Een man met de Hongaarse vlag demonstreert in Boedapest tegen de regering van Orbán.

Foto Laszlo Balogh

‘Ik snap dat Nederlanders denken: waarom moet ons geld naar Hongarije?’

Marta Pardavi Boedapest weigert bezoek van een Nederlandse Kamerdelegatie. Dialoog met overheidsvertegenwoordigers „is niet meer mogelijk”, zegt Marta Pardavi van het Hongaarse Helsinki Comité.

Het is even zoeken naar het kantoor van Marta Pardavi in de binnenstad van Boedapest. Verstopt in een wooncomplex van grijze steen staat op de deur alleen het logo van het plaatselijke Helsinki Comité, niet de naam. Wie de mensenrechtenorganisatie opbelt, krijgt via een keuzemenu het antwoordapparaat. „Om onze medewerkers niet direct bloot te stellen aan alle hatelijke telefoontjes die we krijgen”, legt ze uit.

Pardavi prijkte afgelopen jaar op het lijstje van de 28 mensen shaping, shaking and stirring Europe van de nieuwssite Politico . Ze stond ook tussen de ruim tweehonderd academici, journalisten, activisten en ngo-bestuurders die in het regeringsgezinde Hongaarse tijdschrift Figyelö als‘staatsgevaarlijk’ werden bestempeld.

Te gast in Tweede Kamer

Pardavi geeft rechtsbijstand aan asielzoekers en aan Hongaren die ontslagen zijn na kritiek op de regering. Ze is daarom aangemerkt als „huurling” van de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros, de favoriete vijand van premier Viktor Orbán. „Van gewelddadige intimidatie is gelukkig nog nooit sprake geweest. Maar hoeveel haat moet er in de samenleving zijn voordat iemand – misschien iemand met psychische problemen – dat pad opgaat?” vraagt ze zich sinds de recente moord op burgemeester Adamowicz in het Poolse Gdansk af.

Deze donderdag is Pardavi te gast in de Tweede Kamer, om samen met andere deskundigen uit Hongarije en Polen te praten over de situatie van de rechtsstaat in die landen. Volgende week gaan Kamerleden zelf kijken in Warschau; in Boedapest is de Kamerdelegatie niet welkom.

Lees ook: Delegatie Tweede Kamer niet welkom in Hongarije

„De rol van de nationale parlementen is op dit moment erg belangrijk”, zegt Pardavi. „Zij moeten hun regeringen aansporen om volgende stappen te zetten.” In september stemde het Europees Parlement in met een zogeheten Artikel 7-procedure tegen Hongarije vanwege een „systematische dreiging voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten”.

Dat Europese regeringsleiders gevolg geven aan die strafprocedure lijkt uitgesloten, daarvoor is unanimiteit nodig. Maar de situatie in Hongarije, waar burgerrechten onder druk staan, migranten met een grenshek worden buitengehouden en media met enig bereik allemaal in handen zijn van regeringsgetrouwen, staat hierdoor wel op de agenda in andere lidstaten en speelt een rol in onderhandelingen voor de volgende EU-begroting.

Belastinggeld

„Ik kan me goed voorstellen,” zegt Pardavi „dat kiezers en Kamerleden in Nederland denken: waarom sponsoren wij met ons belastinggeld die illiberale, zichzelf verrijkende regering die noch Europese waarden, noch haar eigen burgers respecteert.”

Pardavi heeft geen bijster hoge verwachtingen van maatregelen van Brussel, laat staan Den Haag. „Financiële druk helpt, maar echte verandering zal van binnenuit moeten komen.” Daarvoor is lef nodig dat ze mist in haar eigen samenleving. Regelmatig kloppen Hongaren bij haar comité aan omdat ze zijn ontslagen na kritiek op Orbán en de zijnen, die sinds 2010 aan de macht zijn.

„Meedoen aan een demonstratie, een toespraak houden of zelfs een uitspraak op Facebook kan mensen bedreigen in hun levensonderhoud.”

Slechts enkele „alledaagse helden” durven met zo’n ervaring de openbaarheid of de rechter te zoeken.

Zelfcensuur

„Het heeft een verstikkend effect op de hele samenleving. Nog alarmerender dan de wetten en maatregelen van de regering is dat mensen die op een ministerie, een redactie of in een bedrijf werken – opgeleide, welvarende burgers – zich niet meer uitspreken en zichzelf censureren. Er wordt zó weinig verzet geboden.”

De ruimte voor maatschappelijke organisaties als de hare krimpt ondertussen door de actieve tegenwerking van regeringspartij Fidesz. Eenzelfde blokkade als Tweede Kamerleden nu ervaren. „Er is geen enkele dialoog meer mogelijk, we kunnen ze niet eens bereiken. Niet alleen politici, ook ambtenaren en rechters weigeren elk contact. Ze hebben de – niet irrationele – angst dat ze last kunnen krijgen van elke associatie met ons.”

Daarom vindt ze het bemoedigend dat eind vorig jaar „geheel tegen die trend” mensen de straat opgingen tegen de zogenoemde ‘slavenwet’. Die wet kan werknemers dwingen meer overuren te maken, terwijl het heel lang kan duren alvorens ze betaald krijgen. Ze prijst het vooral dat Hongaren van buiten Boedapest de moed vonden om te protesteren „met alle persoonlijke risico’s van dien”.

Toch lijkt voorlopig geen einde te komen aan de democratische steun die Orbán in eigen land heeft. Daarom maakt Marta Pardavi zich zorgen over de generatie van haar zoontje van acht, die opgroeit onder dit bewind. Wanneer zij hem ‘s ochtends met de bus naar school brengt, merkt ze hoe hij wordt blootgesteld aan alle propaganda. „Dan staan we bij de halte naast een reclamebord met het vervormde gezicht van Soros en afschuwelijke teksten erop. Of we zitten tegenover mensen die de gratis tabloid in het openbaar vervoer lezen. Met voorpagina’s die migranten als verkrachters neerzetten, of die uithalen naar het Helsinki Comité. Hij kan nu lezen, dus neemt dat allemaal op. Wat kun je daartegen doen?”

    • Emilie van Outeren