Change politics, not the climate

Ewoud Sanders

Woordhoek

Er komt voorlopig geen tweede demonstratie van middelbare scholieren in Den Haag, want zij zijn in gesprek gegaan met politici. Dat lijkt mij een mooie uitkomst van een demonstratie die taalkundig gezien twee zaken duidelijk maakte: scholieren hebben een voorkeur voor Engelstalige leuzen en ze zijn een stuk creatiever dan veel volwassenen.

Het CDA is zojuist een campagne begonnen met de leus „Een hele goede morgen.” Ik vermoed dat veel leraren Nederlands op middelbare scholen hele hier zouden vervangen door heel. Eventueel met als toelichting: weliswaar zeggen we hele goede of eigenlijk nog vaker hele goeie morgen, maar als je het opschrijft heeft heel als bijwoord nog altijd de voorkeur. Politiek gezien is de CDA-leus enigszins ironisch. In een filmpje zien we Sybrand Buma als eerste een jongere een hele goede morgen wensen, om die boodschap door te geven. Aardig van Buma, maar de rem van het CDA op klimaatmaatregelen zal juist tot steeds minder goede morgens leiden – dat is wat die partij op langere termijn aan jongeren doorgeeft.

Gelukkig lieten de leuzen van de demonstrerende scholieren niets aan duidelijkheid te wensen over. Ik vermijd hier het woord klimaatspijbelaars omdat spijbelen een negatieve gevoelswaarde heeft. Sommigen proberen de scholieren weg te zetten als opportunistische hamburgereters, maar opportunisme is per definitie veel sterker verbonden aan de politiek dan aan demonstreren. „We hebben meer moeite gestoken in dit spandoek, dan jullie in onze toekomst!!” luidde de boodschap aan de regering op een spandoek. Voor de letters waren zes kleuren gebruikt. Er was nog zo’n kleurboodschap; een heldergroen spandoek stelde de urgente, retorische vraag: „Is this what our future will look like?!”

De spandoeken en protestborden bevatten opvallend veel seksuele toespelingen. „Ride dicks, not cars” (gedragen door jongens); „Eat pussy, not cows” (gedragen door meiden); „Fuck me, not the planet” (een meisje); „Wreck my balls, not the planet” (jongens); „Ik val op mannen met een kleine ecologische voetafdruk” (meisje); „Stop opwarming, mijn vriendin is heet genoeg” (jongen links, meisje rechts).

Er was seks op rijm: „Neuk m’n reet, niet de planeet” en „Stop met masturberen en red de ijsberen”. Plus rijm in het algemeen: „Geen gelul, uitstoot naar nul” en „Help het klimaat voordat de wereld vergaat”. Het mooist vond ik „There is no planet B” (met een knipoog naar Brexit) en „Save the earth, it is the only planet with chocolate”.

Oppervlakkig gezien zou je kunnen zeggen dat politici en middelbare scholieren in hun taalgebruik naar elkaar toe groeien. Immers, de taal van het schoolplein lijkt ook voor politici steeds meer de norm te worden. Denk aan Ruttes bedroevende „Ik zou ze het liefst allemaal persoonlijk in elkaar slaan”. En aan: „Ik zal je najagen, dan ben je van mij!” – het dieptepunt van vorige week, opgetekend uit de mond van PVV’er Machiel de Graaf.

Maar volgens mij is er een essentieel verschil: de demonstrerende scholieren geven met hun slogans op hun eigen, creatieve manier uiting aan hun oprechte ongerustheid over het klimaat, terwijl het middelbareschoolgebral van politici voortkomt uit ongebreideld populisme. Kortweg: jeugdig idealisme versus puberaal populisme. Daarom verdient deze leus volgens mij extra aandacht: „Change politics, not the climate.”

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders