie, kolen en gas raken op en de relatie met onze belangrijkste leveranciers – Rusland en enkele landen in het Midden-Oosten – is wel eens beter geweest. De energieprijzen liggen sinds enkele jaren structureel hoger dan in de vorige decennia. Bovendien is er de realiteit van de klimaatverandering en het Klimaatakkoord van Parijs die ons dwingen tot een forse CO2-reductie.

Niets doen betekent dat we steeds meer afhankelijk zullen worden van een paar landen die er geen been in zien via pipeline politics ongewenste invloed uit te oefenen binnen de EU en de lidstaten. Ik vind dat de EU hierin veel strategischer moet opereren. We zijn nog steeds veel te afhankelijk van Rusland en de Golfstaten. Dus wat ligt er meer voor de hand dan dat we ook leveringscontracten aangaan met producenten uit de VS, Canada, Noorwegen, Afrika en Centraal Azië? En dat we flink investeren in opslagcapaciteit voor vloeibaar aardgas?

Vervolgens moeten we bereid zijn de grote Europese marktmacht in te zetten als tegenwicht tegen landen die zulke ‘pijplijnpolitiek’ bedrijven als instrument in hun buitenlands beleid.

De laatste jaren zijn al maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat externe staatsgeleide spelers als Gazprom niet de controle kunnen krijgen over vitale energie-infrastructuur op Europees grondgebied. En mocht in de toekomst buiten het EU-grondgebied pijplijnpolitiek worden bedreven ten koste van ons, dan moeten we ook durven kijken naar mogelijkheden om daarop vanuit Europa gezamenlijk invloed uit te oefenen.

De vraag naar energiezekerheid kan natuurlijk niet los worden gezien van de noodzakelijke transitie naar schone energie. Omdat we de klimaatschuld niet aan volgende generaties kunnen doorgeven. Vanuit een economisch belang: de energietransitie wordt een drijfveer voor innovatie, die Europa kan helpen voorop te blijven lopen.

Strategisch klimaatdoel

Maar er is zeker ook het geopolitieke strategische belang dat we minder afhankelijk moeten worden van niet-Europese energieleveranciers. Ook daarom stelt Nederland een aanscherping voor van de Europese uitstootdoelstelling van CO2 naar een vermindering van 55 procent in 2030. De bottom line van deze redenering is dat het energiebeleid in de volle breedte steeds meer een Europese dimensie krijgt. En Nederland is bereid hierin meer en hechter samen te werken met de andere lidstaten, omdat een gedeeld belang ook een eigen belang is.

Dames en heren,

In zijn toespraak in Zürich voorspelde Winston Churchill in 1946 dat „binnen enkele jaren (…) heel Europa of het grootste deel daarvan even vrij en gelukkig zou kunnen zijn als Zwitserland nu is”. Hij noemde dit een potentieel „wonder” en wij weten, met de kennis van nu, dat dit wonder is gebeurd.

Het is nu aan ons om de positie van Europa op het wereldtoneel veilig te stellen, met zelfvertrouwen en een nieuwe realiteitszin. Omdat in een onzekere, multipolaire wereld ‘macht’ geen vies woord is. En ik denk dat wij naar die realiteit moeten handelen om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties Europese burgers hun eigen wonderen kunnen verwezenlijken.

Ik dank u.”

Dit is een ingekorte en bewerkte versie van de Churchill-lezing die premier Mark Rutte onder de titel ‘The EU: From the Power of Principles Towards Princples and Power’ op 13 februari heeft uitgesproken aan de Universiteit van Zürich. Vertaling uit het Engels: Rien Verhoef.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.