Recensie

Ada en Wilma schud je niet zomaar af

Documentaire Filmmaker Stella van Voorst van Beest liep voor de documentaire ‘Goede Buren’ mee met twee vrijwilligers die in de Rotterdamse wijk IJsselmonde eenzame ouderen bezoeken. De kordate bemoeizucht van Ada en Wilma is nuttig en aandoenlijk.

Vrijwilligers Wilma (links) en Ada gaan op huisbezoek in ‘Goede Buren’.
Vrijwilligers Wilma (links) en Ada gaan op huisbezoek in ‘Goede Buren’.

In 2013 vonden bouwvakkers het lichaam van Bep de Bruin in haar Rotterdamse woning. Ze bleek tien jaar geleden overleden. Voor de gemeente was dat een aanleiding om via huisbezoeken de eenzaamheid onder 75-plussers te onderzoeken.

Filmmaker Stella van Voorst van Beest liep met twee vrijwillige huisbezoekers in de wijk IJsselmonde mee, Ada (65) en haar schorre overbuurvrouw Wilma (71). Van Voorst van Beest is een specialist in welvaartwanhoop: zie ’t Wordt toch niks (2001), een ode aan de Rotterdamse moppercultuur, of het opwekkend troosteloze Gevangenen van de grond (2009), over de Finse passie voor tango.

In Goede Buren blijkt de kordate bemoeizorg van Ada en Wilma nuttig. De droeve weduwnaar Jan (81) overstemt met denderende harmonicamuziek zijn eenzaamheid: een lieverd die blij is met elk contact. Heel anders is het gesteld met de stuurse weduwe Til (85), die beslist niet eenzaam is. Welnee, het is een komen en gaan bij haar, zegt ze. Til blijkt alleen te praten met hondje Sandy en de foto’s van haar man; haar dochter zag zij in geen veertig jaar. Maar hoe trots en lichtgeraakt ze ook is, Ada en Wilma schudt Til niet zomaar af. Gelukkig maar.

Je grinnikt in de finale om de statistieken waarmee de Rotterdamse taakgroep zichzelf feliciteert: 77 procent van de 75-plussers voelt zich nooit eenzaam. Tuurlijk. Maar door Ada en Wilma is Goede Buren in al zijn droefgeestigheid best een hoopvol miniatuurtje. Het is vreselijk allemaal. Zo erg is dat niet.

    • Coen van Zwol