Nu opereren of eerst gaan bewegen?

Kees van Laarhoven Chirurg Artsen en verpleegkundigen van het Radboudumc proberen gezonder te leven, in de hoop dat de patiënt die leefstijl overneemt

Foto LEX VAN LIESHOUT/ANP

Bij de lift van het Radboudumc in Nijmegen hangen bordjes: ‘Neem de trap als u kunt’. Als je die trap op loopt, zie je bij elke trede op een bordje hoeveel calorieën je hebt verbrand. Eerste trede: 0,3! Volgende trede: 0,6! Volgende: 0,9! En ga zo maar door.

Het zijn aanmoedigingen, bedoeld om het personeel van het academische ziekenhuis gezonder te laten leven. Ze zijn onderdeel van het programma Healthy Professionals, waar zeshonderd Radboud-werknemers aan meedoen. Doel is dat er over drie jaar drieduizend deelnemen.

Kees van Laarhoven, hoofd van de afdeling heelkunde, heeft zich ervoor ingespannen, in de hoop dat als verpleegkundigen en artsen gezonder leven, ze daar ook de patiënt van kunnen overtuigen.

Van Laarhoven, sinds 25 jaar maag-darmchirurg, is lichtelijk teleurgesteld: hij ziet al jaren dezelfde groep patiënten terugkeren. Mensen die te veel vet en suiker eten, te veel frisdrank en alcohol drinken, roken en te weinig bewegen. Hij en zijn collega’s zijn hoofdzakelijk bezig de schade die dat aanricht, te repareren.

Er zit iets fundamenteel verkeerd in de gezondheidszorg, zegt hij. „Wij medisch specialisten zijn alleen maar aan het oplappen. We worden betaald per verrichting. Hoe meer we doen – opereren, voorschrijven, ingrijpen – hoe meer we verdienen. Als je zou weten dat de rechter meer betaald krijgt voor een veroordeling dan voor vrijspraak, zou je dat toch onacceptabel vinden? Wij zouden ook betaald moeten worden als we níéts doen of de patiënt laten begeleiden bij leefstijlverandering. Dat duurt veel langer, maar is uiteindelijk effectiever en completer.”

Lees ook: Nooit een sportman, nu moet hij wel

Wel of niet opereren?

Neem de galstenenoperatie. 65 procent van de patiënten is daarna van zijn klachten af maar 35 procent niet. „Hadden we die operatie dan wel bij hem moeten doen? Soms heeft de patiënt er meer aan als hij vaker gaat lopen, bewegen, anders eten.”

Of neem het opereren van mensen met ernstig overgewicht, obesitas. In 2007 waren 222.000 Nederlanders zo zwaar (een body mass index boven 35 én diabetes) dat ze in aanmerking kwamen voor een operatie. In 2012 waren dat er al 335.000. In 2016 werden 10.004 magen verkleind of anderszins beperkt. Over twintig jaar hebben naar verwachting twee miljoen Nederlanders obesitas.

Van Laarhoven: „Je zou als chirurg géén maagverkleining, maagband of gastric bypass moeten mogen geven zonder intensieve, verplichte begeleiding door een diëtist. De motivatie voor de patiënt om zijn leefstijl te veranderen, is het grootst als hij ziek wordt. Wij zijn als artsen weleens te verlegen om dat moment aan te grijpen, maar dat moeten we wél doen.”

Te zwaar met 35 jaar

Hij ziet al van tevoren wie patiënt wordt. „Het begint als iemand ongeveer 35 jaar is en te zwaar is geworden. Dan komt hij voor een galblaasoperatie omdat hij last heeft van galstenen. Tien jaar later komt hij, nog zwaarder, met suikerziekte. Dan krijgt hij insuline. Tien jaar daarna heeft hij een maagband of maagverkleining nodig omdat hij obees is geworden. Rond zijn zestigste heeft hij hartklachten. Of etalagebenen, wegens vernauwde vaten. Dan krijgt hij een dotteroperatie.” En al die tijd had hij een te hoge bloeddruk en te hoog cholesterolgehalte, maar dat merkte hij niet.

Wat die patiënten nodig hebben, zegt Van Laarhoven, is leefstijlcoaching. Meteen op hun 35ste of liefst eerder. Twee jaar lang. Want dat is al aangetoond: pas als je als volwassene twee jaar lang je levensstijl kunt aanpassen, hou je het ook vol. Moet hij als arts niet gewoon tegen die 35-jarige met galstenen zeggen: ‘Als u zo doorgaat, staat u dit allemaal te wachten?’ Van Laarhoven: „Dat zeg ik nu ook. En de reactie is meestal: ‘O, dat wist ik helemaal niet.’”

Lees ook: Genees toch zélf je diabetes-2

Kijk, zegt hij, als je bewust zo leeft en de risico’s kent; prima. „Als je goed geïnformeerd bent en het niet erg vindt dat je tien jaar korter leeft dan de rest, oké.” De ervaring leert volgens Van Laarhoven dat áls mensen, zoals het personeel, eenmaal meedoen aan een leefstijlprogramma, ze het prettig vinden en gezonder gaan leven.

En als iemand níét met galstenen binnenkomt, hoe wil hij ze dan jong genoeg bereiken? Tijdens de zwangerschap of bij de huisarts en er moet meer gebeuren, zegt Van Laarhoven. „We leven in een obesogene samenleving. We doen zittend werk, rijden auto, nemen de lift, wonen in de stad. Sinds de jaren zestig is tarwe ons dominante voedsel geworden. We nemen sindsdien gemiddeld 300 tot 400 calorieën méér tot ons per dag en verbranden gemiddeld 300 à 400 calorieën minder per dag. Reken maar uit.”

    • Frederiek Weeda