Opinie

Stef Blok heeft gelijk: een politieke Europese Commissie is slecht

Europese Unie

Een „institutionele staatsgreep” noemde minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) de geslaagde poging van het Europees Parlement van vijf jaar geleden om de Luxemburgse christendemocraat Jean-Claude Juncker door de Europese regeringsleiders benoemd te krijgen tot voorzitter van de Europese Commissie. Blok schreef dit vorige week in een opiniebijdrage voor de in het Europese circuit veel gelezen Financial Times. Tegenover de Tweede Kamer gaf hij enkele dagen later toe dat zijn woorden misschien wat stevig waren aangezet. Het ging volgens hem om „een dichterlijke vrijheid” die bij een opiniestuk past.

In elk geval heeft het gewerkt want aangesproken Europarlementariërs reageerden verontwaardigd. Gespeelde verontwaardiging, want dat de regeringsleiders niets zien in een procedure waarbij het Europees Parlement het volledig voor het zeggen heeft bij de aanstelling van de voorzitter van de Europese Commissie is bekend. In Nederland is kritiek op de rol die het Europees Parlement zich in het benoemingsproces toe-eigent één van de evergreens van premier Mark Rutte (VVD).

De controverse is terug te voeren op een verschillende uitleg van het artikel in het Europees Verdrag over de aanstelling van de Commissievoorzitter. In artikel 17 staat dat de regeringsleiders een commissievoorzitter bij het Europees Parlement voordragen „rekening houdend” met de uitslag van de parlementsverkiezingen en na „passende raadplegingen”. Met deze kandidaat moet het parlement in meerderheid instemmen. Het is een overduidelijke compromistekst die dan ook niet voor niets multi-interpretabel is.

De benoemingswijze die het Europees Parlement nastreeft is onlosmakelijk verbonden met de zogeheten ‘Spitzenkandidat’. Dat is de man of vrouw die de aan de Europese verkiezingen deelnemende partijen naar voren schuiven als hun kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie. Door er een persoon aan te koppelen zouden de door dramatische opkomstcijfers geteisterde verkiezingen meer onder de burgers gaan leven, was het idee. Ondanks de personalisering bleven er vijf jaar geleden opnieuw meer mensen thuis. Maar winnaar Juncker – als dat zo mag heten, hij was niet eens verkiesbaar – werd inderdaad voorzitter van de Europese Commissie.

Juncker heeft steeds gezegd een meer politieke commissie te willen zich daarbij beroepend op het kiezersmandaat. In lijn hiermee presenteert de Europese Commissie zichzelf als Team Juncker. Een absurde benaming want de Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese lidstaten die door hun regeringen naar voren zijn geschoven en niet uit mensen die door Juncker zijn uitgezocht. De Commissie heeft een nauw omschreven eigenstandige rol in het complexe Europese gangenstelsel, maar deze valt niet te vergelijken met een Europese regering.

Die vermeende politieke rol van de Commissie was een andere klacht die Blok uitte in zijn artikel voor de Financial Times. Hij heeft deels gelijk. Een politieke commissie dreigt zelf onderdeel te worden van het politieke debat. Dat is juist niet de bedoeling als de Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, in gebreke blijvende lidstaten bij de les moet houden.

De Europese Commissie is er de afgelopen jaren redelijk in geslaagd zich te beperken tot kerntaken. Nu nog het beperken van de politieke ambities. Politiek bedrijven is voorbehouden aan degenen die democratisch zijn verkozen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.