Opinie

Wat het onderwijs kan leren van zwemles

Onderwijsblog Duidelijke regels, veel oefenen, zelfvertrouwen opbouwen, zo moet het altijd gaan op school, vindt Tjip de Jong.

Remko de Waal/ANP XTRA

Ons onderwijssysteem piept en kraakt. Sommige experts vinden de tijd rijp om het roer radicaal om te gooien. Minder toetsen, diepere reflectie, meer leren leren en weg met de klassieke vakken. Maar waarom zo radicaal? Er zijn tal van plekken waar het geweldig goed gaat. En zwemles staat daarin voor mij op de absolute nummer één. We kunnen heel veel leren van deze onderwijskundige rots in de branding. Sterker nog, zwemles biedt ons onderwijs acht criteria voor een geweldige toekomst.

1. Zelfvertrouwen opbouwen

Leren zwemmen is niet alleen een fysieke vaardigheid, maar vraagt ook om zelfvertrouwen, ruimtelijk inzicht en het durven omgaan met nieuwe, spannende situaties. Zoals duiken, om vervolgens onder water naar een gat toe te zwemmen om daarna op een wiebelige mat naar de kant te klimmen. Of tien baantjes zwemmen met je kleren en schoenen aan. Loodzwaar! Ga dat kinderen van amper vijf maar eens leren. Zelfvertrouwen ontwikkelen is een cruciaal component in het aanleren van nieuwe vaardigheden en het toepassen van kennis.

2. Doen, doen en nog eens doen

Zwemmen doe je in het water. Dit klinkt misschien gek, maar op school vertroebelen allerlei ingewikkelde reflectie-oefeningen al gauw de essentie van iets nieuws aanleren. Denk aan het realistisch rekenen. Zwemmen leer je door te doen. Geen ingewikkelde oefeningen op het droge of een te lange uitleg over zwemtechnieken. Kinderen gaan meteen het water in en dan begint de les.

3. De rol van de ouders

Ouders hebben een duidelijke bijrol. Geen lange gesprekken over de te trage voortgang of onbewuste projectie van de ouders zelf. Deze invloed wordt sterk beperkt. Wie kent niet die vader of moeder die elke vrijdag vooraan staat om alweer een gesprek met de leerkracht aan te vragen? Zwembaden hebben hiervoor een handig systeem: lampen. Is de lamp blauw? Je mag nog drie minuten kijken. Is de lamp rood? Wegwezen. En het werkt echt.

4. Elk kind is gelijk

Er zijn geen aparte klasjes voor de zeer getalenteerde zwemmers. Alle kinderen zwemmen samen. Ik zie nooit ouders met ingewikkelde brieven van dokters of vage onderzoeksbureaus op de proppen komen om zo te eisen dat hun kind versneld doorstroomt. Alle kinderen beginnen in badje één. En als dat voldoende is, dan ga je naar badje twee. En als het in badje vier toevallig wat langer duurt, dan is dat maar even zo.

5. Duidelijke omgangsregels

Is het je wel eens opgevallen dat kinderen zich keurig gedragen tijdens de zwemles? Ze wachten in de rij tot ze het water in mogen. Er wordt niet geduwd of geschreeuwd, maar ook niet gevochten of gepest. Ze geven zelfs de zwemleraar uit zichzelf een hand en zeggen gedag! Bovendien, als de zwemleraar praat, wordt er geluisterd. Het kan de spanning zijn, maar zwemleraren stralen gezag en autoriteit uit. Dit staat haaks op wat veel onderzoek laat zien: dat leerkrachten moeite hebben met orde houden.

6. Kleine klassen

Er zijn geen overvolle zwemklasjes met dertig kinderen. Eén zwemleraar begeleidt meestal tussen de tien tot twaalf kinderen. De zwemleraar zwemt mee met de kinderen en doet oefeningen voor, moedigt aan en stuurt bij. Blijkbaar is deze ratio en groepsgrootte logisch voor de juiste aandacht en begeleiding om kinderen een nieuwe vaardigheid aan te leren.

7. Focus op vooruitgang

De voortgang van je kind is tegenwoordig keurig volgbaar in een digitale app. Het examen is voor elk kind in Nederland identiek en wordt regelmatig geëvalueerd. Elke week wordt de ontwikkeling met vlaggetjes of ballonnen bijgewerkt. Kinderen zijn hier nieuwsgierig naar, het is onderdeel van het leren. Slim zijn ook de rituelen en symbolen om de voortgang te markeren. Kinderen krijgen een armbandje, sticker of ander symbool bij het bereiken van een ‘nieuw badje’.

8. Altijd afzwemmen

Kinderen die opgaan voor het A-, B- of C-examen doen eerst proefexamen. Ik vermoed dat dit stiekem ook een toetsmoment is. Hierdoor is het formele afzwemmen, waar meestal familie bij aanwezig is, een feestelijk succesmoment. Zo slim bedacht! Kinderen zingen na afloop samen een liedje en knuffelen hun familie terwijl ze nog drijfnat zijn. Een examen waar iedereen blij van naar huis gaat, dat lijkt mij uniek.

Tot slot

Net zoals leren zwemmen is leren schrijven, rekenen of spellen gebaat bij duidelijke instructie, begeleiding en voldoende herhaling. Je kunt het niet leren zonder expertise en begeleiding van een professional. Het is opmerkelijk dat bij de zwemles in Nederland een leraar-kindratio gehanteerd wordt van één op tien. Blijkbaar is dit een grens om alle kinderen in anderhalf uur voldoende aandacht en instructie te geven.

Zwemles toont aan dat het mogelijk is een landelijk examen te ontwikkelen waar iedereen in het land zich maar al te graag aan wil houden. Bovendien is het leerproces nauw gekoppeld aan de eindnormen. Maar er zijn meer voordelen aan zwemles, zoals de mix van kinderen, de nuchtere behandeling van elk kind en de begrenzing van bemoeienis van overenthousiaste ouders.

Ons huidige onderwijs kan hier heel veel van opsteken.

Tjip de Jong is wetenschapper, docent en organisatieadviseur. Samen met prof. dr. Joseph Kessels schreef hij onder andere het filosofieboek ‘Denken in organisaties. Pleidooi voor een nieuwe Verlichting’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.