Opinie

Een global village roept tribalisme op

Paul Scheffer

De ontnuchtering over de sociale media grijpt snel om zich heen. In een lange reportage over YouTube konden we dit weekeinde lezen hoezeer het medium een rol speelt in de radicalisering van gebruikers. Vooral de rechts- radicale scene blijkt gebruik te maken van dit internetkanaal. De extreme stemmen ter linkerzijde hebben meer vertrouwen in de gevestigde media. Dat verbaasde me niet.

Het omvangrijke onderzoek van de Volkskrant en De Correspondent liet vorige week zien hoe een kanaal als YouTube de broedplaats kan worden van haat. Een technologie-socioloog wordt aangehaald: „Met een miljard gebruikers of meer is YouTube mogelijk een van de grootste radicaliseringsinstrumenten van de 21ste eeuw.” Dat verbaasde me wel – ik zoek dan ook vooral naar video’s van Bob Dylan.

Los van links of rechts – etiketten die sowieso steeds minder beklijven – laat de ene na de andere beschouwing ons de keerzijde zien van de nieuwe informatiestromen die onze samenlevingen veranderen. De zorgen over de democratie in een tijd van ‘filterbubbels’ en ‘echokamers’ staan in schril contrast met de verwachtingen waarmee het internet werd begroet.

Vaak wordt dat aanvankelijke enthousiasme in verband gebracht met het werk van Marshall McLuhan. Deze invloedrijke Canadese filosoof is beroemd geworden met zijn uitspraak „the medium is the message”, waarmee hij wilde zeggen dat het medium de waarneming verandert: „Elk medium bezit de macht de argeloze zijn eigen veronderstellingen op te leggen.”

Hij voorspelde dat de moderne informatietechnologie de samenleving ingrijpend zou veranderen. Al in 1959 voorzag McLuhan het ontstaan van wat hij omschreef als een global village, de wereld als een groot dorp. Velen legden dat uit als een wenkend perspectief van onderlinge verbondenheid. McLuhan zag een andere kant: de wereldwijde communicatie zou een „nieuwe tribalisering” van de samenleving oproepen, mensen zouden zich terugtrekken in een krimpende kring van gelijkgezinden.

We zijn volgens de mediafilosoof verwikkeld geraakt in een wereldwijde afhankelijkheid, maar het onmiddellijke gevolg is niet zozeer een toenemende verbondenheid. Hij voorzag juist het uiteenvallen van de mensheid in nieuwe „stamverbanden”. De culturele omslag door de nieuwe informatietechnologie is volgens McLuhan een „traumatisch proces”: het lokt een „identiteitscrisis” uit die met geweld gepaard kan gaan.

Ik was verrast toen ik die diagnose van een halve eeuw geleden ergens tegenkwam. Mijn beeld van McLuhan was dat hij een nogal naïef geloof koesterde in het ‘werelddorp’ dat we met zijn allen bewoonbaar gingen maken. Dat idee hoor je bij mensen als Mark Zuckerberg: hoe meer we met elkaar in verbinding staan, hoe meer onderling begrip we ontwikkelen.

Daar was McLuhan kritisch over, al hoopte hij op een harmonieuze toekomst. In zijn laatste televisie-interview (1977), dat godlof op YouTube is te zien, reageert hij vol scepsis: „Hoe meer je met elkaar in aanraking komt, hoe meer je elkaar gaat waarderen?” Daar zag hij geen aanwijzingen voor: „De global village is de plek van heel moeilijke contacten en uiterst pijnlijke situaties.”

De radicalisering via YouTube zou McLuhan waarschijnlijk niet hebben verrast. Wel misschien de manier waarop het kanaal de aandacht van de gebruiker probeert vast te houden: „Een breed gedeelde veronderstelling is dat de algoritmes dat doen door inhoud te pushen die woede opwekt of sensatiezucht bevredigt.” Die blikvernauwing is een verdienmodel, lezen we in het eerder genoemde onderzoek. De morele codes zijn bij dit bedrijf niet op orde.

De traditionele media hebben zeker hun bestaansrecht niet verloren. Ik was afgelopen zaterdag bij de viering van het honderdjarig bestaan van het Vlaamse dagblad De Standaard. De sfeer zat er goed in, want het gaat deze kwaliteitskrant beter dan de sombere verwachtingen zouden doen vermoeden. Die weerbaarheid is toegenomen door een beter gebruik van het internet.

Te midden van het feestgedruis dacht ik wel: hoe zou onze democratie er zonder zulke kranten uitzien? De kritiek op de gevestigde media is zeker niet onzinnig, al was het maar omdat zelfonderzoek vaak genoeg tekortschiet. Tegelijk is het onmiskenbaar dat zonder de redactionele cultuur en het collectieve geheugen van zulke kranten het sektarisme meer kans krijgt.

YouTube is een geweldig beeldarchief, maar heeft duidelijk schaduwkanten. De weerzin daartegen neemt toe, vooralsnog zonder effect. De sociale media groeien als kool. McLuhan zag al vroeg dat ons waarnemingsvermogen kan veranderen op een manier die we moeilijk doorzien. De roep om herbezinning loopt hopeloos achter bij de onverdraagzaamheid die deze media versterken.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.