Ze gaf patiënten een stukje chocola – en dat mocht niet

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week arbeidsrecht: een (ernstig verwijtbare) fout en verloning via een zusterbedrijf

Foto iStock

Na een ziekteperiode komt de vrouw terug op haar werk in een zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Na één dienst werkt de vrouw een heel weekend. In dat weekend – begin maart 2018 – geeft de vrouw vier patiënten stukjes chocola en twee van hen ook stukjes leverworst, en dat had niet gemogen. De patiënten hebben problemen met slikken en mogen alleen gemalen voedsel, stelt de zorginstelling, die dan ook de kantonrechter om het ontslag van de medewerker vraagt wegens verwijtbaar handelen en wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De rechter stemt in met dat laatste en ontbindt het contract.

De zaak komt bij het hof Arnhem-Leeuwarden, dat zich buigt over de vraag of een transitievergoeding op zijn plaats is. Het hof stelt dat het recht op een transitievergoeding alleen wordt verloren als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer. Volgens de zorginstelling is dat zo: de veiligheid van de vier patiënten is door het handelen van de medewerker in het geding geweest en dus is dat handelen ernstig verwijtbaar.

Het hof stelt echter dat het „enkele feit dat een fout grote gevolgen kan hebben, nog niet betekent dat die fout in ernstige mate verwijtbaar is”. Het oordeelt dat de fout beide is aan te merken: de medewerker had zich op de hoogte moeten stellen van de actuele voedingsvoorschriften, de zorginstelling had inwerktijd moeten regelen, en draagt grote verantwoordelijkheid dat het personeel op de hoogte is van alle voorschriften.

Het hof waarschuwt: de balans slaat ten nadele van de vrouw door indien komt vast te staan dat zij een paar dagen later toch opnieuw chocola in vaste vorm aan een patiënt met verhoogd verslikkingsrisico heeft gegeven. De zorginstelling moet met bewijzen hiervoor komen. Tot die tijd is de zaak aangehouden.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:723
    • Anne van der Schoot