Schilder Robert Ryman was de meester van het witte vierkant

Robert Ryman (1930-2019) De Amerikaanse schilder Robert Ryman wijdde zijn hele leven aan een minimalistisch principe: het witte vierkant. Vrijdag overleed hij op 88-jarige leeftijd.

Kunstwerken van Robert Ryman op kunstbeurs Frieze in Londen in 2013.
Kunstwerken van Robert Ryman op kunstbeurs Frieze in Londen in 2013. Foto Oli Scarff

Het basisprobleem van een schilder, zo zei Robert Ryman eens, is: wat te doen met verf? „Wat gedaan wordt met verf is de essentie van alle schilderkunst.” De Amerikaanse kunstenaar, die vrijdag op 88-jarige leeftijd in New York overleed, beperkte zijn eigen werk tot een aantal overzichtelijke beginselen. Zo schilderde hij vrijwel altijd op een vierkant formaat en reduceerde hij zijn palet tot een klein aantal kleuren, waarvan de witte verf zijn handelsmerk werd.

Kunstenaar Robert Ryman voor een van zijn witte doeken.

Foto Wikimedia

Ryman, geboren in Nashville in 1930, was als kunstenaar autodidact. Hij studeerde eind jaren veertig muziek aan het Tennessee Polytechnic Institute en diende vervolgens twee jaar in het Amerikaanse leger, waar hij tijdens de Koreaanse Oorlog met een band langs Amerikaanse bases trok. Terug in Amerika verhuisde hij in 1953 naar New York met het idee jazzmuzikant te worden. Zijn bijbaantje als suppoost in het MoMA, waar hij samenwerkte met de jonge kunstenaars Sol LeWitt en Dan Flavin, wakkerde zijn liefde voor schilderkunst aan. In de zeven jaar dat hij in het MoMA werkte, werd hij vooral geraakt door de abstracte composities van Mark Rothko. Ryman waardeerde de ‘naaktheid’ van Rothko’s schilderijen en het feit dat ze nergens naar verwezen behalve naar zichzelf.

Een paar maanden nadat hij bij het MoMA was gaan werken, kocht Ryman een leeg doek en wat tubes olieverf, „om te zien wat de verf zou doen, en hoe de kwasten zouden werken”. Het was het begin van een onderzoek naar de mogelijkheden van verf dat hem de rest van zijn leven zou bezighouden. Aanvankelijk schilderde hij vooral met groen, maar al snel begon hij die kleurvlakken over te schilderen met wit, en had hij zijn roeping gevonden.

Robert Ryman, Untitled, 1961

Collectie MoMA New York

Noeste arbeid

Zoals de Nederlandse kunstenaar Jan Schoonhoven onvermoeibaar witte stukjes karton tot abstracte composities bouwde, zo waren ook de schilderijen van de verlegen Ryman de resultaten van noeste arbeid en opperste concentratie. Dankzij dat ambachtelijke proces wist hij eindeloos veel variaties aan te brengen binnen het strenge ‘format’ van het witte vierkant. Zijn verfstreken konden langgerekt zijn, of juist kort en bondig. Ze varieerden van sobere, horizontale banen tot zenuwachtige, dynamische toetsen. Vaak bracht hij eerst kleurrijke onderlagen aan, die dan later door de witte verf heen schemerden. Soms liet Ryman de randen van het schilderij vrij van witte verf, zodat er automatisch een soort lijst ontstond.

De eerste jaren, van 1955 tot 1965, experimenteerde Ryman vooral met olieverf en gouache op papier en katoen, later breidde hij zijn materiaalkeuze uit en schilderde hij ook op staal, koper, plastic, aluminium en plexiglas. De titels van zijn werken beperkte hij eenvoudigweg tot de gebruikte verfsoorten, zoals Winsor and Newton. De manier waarop zijn kunstwerken aan de muur bevestigd werden, was voor Ryman extreem belangrijk. Vanaf 1975 monteerde hij zijn schilderijen vaak met zelf ontworpen beugels, ‘fasteners’, die hij liet vervaardigen in een lokale metaalfabriek. Werken op papier bevestigde hij vaak eenvoudigweg met nietjes of plakbandjes aan de wand.

Robert Ryman, Untitled, 1965

Foto Privécollectie

‘Realist’

Zo creëerde Ryman, met een ogenschijnlijk miniem arsenaal aan mogelijkheden, een schitterend en rijk oeuvre. Ryman wordt inmiddels gerekend tot de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse schilders, wiens minimalistische doeken op veilingen voor tientallen miljoenen euro’s verkocht worden. Zelf noemde hij zichzelf nooit een abstracte kunstenaar, maar een ‘realist’. Zijn schilderijen vertelden immers geen verhalen, zo zei hij, ze gaan niet over illusie. De kwaststreken, de lijnen, het oppervlak – het is allemaal echt. ‘To paint the paint’, was Rymans motto. Voor hem was niet belangrijk wát te schilderen, maar hóé te schilderen.

Als ‘meester van het witte vierkant’ heeft Robert Ryman een belangrijke bijdrage geleverd aan de kunstgeschiedenis, een halve eeuw nadat de Rus Kazimir Malevitsj in 1915 zijn zwarte vierkanten schiep. In 1969 nam de Amerikaan, als enige schilder, deel aan de invloedrijke tentoonstelling When Attitudes Become Form in de Kunsthalle Bern. In 1974 organiseerde het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat een groot aantal van zijn werken in de collectie heeft, zijn eerste Europese overzichtstentoonstelling. Ryman nam deel aan diverse Documenta’s (in 1972, 1977 en 1982) en was meermaals vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië.

    • Sandra Smallenburg