Een treinflirt met een reiziger zonder rem

Wie: Jonathan

Kwestie: stalking, bedreiging

Waar: Alkmaar

Dat Jonathan (23) deed wat de officier hem vandaag verwijt, betwijfelt niemand. Ook de strafeis, een jaar opname in een psychiatrisch ziekenhuis, wordt niet bestreden. Jonathan was overduidelijk niet toerekeningsvatbaar. Hij legt uit: „Ik zat in een manische episode, ik neigde naar een psychose.”

Dan is hij „heel opdringerig en vertel ik van alles, ook wat niet waar is”. Het meisje dat hij ontmoette ontdekte bij de vervolgafspraak dat er met deze jongen iets mis was. Ze zouden samen naar Rotterdam, maar kwamen niet verder dan Amsterdam Muiderpoort. De leuke jongen uit de trein met ‘lief getint gezicht’ bleek opeens héél anders.

En dat kon Jonathan dus niet begrijpen. Waarna hij een golf van social media-berichten op haar losliet. De politie verzamelde er zo’n vierhonderd. Jonathan schatte het zelf op een stuk of twintig. Jonathan wilde absoluut contact.

Het begon onschuldig. Met oogcontact in de trein, een gesprekje. Daarna is hij haar op Facebook gaan zoeken. Zij postte een ‘treinflirt’ op de NS-site, voor passagiers die ‘leuke medereizigers’ willen terugvinden. Hij vond haar op Instagram.

Een paar maanden eerder had Jonathan het contact met een psychiatrische instelling verbroken. Hij gebruikte z’n medicatie niet meer. At slecht, sliep slecht. Sinds zijn 17de heeft hij twee gram cannabis per dag nodig, aangevuld met cocaïne en alcohol. De psychiater stelde na zijn arrestatie een stoornis in het schizofrene spectrum en een bipolaire stoornis vast. Toen Jonathan na drie hinderlijke bezoekjes aan de kledingwinkel waar het meisje werkt werd gearresteerd, was hij dermate over de rooie dat de politie hem naar een penitentiaire psychiatrische unit in Vught bracht. Daar verliepen de eerste therapeutische gesprekken achter glas. De psychiater zoekt de oorzaak voor zijn ontremde gedrag in verliefdheid, overmoed en overprikkeling. In jargon: een „heel erg gestoorde realiteitstoetsing”. Ofwel: geheel van het pad af.

Het contrast met de Jonathan van vandaag is groot. Voor de meervoudige strafkamer zit een beheerste, ontspannen, jonge man die prima kan uitleggen wat hem mankeerde. Alleen het cliché „zeg maar” kan hij niet onderdrukken. Na drie maanden voorarrest noemt hij zichzelf ‘stabiel’ en weer ‘goed ingesteld’ op medicatie. Dezelfde pillen overigens die hem eerder zo irriteerden. „M’n verbale capaciteiten en m’n motoriek werden erdoor gedempt. Ik was maar de helft van wie ik kon zijn.”

Hij dacht alleen met cannabis te kunnen functioneren. Nu is hij wel gemotiveerd voor de pillen. „Ik besef dat het anders gruwelijk fout kan gaan. Een psychose ligt om de hoek.” Jonathan legt de rechtbank het verschil uit tussen ‘licht manisch’ – „dan ben ik erg druk” en een psychose – „dan heb je helemaal geen controle meer over je gedrag”.

Achteraf zegt hij veel te ver te zijn gegaan. Het meisje dat hij zo leuk vond, moet „heel bang zijn geweest”. Dat hij zo aanhield was omdat hij het wilde goedmaken. Alleen deed hij dat op een „heel verkeerde manier, raar en vervelend”. Hij heeft haar nooit écht iets aan willen doen. Wilt u nog steeds contact met haar, vraagt de rechter. „Ja”, zegt Jonathan. Maar dan om „z’n diepste excuses” aan te bieden. De officier zal dat graag aan haar overbrengen, zegt de rechter snel. Met een psychiatrische opname is hij akkoord: „Ik heb belang bij een gecontroleerde omgeving.” De artsen vinden hem nog niet rijp voor tbs. Een duurzame behandeling is nog niet met Jonathan geprobeerd. Erna zou aan begeleid wonen gedacht kunnen worden.

Zou Jonathan met cannabis kunnen stoppen, wil de rechtbank weten. Het zou hem heel veel moeite kosten. Met coke en alcohol zegt hij makkelijk te kunnen stoppen.

Behalve een jaar verplichte opname eist de officier een contactverbod en een locatieverbod voor het winkelcentrum van twee jaar. De rechtbank is het ermee eens. De rechtbank vindt zijn gedrag bewezen, maar acht hem volledig ontoerekeningsvatbaar. Hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

    • Folkert Jensma