Nooit een sportman, nu moet hij wel

Gezond leven Alle zorgverzekeraars vergoeden sinds dit jaar ziektepreventie door gezond eten en sporten. In het Gelderse Didam werken ‘pre-diabeten’ aan een nieuwe leefstijl.

Trudy Bolder (liggend) in het preventieklasje met fysiotherapeut Ard Nikkels (rechts)
Trudy Bolder (liggend) in het preventieklasje met fysiotherapeut Ard Nikkels (rechts) Foto Bram Petraeus

„Je weet waar je het voor doet!”, zegt fysiotherapeut Ard Nikkels tegen een man van een jaar of zestig op de loopband. Ab Jansen pakt een natte handdoek van zijn nek om z’n voorhoofd af te vegen. „Ik heb jaren gezondigd”, lacht Jansen (64).

„Vertel over je succesverhaal”, zegt Nikkels. Ab Jansen is net terug van vierenhalve week in Thailand. „Elke ochtend zes kilometer wandelen. En zwemmen als het kon.”

Wat zich wekelijks afspeelt in Gezondheidscentrum Didam oogt als een doorsnee fitnessles: dorpsbewoners bezweet aan apparaten trekken. In werkelijkheid is het klasje in Didam, tussen Arnhem en de Duitse grens, bezig met het programma Slimmer. Dat wordt sinds 1 januari als een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ (GLI) vergoed door alle zorgverzekeraars. Mensen met een gezondheidsrisico – een te hoog glucosegehalte in hun bloed – worden twee jaar lang gestimuleerd meer te bewegen.

Daarnaast krijgen ze voedingsadvies van een diëtist. Het is preventie, om niet ziek te worden als gevolg van een ongezonde levensstijl. Pre-diabeten, noemt fysiotherapeut Nikkels de doelgroep. „Zo van: als je te lang zo doorgaat, krijg je diabetes.” Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn, Sport berekende dat vijf miljoen Nederlanders in aanmerking zouden kunnen komen voor het programma. Iedereen met een glucosewaarde boven de zes kan door de huisarts worden doorverwezen naar het GLI-programma.

Fit. Dat was Ab Jansen vroeger. Hij zat wekelijks vierhonderd kilometer op zijn racefiets. Totdat hij een auto-ongeluk kreeg en met tachtig kilometer per uur een boom raakte. Daarna protesteerde zijn lichaam tegen intensief bewegen. Ab Jansen werd te zwaar.

Lees hier over suikerpatiënt Ed van Dijk. „Gezond eten is gemakkelijker gezegd dan gedaan”, zei hij tegen de voedingexpert die hem adviseerde gezonder te leven. „Ik loop bij de Voedselbank.

Elf kilo verloren

Half september stapte hij in bij het preventieklasje. Sindsdien is hij elf kilo verloren. Nu hij meer beweegt, wil hij het fietsen weer oppakken. Ook aan de diëtist heeft hij veel gehad. „Koolhydraten, hè, zo min mogelijk.” De glucosewaarde in zijn bloed gaat met 6,6 weer de goeie kant op. Onder de 6,1 – op een nuchtere maag – wordt gezien als veilig.

Ook Fons Jansen (72) zit in het klasje. De suiker in zijn bloed bleek met 6,4 aan de hoge kant. Welke oefening hij doet? Hijgend wijst Fons Jansen naar de naam op het toestel. De seated leg press , om beenspieren te kweken.

Fons Jansen heeft misschien een klein buikje, maar ziet er verder niet ongezond uit. Sinds hij begon met het gecombineerde leefstijlprogramma verloor hij zeven kilo. Of hij inmiddels geniet van het sporten? „Eerlijk gezegd: ik vind er niks aan.”

Hij is „nooit geen sportmens geweest”. Ja, als zijn dochter voetbal aanzet op tv, dan kijkt hij even mee. „Dat sporten, dat bestond vroeger ook minder”, zegt Jansen. „Er was niet eens een zwembad in Didam.”

Nu is het afzien, vooral aan de crosstrainer heeft hij een hekel. „Dan komt m’n hele lichaam in beweging.” Maar hij wil wel volhouden. „Suikerziekte lijkt me niks.”

Marcel Wigman (58), die zich warm fietst, is het sporten gaan waarderen. ’s Avonds voelt hij zich voldaan. „Dan zet ik een kopje koffie, met niets erbij. Na de arbeid een goed gevoel.”

Op een streng dieet mocht Wigman niet, vanwege een maagverkleining die hij heeft gehad. Gezonder eten kon wel. „Vroeger kookte ik bijvoorbeeld bami met een pakje kruiden en wat groente erbij. Nu maak ik de smaken met verse ingrediënten. Laatst heb ik zelf zigeunersaus gemaakt. Heel lekker.”

De deelnemers moesten tijdens de intake twee weken minutieus een logboek bijhouden over hoeveel ze bewogen en aten. „Soms schrikken ze”, zegt fysiotherapeut Ard Nikkels. „Zo van: ik doe eigenlijk helemaal níks. Een deelneemster vond het zo confronterend, dat ze een hondje aanschafte om mee te gaan wandelen.”

Lees ook: De minister helpt mee bij het afvallen

Verder bij sportclubs

Het beweegprogramma duurt tot maart. Daarna gaat het klasje verder bij sportverenigingen. Sommigen gaan walking football doen, anderen willen zwemmen of nordic walking in het nabijgelegen heuvellandschap. „Eén deelnemer wilde jeu-de-boulen”, zegt Nikkels „maar dat heb ik afgekeurd.” Echt intensief bewegen is dat niet.

Elke drie maanden volgen terugkomactiviteiten. Daar wordt gekeken of de deelnemers nog allemaal gezond eten en sporten. „Als dat niet zo is, dan moeten we het opnieuw oppakken”, zegt Nikkels.

De fysiotherapeut loopt door de sporthal. „Ik ga Trudy eens aan het werk zetten”, zegt hij. Trudy Bolder (44) fietst zich warm op een fitnesstoestel. „Hij staat me op te wachten”, lacht ze. Nikkels neemt haar mee naar wat eruitziet als een halve skippybal. Daar moet ze op zitten om, met voeten en armen in de lucht, een basketbal in hoog tempo over te gooien. Pittig voor de buikspieren. Na meerdere sessies staat Bolder op. Hijgend gunt ze zichzelf nog nét een slokje water voordat ze aan gewichten gaat trekken.

Ze is fanatiek. „Dat probeer ik ook wel”, zegt ze. „Dit wordt gesubsidieerd. Het is mijn burgerplicht om het goed te doen.”

Eigenlijk sportte Bolder al twee keer in de week. En ze fietst naar haar werk. Hoe ze dan hier terechtkomt? „Aanleg, voor een deel. Maar ik snoep ook te veel. Uiteindelijk komt het via de mond naar binnen.”

Fysiotherapeut Nikkels is tevreden over zijn klasje. „Ik zie ze in het dorp lopen met honden of gewoon samen een wandeling maken”, zegt hij. „Dan denk ik: ze zijn goed bezig.”

    • Liza van Lonkhuyzen