Gordon Banks is voor altijd de keeper van ‘the greatest save ever’

Gordon Banks (1937-2019) Gordon Banks was doelman toen Engeland in 1966 de wereldtitel won, maar wordt vooral herinnerd door een redding, vier jaar later.

Gordon Banks als Engels international (in het geel). Rechts van hem aanvoerder Bobby Moore.
Gordon Banks als Engels international (in het geel). Rechts van hem aanvoerder Bobby Moore. Foto Action Images

Nonchalant staat Gordon Banks weer op. Van Alan Mullery krijgt hij een aai over de bol, van aanvoerder Bobby Moore een tikje op de billen. Hoekschop voor de Brazilianen.

Het is de tiende minuut van de groepswedstrijd tussen Brazilië en Engeland, op 7 juni 1970 tijdens het WK in Mexico. Jairzinho geeft voor op Pelé. „Gol!”, schreeuwt de Braziliaanse sterspeler als hij de bal hard kopt richting de, voor Banks, rechterhoek. Ook de Engelse doelman denkt dat de bal zit, tot hij de reactie van Pelé ziet. Want Banks heeft die ‘onhoudbare’ kopbal voor de doellijn weggetikt – the greatest save ever, volgens de Britten.

Bekijk hier de beelden van die redding in 1970:

Gordon Banks was ineens niet meer de doelman die met Engeland in 1966 op Wembley de wereldtitel won, maar voor altijd de man van die ene fenomenale redding. Terwijl het niet eens zijn beste was, vond Banks, die maandagnacht op 81-jarige leeftijd in zijn slaap overleed.

Hij wordt beschouwd als een van de beste keepers ooit. Pelé omschrijft hem als een „goalkeeper with magic”. Oud-international Eddy Pieters Graafland heeft Banks nooit op een fout kunnen betrappen. Hij roemt hem als „zeer betrouwbare keeper”, die „altijd op de plaats stond waar de bal kwam”.

Hoe goed hij ook was, The Banks of England keepte zijn hele carrière bij bescheiden clubs: acht seizoenen bij Leicester City en zeven bij Stoke. In die vijftien seizoenen en bijna 500 wedstrijden op het hoogste niveau won hij geen grote prijzen, alleen twee keer de League Cup.

Banks debuteerde in 1963 als Engels international en speelde in tien jaar 73 caps, waarin hij 35 keer de nul hield en slechts negen wedstrijden verloor. Hij maakte deel uit van het elftal dat Engeland in 1966 zijn enige wereldtitel schonk, een elftal met legendes als Bobby Moore, Alan Ball, Geoff Hurst en Nobby Stiles. Pas in de halve finale tegen Portugal werd Banks voor het eerst gepasseerd, uit een strafschop. Van het elftal dat op Wembley de finale won van West-Duitsland met 4-2 (na verlenging), is hij de vierde speler die is overleden.

Banks kwam in 2001 in de publiciteit toen hij zijn gouden WK-medaille via een veiling voor bijna 125.000 pond verkocht. De opbrengst was bedoeld om zijn twee dochters en zoon te helpen bij het kopen van een huis.

In de zomer van 1973 werd Banks gedwongen zijn loopbaan te beëindigen nadat het jaar ervoor bij een auto-ongeluk blind was geraakt aan zijn rechteroog. Toen hij op een dag verkeerd inschatte waar zijn kop thee stond, besefte hij dat het hem ook niet meer zou lukken de diepte en de snelheid van de bal te beoordelen.

Vier jaar later stond hij toch weer onder de lat, bij de Amerikaanse club Fort Lauderdale. Hij werd in de VS verkozen tot keeper van het seizoen. Ook als veertigjarige en met één oog was Banks nog steeds magisch.