Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Tijd voor een nieuw middenblok – CDA66?

Tom-Jan Meeus

Veel wijst erop dat het CDA de sleutel van Rutte III in handen heeft. Eerst klaagden ze in de partij fluisterend over Buma’s leiderschap, de laatste weken semi-openbaar. Maandag zei een partijprominent: als de twee komende verkiezingen tegenvallen is het gedaan met Sybrand.

Ik weet niet of we dan nog lang een kabinet hebben.

Buma’s kandidaat-opvolgers, Hugo de Jonge en Wopke Hoekstra, zijn de uitverkorenen van de partijtop, met eerst Hoekstra op één in de informele pikorde. Hij mocht het verkiezingsprogramma voor 2017 al schrijven. Toen hij tijdelijk wegviel door een privésituatie, werd Hugo de Jonge op voorspraak van Rutger Ploum zijn vervanger. Ploum is sinds zaterdag partijvoorzitter – hij bepaalt straks hoe de nieuwe lijsttrekker wordt gekozen.

Buma positioneerde zijn partij zaterdag in ‘het midden’. Een late bekering. In 2012 pleitte een partijcommissie met oud-minister Aart Jan de Geus al voor ‘het radicale midden’: Buma negeerde het. Intussen heb je op het Binnenhof mensen die zien dat CDA en D66 tijdens Rutte III vaak samen optrekken. De gezamenlijke manoeuvre bij het kinderpardon volgde na samenwerking inzake de rekentoets, de Brexit-noodwet, kindhuwelijken, matchfixing, salarisverhoging leraren, hoorzitting MH17 etc. En Hoekstra’s toespraak op de laatste conferentie van VNO-NCW, zaterdag gepubliceerd in het AD, bevatte ideeën die bij D66-na-Pechtold passen: verklein inkomensverschillen; verbeter de onderwijstoegang voor kinderen van lage inkomens; ga flexwerk tegen.

Dus de vraag is: zou meer samenwerking van CDA en D66 mogelijk zijn? Beletsels genoeg. De ene partij is christelijk georiënteerd, de andere is tamelijk anti-religieus. Neem alleen al de medisch-ethische dossiers.

Aan de andere kant: als blok zouden ze, met 38 zetels, meteen de grootste zijn. En je kunt je, zoals Buma zaterdag, uitspreken tegen de flanken en de fragmentatie, maar de vraag is of dergelijke uitspraken kiezers imponeren.

De naoorlogse geschiedenis bewijst iets anders: een langzaam samengaan van middenpartijen is de effectiefste manier om het midden te herstellen en fragmentatie te bestrijden. Na eerste samenwerking in het CDA van drie christelijke partijen vanaf 1977, won die partij op één na alle verkiezingen tot 1994. Dit initieerde, in 1988, ook de fusie van GroenLinks uit vier ‘klein linkse’ partijen. De Kamer ging van veertien fracties in 1972 naar negen in 1989.

Misschien ontstaat zo’n beweging weer als CDA66 – Hoekstra en Kaag als duo-lijsttrekkers? – als blok zou meedoen aan de komende verkiezingen. Je weet: de kans is miniem. Maar wie werkelijk bezorgd is over de fragmentatie en de groeiende flanken, zal over dit soort oplossingen moeten nadenken.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.