Loon via zusterbedrijf

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: arbeidsrecht.

IStock

Na een half jaar arbeidsongeschiktheid keert de key-accountmanager in de zomer van 2018 terug op zijn werk. Kort daarop krijgt hij een allonge op zijn contract ter tekening voorgelegd. Daarin staat, onder meer, dat hij voor een zusterbedrijf gaat werken. Hij gaat niet akkoord. Een brief van personeelszaken volgt enkele weken later – per 1 september is het dienstverband overgezet naar het zusterbedrijf.

De zaak komt bij de rechter: de man vindt dat zijn ‘oude’ contract onrechtmatig is ontbonden en dat moet dan ook ongedaan gemaakt worden. Het bedrijf verweert zich door te stellen dat er geen sprake is van beëindiging van dienstverband, maar alleen van een administratieve aanpassing en verloning. Vanwege eerdere langdurige verzuimperiodes wilde het bedrijf de medewerker onderbrengen bij een zusterbedrijf omdat dat bedrijf wel verzekerd is voor de loonkosten tijdens ziekte van werknemers.

Maar de rechter stelt dat „het niet zo is dat er ‘slechts’ verloning plaatsvindt”. De rechter wijst erop dat bijvoorbeeld een faillissement van het zusterbedrijf grote gevolgen kan hebben voor de medewerker. Er is bijvoorbeeld geen terugkeergarantie. Het arbeidscontract is onrechtmatig ontbonden, de man moet zijn baan terug krijgen.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2019:694