Recensie

Recensie Theater

De prins wil een herenzwaan in omwerking ‘Swan Lake’

De Zuid-Afrikaanse Dada Masilo maakt één van de ‘witste’ balletten tot een lichtvoetig maar niet oppervlakkig kunstwerk over maatschappelijke misstanden in haar thuisland.

Met Swan Lake voegt de Zuid-Afrikaanse Dada Masilo zich in het rijtje van herinterpreterende choreografen als Mats Ek.
Met Swan Lake voegt de Zuid-Afrikaanse Dada Masilo zich in het rijtje van herinterpreterende choreografen als Mats Ek. Foto John Hogg
    • Francine van der Wiel

Vergeving? Een oorvijg kan Siegfried krijgen! Nee, anders dan in de klassieke versie Het Zwanenmeer ligt de donkere prins er helemaal uit, niet alleen bij zwanenkoninginnetje Odette (Dada Masilo). De reden: Siegfried geeft de voorkeur aan een zwanenprins. En van homoseksualiteit moet men niets hebben, in de sprookjeswereld niet, in Masilo’s thuisland Zuid-Afrika niet.

Behalve de magnetische soliste is Masilo ook de choreografe van dit Zwanenmeer. Ze schaart zich met haar radicale omwerking van het klassiekste en ‘witste’ ballet onder de negentiende-eeuwse balletten in het rijtje van herinterpreterende choreografen als Mats Ek en Maguy Marin. Met een mix van Afrikaanse stijlen en klassieke techniek vertelt zij het IJzeren Balletrepertoire na op een manier die maatschappelijke misstanden in Zuid-Afrika aan de kaak stelt. Soortgelijke bewerkingen, waaronder Romeo & Julia en Carmen, leverden haar vorig jaar de Prins Claus Next Generation Prijs op.

Geen persiflage

Masilo’s Swan Lake begint met een geestige introductie van het balletsprookje dat, zoals alle historische kunstvormen, vol eigenaardigheden zit. Maar ondanks herenzwanen, uitbundig schuddende bilpartijen, stotende torsen en pardoes in zwanenposes neerstortende dansers is de choreografie géén persiflage. Dat creëert, mét de manier waarop Masilo de swing en het ritme in Tsjaikovski’s beroemde muziek opzoekt, een autonoom kunstwerk, lichtvoetig maar niet oppervlakkig.

De grootste troef is Masilo zelf. Haar verliefde solo is magisch en meeslepend en verjaagt met aardse wellust het beeld van de etherische Odette uit traditionele uitvoeringen. Het overtroeft ook het liefdesduet van Siegfried met zijn mannenzwaan, terwijl de groepsdansen op den duur enigszins van hetzelfde laken een pak worden.

Tot slot naait Masilo de aids-epidemie in Afrika met wel heel grove steken aan haar Swan Lake. Op het klaaglijke Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt danst het ensemble in lange, zwarte tutu’s een dodendans. Aan het eind is iedereen geveld. Iets meer ruimte voor fantasie was mooi geweest.