Opinie

Hoekstra neemt het parlement niet serieus en schaadde DNB

Integriteit

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) heeft de Tweede Kamer vorige maand een nepbriefwisseling gestuurd tussen zijn ministerie en De Nederlandsche Bank. Ter voorbereiding van een debat met de Kamer over de afwikkeling van de ING-witwasaffaire kwamen DNB-directeur Klaas Knot en Hoekstra, zoals NRC dinsdag meldde, overeen welke vragen het departement zou stellen en wat daarop de antwoorden zouden moeten zijn. Uiteindelijk is de tekst van DNB voor een deel meegeschreven door Financiën.

De witwasaffaire bij ING, waarvoor deze grootste bank van Nederland een boete van 775 miljoen euro kreeg, kon schadelijke gevolgen hebben voor DNB. Dat vreesde men op het ministerie van Financiën. De Nederlandsche Bank is immers de onafhankelijke toezichthouder voor Nederlandse banken.

Uit de ambtelijke stukken blijkt dat in de top van Financiën wel degelijk de cruciale vraag is gesteld: „Heeft DNB zitten slapen?” Maar die vraag, die waarschijnlijk bevestigend moet worden beantwoord, is niet gesteld in de officiële briefwisseling.

Het punt is dat Hoekstra in het debat met de Kamer deed alsof hij niet op de hoogte was van de brief, die zijn ambtenaren voor een deel zelf hadden geschreven. Dat roept grote vragen op.

Een van de hoofdtaken van de Tweede Kamer is het controleren van de regering. Voor de goede uitoefening van die functie is correcte informatievoorziening cruciaal. Het onjuist informeren van de Tweede Kamer wordt daarom ook doorgaans aangemerkt als een politieke doodzonde. Het epistolaire één-tweetje tussen Hoekstra en Klaas Knot vorige maand is een variant op het verkeerd informeren van het parlement.

Immers ten onrechte wekte de minister de indruk dat zijn ministerie de controlerende rol op de toezichthouder had uitgeoefend. In werkelijkheid probeerde hij DNB uit de wind te houden. Het omgekeerde effect is nu bereikt: de hele gang van zaken wekt de indruk dat DNB lang niet zo onafhankelijk opereert als nodig is voor een toezichthouder.

De gang van zaken roept herinneringen op aan de affaire rond de Teevendeal, waarbij (toenmalige) Kamerleden Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff (beiden VVD) de Tweede Kamer op het verkeerde been zetten door mee te schrijven aan antwoorden op Kamervragen van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Uiteindelijk leidde de zaak tot het aftreden van Van der Steur als minister op dat departement.

Ook nu gaat het om het optreden van de verantwoordelijk minister op een ministerie waar zelfs de schijn van belangenverstrengeling ongewenst is. Temeer omdat de bank waar het om begonnen is, ING, sinds 2015 ook nog eens de huisbankier is van de Nederlandse overheid. Zo loopt het betalingsverkeer voor de Belastingdienst via ING. Hoekstra heeft, volgens het Het Financieele Dagblad, in de nasleep van de witwasaffaire weliswaar bekeken of daaraan een eind kan worden gemaakt, maar naar het zich laat aanzien kan het Rijk onder dat lopende contract niet zomaar uit.

Minister Hoekstra heeft nogal wat uit te leggen. Behalve om de informatieplicht aan de Tweede Kamer, gaat het hier uiteindelijk om de burger. Die moet vertrouwen kunnen hebben in een integere overheid. Dat is het fundament onder het staatsbestel.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.