Euronext gaat de strijd om Oslo niet zomaar opgeven

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: Euronext.

Ineens wordt de overnamestrijd ordinair. Eind december lijkt het nog zo goed als rond. Beursuitbater Euronext brengt een bod uit van 625 miljoen euro op de beurs van Oslo. Een paar dagen later maakt hij bekend een meerderheidsbelang toegezegd te hebben gekregen van de aandeelhouders. Wat rest, is de goedkeuring van het Noorse ministerie van Financiën.

Nee hoor, niks is rond, zegt het bestuur van de Oslo Børs kort erna. Het nodigt zelfs concurrenten van Euronext uit ook een bod te doen. Het veel grotere Amerikaanse Nasdaq gaat vervolgens met 50 miljoen euro over Euronext heen. Prompt zegt de Børs-directie liever met de Amerikanen verder te willen.

Het resultaat: een patstelling. Nasdaq heeft het bestuur achter zich, Euronext de aandeelhouders. Donderdag presenteert Euronext, de beursuitbater met een notering aan zijn eigen beurs – Escher had het niet beter kunnen bedenken – jaarcijfers. De verwachting is dat het bedrijf dan meer informatie geeft over hoe het ervoor staat met de overname.

Het kopen van de Noorse beurs past in de strategie die Euronext drie jaar terug uitvouwt. Die is, kort gezegd: meer overnames en minder afhankelijk worden van het beursklimaat. De directie vindt dat een te groot deel van de 532 miljoen euro omzet samenhangt met het sentiment op de aandelenmarkten.

Afhankelijkheid van het beursklimaat is tweeledig. Aan de ene kant profiteert het bedrijf als de koersen stuiteren. Dat betekent immers meer handel. De uitbater strijkt een bedrag per transactie op, het grootste deel van Euronexts inkomsten. Tegelijkertijd is onrust nadelig. Die schrikt bedrijven af naar de beurs te gaan, zoals vorig jaar meer dan eens gebeurde. Dat merkt Euronext: beursgangen zijn een van de andere grote inkomstenbronnen.

Dus koopt Euronext, dat naast de Amsterdamse beurs ook die in Parijs, Brussel, Lissabon en Dublin uitvent, de laatste jaren bedrijven van verschillende signatuur „om minder afhankelijk te worden van de waan van de dag”, zegt Albert Ploegh. Hij volgt voor ING het aandeel Euronext. Overnames die Euronext in 2017 heeft gedaan, zijn die van Company Webcast, dat video’s voor bedrijven produceert, en iBabs, een vergaderprogramma voor ondernemingen. Het jaar erna volgden InsiderLog (managementtool) en Commcise (softwarebedrijf voor beleggingsonderzoek).

Maar zo soepel gaat het vooralsnog niet met het verleggen van de omzetstromen, zegt analist Ploegh. „Het idee was dat ze eind dit jaar uit deze initiatieven 70 miljoen euro aan inkomsten zouden genereren. De verwachting werd vorig jaar verlaagd naar 55 miljoen.” Analisten twijfelen nu zelfs of ze dát bedrag gaan halen.

Naast uitbreiding in nieuwe sectoren is Euronext ook behoorlijk actief op eigen terrein, de effectenhandel. Het kocht in 2017 het Amerikaanse valutahandelsplatform Fastmatch (135 miljoen euro) en de beurs van Dublin (137 miljoen).

Wil Euronext écht groeien, dan kan het bedrijf dat vooral doen door andere beurzen op te kopen. Die van Oslo is een van de laatste onafhankelijke beurzen van Europa. Reden dat de overname zo belangrijk is voor Euronext.

Wat ook meespeelt, zegt Anil Akbar van zakenbank Kempen, is dat slechts de helft van de ruim 100 miljoen euro omzet van de Noorse Børs uit aandelenhandel komt. De andere helft bestaat uit financiële dienstverlening. Door een overname zou Euronext in een klap zijn eigen inkomsten minder afhankelijk kunnen maken van de handel in effecten.

Dan moet het alleen eerst Nasdaq zien af te troeven. Meer nieuws volgt ongetwijfeld deze week.