Voor China is Venezuela misschien een eyeopener

Investeringen China Buitenlandse investeringen van China zijn vaak politiek én commercieel. Slaat na een miljardenverlies in Venezuela het beleid om?

De deal tussen China en Venezuela was in eerste instantie een win-win: Chávez kon met Chinees geld zijn socialistische heilstaat uitbouwen, China kon zijn economie voeden met Venezolaanse olie.
De deal tussen China en Venezuela was in eerste instantie een win-win: Chávez kon met Chinees geld zijn socialistische heilstaat uitbouwen, China kon zijn economie voeden met Venezolaanse olie. Foto Wil Riera/Bloomberg

Het leek een geweldig idee: China verstrekte vanaf 2007 ruimhartig leningen aan de socialistische president Hugo Chávez van Venezuela. Daar kwamen vanaf 2008 leningen bij die Venezuela beloofde terug te betalen in vaten ruwe olie. Een klassieke win-win: Chávez kon met het Chinese geld zijn socialistische heilstaat uitbouwen, China kon zijn hongerige economie voeden met Venezolaanse olie.

China produceert zelf nauwelijks olie, en Venezuela heeft de grootste voorraden ter wereld, groter zelfs dan die van Saoedi-Arabië. Beijing verstevigde zo ook nog eens zijn socialistische bondgenootschap met een land in de achtertuin van de Verenigde Staten.

Nu is dat geweldige idee uitgelopen op een ramp. Voor Venezuela, én voor China. China leende het land volgens gangbare schattingen 60 tot 70 miljard dollar (53 tot 62 miljard euro). Dat geld gebruikten Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro nauwelijks voor plannen die economisch rendement opleverden. Het ging naar grote sociale projecten en een deel verdween in de zakken van corrupte ambtenaren.

Toen de olieprijzen in 2014 begonnen te dalen en de olieproductie mede door mismanagement van de staatsoliebedrijven terugliep, kon Venezuela zijn schuld aan China niet meer zomaar aflossen. Van 2016 tot 2018 hoefde Venezuela alleen rente te betalen, zonder af te lossen. Met de economie ging het intussen alleen maar slechter. Waarschijnlijk heeft China nog minstens 20 miljard dollar tegoed.

Het is de vraag of China al dat geld nog terugkrijgt. Juan Guaidó, door onder meer Nederland en de VS al erkend als interim-president, zei deze maand tegen nieuwsorganisatie Bloomberg dat hij graag met China wil samenwerken en eerdere afspraken wil nakomen, maar alleen als die wettig en met toestemming van het parlement zijn gemaakt. In hoeverre dat zo is, is maar de vraag.

Lees meer over de zelfverklaarde ‘interim-leider’ Juan Guaidó: ‘Het leger moet de kant van het volk kiezen’

Zwakte in beleid

China zal zich ook wel belazerd voelen door Maduro en zijn voorganger, suggereerde Guaidó. „We willen een transparante relatie met China en een eind aan het plunderen van onze bronnen zoals onder de regering van Maduro gebeurde. Dat heeft uiteindelijk ook Chinese investeerders geschaad.” Volgens Guaidó zijn Chinese ontwikkelingsprojecten in Venezuela mislukt door corruptie en niet terugbetaalde schulden.

Dat het zo misliep met de Chinese leningen, geeft meteen ook een zwakte aan van het Chinese buitenlands beleid. Daarin lopen geopolitieke en economische belangen vaak door elkaar. China leende niet in ruil voor olie omdat dit de goedkoopste olie opleverde, maar omdat het zo energie op de lange termijn kon garanderen.

De Chinezen werkten evenmin met Venezuela samen omdat het land zo’n kredietwaardige partner was, maar omdat ze zo hun invloed in Zuid-Amerika konden uitbreiden. China verstrekte de leningen toen de meeste commerciële kredietverstrekkers en ontwikkelingsbanken dat al niet meer verantwoord vonden.

De risico’s van zulk beleid zijn groot, en niet alleen in financieel opzicht. Als in landen met schulden het idee ontstaat dat China zijn eigen belang voorop stelt en hen verder in de crisis drukt, kan dat tot een anti-Chinese stemming leiden.

De nieuwe Pakistaanse premier Imran Khan bijvoorbeeld was tijdens zijn verkiezingscampagne kritisch over de Pakistaanse samenwerking met China en het gebrek aan transparantie daarbij. Later slikte hij die kritiek weer in; Pakistan is te afhankelijk geworden van Chinees geld.

Soms regelt China fysiek onderpand bij leningen. Het bekendste voorbeeld is de haven van Hambantota in Sri Lanka. China heeft die haven voor 99 jaar in beheer gekregen omdat Sri Lanka niet kon aflossen. Ook in Kenia en Laos bestaat de verdenking dat China er grond en infrastructuur als onderpand in contracten met de overheid heeft opgenomen.

Toch heeft China niet zoveel aan dit soort extra zekerheid. Een haven of spoorlijn in een land dat economisch aan de grond zit, krijgen ook de Chinezen niet makkelijk rendabel.

Lees ook: Sri Lanka zit gevangen in Chinese schulden

Eyeopener

Voor China is Venezuela misschien een eyeopener. Wat betekent de mislukking van de eerst zo kansrijke samenwerking voor het concept van de Nieuwe Zijderoute? Werkt de vermenging van economische en politieke belangen in het buitenland, of kost het China op den duur alleen maar geld en internationaal aanzien?

Wat in China werkt, hoeft dat elders niet te doen. Zelf kwam het land tot ontwikkeling doordat de staat veel geld stak in infrastructurele projecten. De overheid gokte erop dit later terug te verdienen. Maar in landen die politiek en economisch minder stabiel zijn, lukt dit niet altijd. China heeft daar ook veel minder macht om aan economische en politieke knoppen te draaien.

Onder de Chinese bevolking is al langer gemor. Velen vinden dat China nog te arm is voor speculatieve internationale avonturen. Het geld kan beter worden besteed aan goed onderwijs en betere zorg in eigen land. De overheid gooit het geld dat Chinese arbeiders met bloed, zweet en tranen bij elkaar hebben verdiend in hun ogen wat al te gemakkelijk in het buitenland over de balk.

De moeilijkheid met deze kritiek en die van Chinese economen is dat de Nieuwe Zijderoute zo nauw met het prestige van president Xi Jinping is verbonden. Faalt de Nieuwe Zijderoute als strategisch concept, dan faalt ook Xi persoonlijk.