Het DNA van Karbaat mag uit de kluis

Rechtszaak Een groep donorkinderen mag het DNA van vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat gebruiken voor een vaderschapstest. „We willen zekerheid.”

Donorkinderen die hun DNA willen vergelijken met dat van Jan Karbaat bij de uitspraak in Rotterdam.
Donorkinderen die hun DNA willen vergelijken met dat van Jan Karbaat bij de uitspraak in Rotterdam. Foto Bas Czerwinski/ANP

Ze zijn bijna een vriendenclub geworden. De opluchting spat van de gezichten van de vermoedelijke donorkinderen van Jan Karbaat, na de uitspraak van de rechtbank in Rotterdam. Ze mogen het DNA van de overleden fertiliteitsarts gebruiken voor een vaderschapstest. Na de zitting staan ze de pers te woord. En dan: „Gaan jullie mee, koffiedrinken?”

Ze leren elkaar steeds beter kennen. De club wordt ook steeds groter. Eric Lever (41) sloot zich pas onlangs aan. Zijn DNA komt overeen met dat van de andere donorkinderen, van wie een deel een match heeft met een wettige zoon van Karbaat. Lever is vrijwel zeker dat de arts zijn vader is. „Eigenlijk twijfel ik er niet aan. Maar we willen zekerheid.”

Jan Karbaat werkte vanaf de jaren tachtig in zijn eigen Medisch Centrum Bijdorp, in Barendrecht. De kliniek werd in 2009 gesloten op last van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, omdat regels niet werden nageleefd. De arts verklaarde later dat hij zaad van verschillende mannen had gemengd en onjuiste donorpaspoorten had verstrekt.

Ook eigen sperma

Dat was niet het enige. Donorkinderen vreesden dat Karbaat ook zijn eigen sperma had gebruikt om vrouwen te bevruchten. Ze vinden dat ze veel op hem lijken. Ook zou de arts tegen een van de donorkinderen hebben gezegd dat hij haar vader zou kunnen zijn. Karbaat heeft dat altijd ontkend en weigerde mee te werken aan verwantschapsonderzoek.

Lees ook ‘Alsof de foto van deze arts een foto van mezelf was’

Tweeëntwintig donorkinderen en hun ouders wilden in 2017 via een kort geding bereiken dat Karbaat DNA zou afstaan. Maar de arts overleed enkele weken voor de zitting. De eisers kregen tegen de zin van Karbaats nabestaanden van de rechter toestemming om DNA van gebruiksvoorwerpen – zoals een tandenborstel – te laten veiligstellen. Dat ligt in de kluis bij een notaris.

Deze woensdag bepaalde de rechtbank in Rotterdam dat de donorkinderen hun DNA met dat van Karbaat mogen vergelijken. Vaststaat dat „sprake is geweest van onvolledige en inadequate dossiervorming bij MC Bijdorp”, vindt de rechtbank. „[...] aan de betrouwbaarheid van de door MC Bijdorp gearchiveerde gegevens van de donor, de patiënt en ontstane nakomelingen moet worden getwijfeld.”

Oude wetgeving

Karbaats nabestaanden beriepen zich erop dat zaaddonatie vóór 2004 – toen de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking trad – anoniem gebeurde. Maar de rechtbank vindt het waarborgen van die anonimiteit onder de toenmalige wetgeving in dit geval niet juist. „De positie waarin [Karbaat] als behandelend arts verkeerde is een geheel andere dan die van andere mannen die destijds als anonieme donoren semen ter beschikking hebben gesteld.”

Een deel van de donorkinderen is gesterkt in het vermoeden dat Karbaat hun vader is door de DNA-match met een wettige zoon. De man wendde zich na het overlijden van zijn vader anoniem tot Fiom, de stichting voor ongewenste zwangerschap en afstammingsvragen. Die houdt een databank bij waar donorkinderen en anonieme donoren van vóór 2004 zich kunnen inschrijven.

Niet definitief

Tot nu hebben 47 donorkinderen een ‘relevant biologisch verwantschap’ met Karbaats wettige zoon. Maar omdat de relatie tussen vader en zoon niet is onderzocht, is de verwantschap met de arts niet definitief. „Nu zouden we in theorie een andere vader kunnen hebben”, zegt Eric Lever. „We willen het graag zwart op wit.”

Hij is „niet boos op dokter Karbaat. Ik heb niet het gevoel dat hij mijn moeder heeft belazerd. Ze wilde heel graag een kind en kon geen kind krijgen met mijn opvoedvader. Ik weet pas vijftien jaar dat mijn opvoedvader niet mijn echte vader is. Mijn moeder en ik hadden het contact met hem verbroken, dus het was eigenlijk een opluchting om de waarheid te horen.”

Lever is militair arts – net als Karbaat eerder – en heeft in het Rotterdamse Zuiderziekenhuis gewerkt, waarvan Karbaat directeur is geweest. „Dat vind ik wel komisch.” Karbaat heeft in dat ziekenhuis ook vruchtbaarheidsbehandelingen uitgevoerd.

Onderzoek

Het Maasstad Ziekenhuis, waar het Zuiderziekenhuis in is opgegaan, is daarom in 2017 een onderzoek begonnen. De onderzoekscommissie heeft geconcludeerd dat door het ontbreken van een archief uit die tijd niet meer te achterhalen is wat de mogelijke omvang is geweest van de praktijken van Karbaat in het Zuiderziekenhuis.

„Er waren destijds geen regels vastgelegd omtrent het doneren van sperma. De heer Karbaat heeft waarschijnlijk zelf ook sperma gedoneerd”, laat een woordvoerder weten. „De commissie is van mening dat dit niet past bij een behandelrelatie tussen arts en patiënt. Het Maasstad Ziekenhuis voelt mee met degenen die negatieve gevolgen van deze handelswijze ondervinden.”

Eric Lever vindt het jammer dat hij Karbaat niet meer kan ontmoeten, maar het is „geen diep gemis”. „Ik heb niet het gevoel gehad dat ik niet verder zou kunnen met mijn leven als ik niet zou weten wie mijn biologische vader is. Ik vind het wel prettig. Karbaat was tot op hoge leeftijd gezond en is behoorlijk oud geworden. Mijn moeder is ook nog gezond. Dat is belangrijk, het zegt iets over mijn eigen gezondheid.”