Opinie

    • Menno Tamminga

Over rijke filantropen klagen – waarom nu?

Menno Tamminga

Geld stinkt dus toch. Filantropen vinden zichzelf opeens terug in de beklaagdenbank. Ze hebben hun geld verdiend met verslavende producten of diensten (tabak, pijnstillers, Facebook), is de klacht. Of ze geven hun geld alleen maar aan doelen die zij zelf prioriteit geven. Of allebei.

Laat de ondernemingen waaraan die filantropen hun rijkdom ontlenen eerlijk, dus meer, belasting betalen, is de oproep. Dan kan de overheid namens ons allen de keuzes maken en het extra belastinggeld verdelen.

Komen er andere tijden? De overheid is niet de oplossing, de overheid is het probleem, zei Ronald Reagan na zijn verkiezing als Amerikaanse president in 1980. Zijn zege was het startsein van economische politiek waarbij het bedrijfsleven kon profiteren van minder regels, lagere belastingen en een weergaloze waardestijging van hun aandelen.

Er kwamen meer rijken (China) en rijken werden steeds rijker (oprichter Bezos van webwinkel Amazon).

Lees ook dit onderzoeksverhaal: De gulste filantropen van Nederland

Klagen over rijke ondernemers en financiers die kapitalen steken in ‘eigen’ goededoelenstichtingen is klagen over de opgehoopte vermogensongelijkheid. Want als zij niet zo rijk waren geworden, schreven Gates, Zuckerberg en Soros ook gewoon een acceptgirootje uit aan Vogelbescherming Nederland of dierenopvang Noach in Halle.

Vanwege de ogenschijnlijk zonderlinge combinatie ‘harde’ zakenman en ‘zachte’ goedertierenheid, worden filantropen vaker met verbazing en argwaan bekeken. Zoals de Amerikaanse publicist Garry Wills in 1970 observeerde: miljonairs van de eerste generatie geven ons boeken, tweede en derde generaties geven zichzelf. In 1970 had een miljonair status. Nu zijn dat miljardairs. Ondernemers als Ford en Rockefeller gaven later bibliotheken en studiebeurzen, zag Wills, hun (klein)kinderen gingen de politiek in.

Nog steeds. Donald Trump is een tweedegeneratiemiljonair. Of miljardair. Zijn vermogen is wat onduidelijk. Hij maakt zijn belastingaangifte niet openbaar.

Toch is dat klagen over rijke filantropen gratuit. Mensen, ook rijke mensen, zijn in principe vrij om zelf te beslissen over hun bestedingen. En algemene klachten zijn… zo algemeen. Liever twee concrete voorbeelden.

De eerste is een grote bierbrouwer. Alcohol kan, zo is bekend, verslavend zijn. En deze brouwer heeft in het verleden in Afrika met omstreden praktijken bier verkocht. Moeten de wetenschappers en kunstenaars die prijzen ontvangen van de Heinekenstichtingen daar dan vanaf zien? Omdat de familie die prijzen sponsort? Dat is toch wat vergezocht.

Voorbeeld twee. Een van de grootste goededoelenstichtingen in Nederland is de Ikea Foundation in Leiden. De stichting, die in 2017 144 miljoen euro gaf aan organisaties als Unicef, krijgt zijn geld van het bedrijf dat eigenaar is van de meeste winkels van Ikea. Een duurzaamheidskampioen.

Een zusterbedrijf dat in Delft zetelt, bestiert het Ikea-merk en ‘verhuurt’ dat aan de winkels. Dat merkbedrijf in Delft ligt in de clinch met de Europese Commissie. Die klaagt over pittige staatssteun van Nederland. De Belastingdienst heeft Ikea twee keer voordelige afspraken gegund. Het resultaat: de eigenaar van het merk Ikea kan extra geld naar een belastingparadijs sluizen, Nederland ontvangt minder belasting.

Klinkt complex. Is het ook. Het roept wel vragen op. Zoals: moet u ‘belastingspijbelaar’ Ikea maar links laten liggen als u nieuwe meubels zoekt? U bent vrij uw geld te besteden.

Een ding is in dit voorbeeld wel duidelijk: de overheid is hier niet de oplossing, de overheid is juist het probleem.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.