Tish (KiKi Layne) met haar vader Joseph (Colman Domingo) in ‘If Beale Street Could Talk’.

Liefde en romantiek als frame om racisme aan te kaarten

Interview Regisseur Barry Jenkins schreef het scenario voor ‘If Beale Street Could Talk’ in cafeetjes in Berlijn. De film is volgens de Amerikaan geen aanklacht. Hij wilde vooral tonen dat „zwarte families een gemeenschap kunnen bouwen die ons beschermt”.

In het Soho Hotel, op een kraakheldere dag in Londen, stapt regisseur Barry Jenkins (1979) een hotelkamer binnen met een forse bokaal in zijn handen. „Het is koffie, geen wijn”, lacht hij, als de blik van het aangerukte pers op het donkere brouwsel in zijn glas valt.

Jenkins gaat zitten op een pluche bank, strijkt de kreukels uit zijn broek glad en kijkt op door zijn ronde brilletje. Zijn koffie blijft het hele gesprek onaangeroerd.

Jenkins is in Londen voor de promotie van If Beale Street Could Talk. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van James Baldwin en vertelt het liefdesverhaal van de Afro-Amerikaanse Fonny en Tish in de New Yorkse wijk Harlem. Hun liefde wordt wreed verstoord als Fonny ten onrechte in de gevangenis belandt. Jenkins: „If Beale Street Could Talk combineert twee stemmen van Baldwin. De ene wil een sensueel liefdesverhaal vertellen, de andere gaat in op het effect van de maatschappij op het leven van zwarte mensen.”

De roman If Beale Street Could Talk werd gepubliceerd in 1974, tien jaar nadat met de Civil Rights Act de segregatie in de Verenigde Staten was afgeschaft. Schrijver James Baldwin (1924-1987) was een prominente Afro-Amerikaanse intellectueel die sociale misstanden en wit superioriteitsdenken ook na de afschaffing van de segregatie messcherp bleef aankaarten: Raoul Peck richtte in 2016 een monument voor hem op in zijn Oscargenomineerde documentaire I Am Not Your Negro. In zijn essays en toespraken betoogde Baldwin dat racisme veel verder reikt dan politieke machtsstructuren en talloze facetten van de Amerikaanse cultuur raakt. Baldwin ontvluchtte de VS voor lange periodes, hij schreef vaak in Europa.

De Amerikaanse regisseur Jenkins vertelt dat ook hij graag werkt aan deze kant van de oceaan. In de zomer van 2013 schreef hij zijn adaptatie van If Beale Street Could Talk in Berlijn.

„Dat was niet per se om afstand te nemen, meer praktisch. Los Angeles liep negen uur achter, dus ik kreeg geen telefoontjes of mailtjes binnen, dat was heerlijk. En ik vind het leuk om de energie van de wereld te voelen terwijl je je in personages verdiept. Omdat ik de taal niet sprak, kon ik in heel luide cafeetjes werken terwijl ik toch het gevoel had dat ik in mijn eigen bubbel zat.”

Droomachtige verfilming

Die bubbel bleek productief. In dezelfde zomer werkte Jenkins aan het script van Moonlight, de film die in 2017 zijn doorbraak betekende. Met minieme tekst wist Jenkins de innerlijke strijd uit te beelden van de jonge Afro-Amerikaanse Chiron, wiens ontluikende homoseksualiteit schuurt met de machocultuur vol drugsmisbruik en geweld die hem omringt. Moonlight won de Oscar voor beste film.

De droomachtige verfilming van If Beale Street Could Talk vertelt het verhaal vanuit het perspectief van de negentienjarige Tish, wier jeugdvriendschap met Fonny uitgroeit tot een intense liefdesrelatie. Een racistische agent beticht Fonny ten onrechte van verkrachting. Vlak nadat hij in de gevangenis is beland, blijkt Tish zwanger te zijn. De familie zet alle zeilen bij om het jonge stel erdoorheen te loodsen en Fonny’s onschuld te bewijzen, maar dat blijkt praktisch onmogelijk in het Harlem van de jaren zeventig.

Blijven zoeken naar een liefdevolle connectie in schijnbaar onmogelijke omstandigheden is de rode draad in Jenkins’ werk. „Voor mij is dat het beste frame om een verhaal te vertellen. Liefde en romantiek, dat is iets wat iedereen herkent. Hoe slecht of goed je ook bent, zwart, wit, gay, maakt niet uit, dat is het gedeelde goed in ons leven. Zelfs nazi’s zijn vaak getrouwd, mensen die zwarte mensen tot slaaf maakten hebben ook families. Maar in de filmgeschiedenis staan liefdesverhalen vaak los van maatschappelijke omstandigheden.”

KiKi Layne (1992) en Stephan James (1993) vertolken de rollen van Tish en Fonny in If Beale Street Could Talk. De eerste speelfilm van nieuwkomer Layne in een glansrol als Tish, de schuchtere tiener die met de hulp van haar familie uit haar comfortzone moet stappen.

„We moesten aannemelijk maken dat de liefde van Tish en Fonny onder vuur komt te liggen. Daarvoor moesten wij ze in hun volledige menselijkheid erkennen en ze niet alleen zien als slachtoffers van wie het leven wordt verwoest door politiegeweld of statistiek. Maar als je de kostuums en decors vervangt kan het zich zo in het hier en nu afspelen.”

Stephan James bevindt zich als Fonny een groot deel van de film achter gevangenisglas. „Dat was niet makkelijk. Ik heb nooit in de gevangenis gezeten en moest begrijpen wat dat systeem met een persoon doet. Mijn inspiratie was de zestienjarige Kalief Browder, die in 2010 werd aangeklaagd voor het stelen van een rugtas, een misdaad die hij niet had begaan. Zijn familie kon de borg niet betalen, in afwachting van zijn proces zat hij drie jaar vast op Rikers Island.”

Browder werd uiteindelijk wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten, maar pleegde twee jaar na zijn vrijlating op 22-jarige leeftijd zelfmoord. James: „Het is een urgent probleem. Mass incarceration [het veelvuldig vastzetten van jonge Afro-Amerikanen in de gevangenis, red.] bevindt zich nu op zijn hoogtepunt, niet alleen in Amerika, maar wereldwijd. Browder was maar één persoon, er zijn duizenden jongemannen die hetzelfde doormaken. Fonny vertelt hun verhaal.”

Lees hier de recensie van ‘If Beale Street Could Talk’

Regisseur Barry Jenkins ziet If Beale Street Could Talk in eerste plaats niet als een aanklacht, maar wilde vooral tonen „dat zwarte families een gemeenschap kunnen bouwen die ons beschermt”.

„Dat geeft kracht om vol te houden. Het is niet op een gemakkelijke manier opbeurend, maar pleit voor doorzettingsvermogen.”

Jenkins had James Baldwin graag willen horen over hedendaags Amerika. „Van Barack Obama naar Donald Trump: het zou enorm interessant zijn om Baldwin daarmee te laten uitpakken. Hij zou pissig zijn, vermoed ik. Maar ook teleurgesteld omdat we zo weinig doen om iets te veranderen aan de weg die onze maatschappij nu inslaat.”

    • Dominique van Varsseveld