Johan Nijenhuis: ‘In romkoms kun je veel gekte kwijt’

Johan Nijenhuis De regisseur wil geen films maken met „te zware materie”. „Mijn films gaan over de leukste tijd, waarin twee mensen elkaar al struikelend veroveren.”

Loes (Susan Visser) ontdooit voor Jan (Jan Kooijman) in ‘Verliefd op Cuba’.
Loes (Susan Visser) ontdooit voor Jan (Jan Kooijman) in ‘Verliefd op Cuba’. Foto Maarten van Keller

‘Je kan me een rare fluitketel vinden, maar ik hou heel erg van dit soort films”, zei acteur Tjebbo Gerritsma vorig jaar tijdens de presentatie van de cast van Verliefd op Cuba, de nieuwe romkom van regisseur Johan Nijenhuis. „Mensen die struikelen, verliefdheid, clichédingen. Ik hou daarvan!” Hij leek zich bijna te verontschuldigen – herkenbaar voor iedereen die (net als ondergetekende) voor elke nieuwe Nijenhuis bij voorkeur solo naar de bioscoop sneakt. Dansen en sjansen, mooie locatieshots, lompe slapstick, doodgewone spreektaal en elke keer net een andere greep uit de trommel van Hollands acteer- en showtalent: komt u maar door. Filmbezoek als enkelvoudig escapisme, als denk- en piekerpauze. Bij Amerikaanse mega-producties ‘mag’ het, terwijl Nijenhuis bij het gros van het arthouse-publiek en de filmkritiek geldt als ‘fout’.

Formulewerk, wordt er vaak gesneerd – bij zijn films voor volwassenen werkt Nijenhuis, die ook tv-series en kinderfilms maakt, al jaren volgens een vast stramien van een fris ogende ensemblecast, dunne romantische plots en een happy end. De scripts van zijn recente successen (Verliefd op Ibiza, Toscaanse bruiloft, Onze jongens) werden allemaal geschreven door Annelou Verboon, voor het camerawerk werkt hij al jaren met Maarten van Keller. Allicht dat vijf van Nijenhuis’ titels de status van Platina Film (meer dan 400.000 bezoekers) behaalden. Maar dat is te makkelijk geredeneerd: daarvoor floppen er te veel Nederlandse romkoms, en wordt voorbijgegaan aan wat Nijenhuis (1968) kennelijk kán.

Nijenhuis kent zijn krachten en beperkingen als regisseur. Het begon met grootse dromen in het Twentse Markelo, waar zijn ouders een feestzaal bestierden en hij als klein jochie zijn moeder een groots opgezette dorpsrevue zag regisseren. Net als de meeste pubers hield Nijenhuis van blockbusters; op zijn kamer hing een foto van regisseur Steven Spielberg, meesterlijke ‘verhalenverteller met plaatjes’. Tijdens een uitwisseling op zijn zestiende kreeg Nijenhuis op een high school in Los Angeles les in filmtechniek en leerde hij het vak als een industrie te zien: de LA Times die elke dag op het gazon van zijn gastgezin plofte bevatte twintig pagina’s nieuws over ‘de business’. Na de Filmacademie, waar zijn generatie „gelukkig niet meer vies was” van het streven naar volle zalen, belandde Nijenhuis in het plezierige bootcamp van Goede Tijden, Slechte Tijden: elke dag een halfuur goeie tv maken zonder stunts of mooie sets is „retemoeilijk”, vindt hij nog steeds. „Bij een soap draait alles om de gezichten en de verhalen. En, zoals Joop van den Ende me voorhield: het publiek heeft altijd gelijk. Het hecht zich aan bepaalde gezichten, maar wil ook altijd iets nieuws.”

Soapies

Voor zijn speelfilmdebuut Costa! paste Nijenhuis zijn werkwijze niet drastisch aan: hij koos toen nog soapies Katja Schuurman en Georgina Verbaan voor hoofdrollen in plaats van de „24- en 25-jarigen met keurige dictie” die op de screentests afkwamen, en maakte van de wel van de toneelschool afkomstige Daan Schuurmans een meisjesidool. De onbevangen geacteerde, onbeschaamd oppervlakkige film werkte als een stoorzender: ruim 670.000 bezoekers, verontwaardigde critici. Nijenhuis schrok van de kille ontvangst, gaf hij later toe, maar hanteert inmiddels een strikt onderscheid tussen arthouse, waarin een regisseur met een duidelijk handschrift mikt op goeie recensies en (internationale) festivalroulatie, en publieksfilms zoals de zijne, waarin de macht van het getal geldt. Om subsidie van het Nederlands Filmfonds kan hij „helaas” nog altijd niet heen: „Nederland is nou eenmaal een klein afzetgebied, bij een duur project als Verliefd op Cuba (totaal budget: 2,5 miljoen) is overheidssteun onontbeerlijk. Maar dan moet je wel waar voor je geld leveren en breed uitpakken. Hollandse romkoms die floppen zijn vaak gewoon te goedkoop gemaakt.”

Over het arthouse-publiek maakt Nijenhuis zich geen illusies meer: daar moet hij het niet van hebben. Zijn doelgroep woont buiten de grote steden en is voor 70 procent vrouw. Productiebedrijf Nijenhuis & Co organiseert bij elke nieuwe titel previews voor liefhebbers, en hun mening telt zwaar: toen de emotionele respons bij Toscaanse Bruiloft (2014) nogal lauw bleek, werden er extra scènes opgenomen.

Lees hier de recensie van ‘Verliefd op Cuba’

Nijenhuis’ films zijn wat ze lijken. Gaat het over strippers (Onze jongens, 2016), dan wordt er gestript – op kantoor, op verjaardagen en bij een bejaardentehuis. Toscaanse Bruiloft is een extravaganza van bruidsjurken. Rokjesdag (2016) speelt zich grotendeels af tijdens een tapasavond voor singles, dus wordt er gezoend tijdens het gnocchi rollen. Op Cuba worden dikke sigaren gepaft. Overspel is alomtegenwoordig, maar niet onvergeeflijk: met elkaar naar bed gaan is in Nederland „niet meer zo’n big deal”, aldus Nijenhuis, zelf lid van een samengesteld gezin met vier kinderen. „Mijn films gaan over de leukste tijd, waarin twee mensen elkaar al struikelend veroveren. Daarna moet je nog verder natuurlijk, maar daarover gaan mijn films meestal niet.”

Met „te zware materie” heeft Nijenhuis zelf grote moeite; dan functioneert hij slecht op de set. „De kinderfilm Apenstreken (2014) speelde zich af tijdens de industriële revolutie, en de ellendige leefomstandigheden van toen drukten als een loden last op me. En dan moet het ook nog historisch correct zijn, je moet uitgebreid onderzoek doen… Dat botst met de entertainmentwaarde die mijn werk moet hebben.”

Op romantische komedies is Nijenhuis voorlopig niet uitgekeken – een „heerlijk” genre vindt hij het, hij voelt zich er steeds vrijer in. „Ik heb ook de tv-serie Penoza geproduceerd, maar het crime-genre is veel wetmatiger. In romkoms kun je veel gekte kwijt. Ik durf acteurs tegenwoordig ook meer los te laten.”

De vermeende ‘dood’ van de romkom geldt volgens hem vooral voor Hollywood: Europese landen maken ze tegenwoordig liever zelf. „Ik heb net nog een heel leuke Tsjechische gezien, en een Turkse. Het publiek wil zichzelf herkennen.”