Recensie

Recensie Film

‘If Beale Street Could Talk’ is bescheidener én ambitieuzer dan ‘Moonlight’

Drama ‘If Beale Street Could Talk’ is zowel een sociale schets vermomd als liefdesgeschiedenis, als een liefdesverhaal in de schaduw van zijn tijd.

Tish (KiKi Layne) en Fonny (Stephan James) in ‘If Beale Street Could Talk’.
Tish (KiKi Layne) en Fonny (Stephan James) in ‘If Beale Street Could Talk’.

If Beale Street Could Talk begint met een citaat uit de gelijknamige roman van James Baldwin. Het vertelt dat elke Afro-Amerikaan in ‘Beale Street’ is geboren, omdat elke zwarte buurt van elke Amerikaanse stad zo’n Beale Street kent, en dat hij in zijn boek die erfenis een stem geeft.

Baldwin had een heldere blik en scherpe pen als het erom ging de raciale spanningen in Amerika te observeren. If Beale Street Could Talk is zowel een sociale schets vermomd als liefdesgeschiedenis, als een liefdesverhaal in de schaduw van zijn tijd. Baldwin werd geprezen om de manier waarop hij – toen nog zeldzaam – zwarte Amerikanen waardig portretteerde, in complexe omstandigheden, maar zeker niet alleen als slachtoffer van hun situatie.

In zijn opvolger van het Oscarwinnende Moonlight bewijst regisseur Barry Jenkins waarom hij een van de grootste filmmakers van deze tijd is. Net zoals Baldwin splitst Jenkins het verhaal op in twee tijdlijnen: een verhaal van hoop en vrees en van toekomende en (nooit helemaal) voltooide tijd. Maar de filmmaker voegt daar nog nieuwe, filmische en fotografische lagen aan toe. Zo wordt If Beale Street Could Talk niet alleen een verhaal over 1974, maar ook over de jaren 50, toen de burgerrechtenbeweging opkwam. En over nu. Een film over historisch en persoonlijk geheugen en over de vraag hoe we met dat erfgoed omgaan.

Het verhaal is even simpel als complex. We volgen jonge geliefden Tish en Fonny zowel tijdens het prille begin van hun ontluikende romance, als op het moment dat Fonny onschuldig gevangen zit. Heden en verleden lopen naadloos in elkaar over. Cinema kan ondanks dat het een lineaire vorm is, van tijd een continuüm maken. Een flashback van een gesprek tussen Fonny en zijn net uit de gevangenis ontslagen vriend Danny over het inherente racisme van politie en het justitiële systeem behoort tot de hoogtepunten van de film. De intieme dialoog, de camera die zachtjes van de een naar de ander beweegt, de tijd wordt poreus en vloeibaar. De bittere melancholie van de situatie is geen herinnering meer, maar een vooruitspiegeling van wat komen gaat.

Lees ook een interview met regisseur Barry Jenkins over ‘If Beale Street Could Talk’

Nostalgie en maatschappijkritiek hoeven elkaar niet uit de sluiten, blijkt hieruit. Jenkins is een estheet. Een visuele verhalenverteller. Zijn camerastijl met onscherptes en verzadigde kleuren doet denken aan de eerste kleurenfoto’s van Amerikaanse straatfotografen, zoals Saul Leiter. Op het moment dat je dat ziet, begrijp je dat de hoofdpersonen van zijn film nog nooit recht hebben gehad op zeeën van groen en beelden zo zacht dat je ze op je netvlies voelt in plaats van ziet. Dan krijgen ook de zwart-wit foto’s van Afro-Amerikanen die door de film zijn gestrooid betekenis.

Tegenover elke officiële geschiedenis staat eentje die herinnerd moet worden, die kleur moet krijgen, maar die ook kleur moet bekennen. De film is daarin zowel bescheidener als ambitieuzer dan Moonlight. Jenkins zal om die laatste film herinnerd worden, maar If Beale Street Could Talk zal het meest impact op de filmgeschiedenis hebben.