Opinie

    • Frits Abrahams

Een heerlijk vrij gevoel

‘Wat is er met jou aan de hand?” vroeg mijn vrouw stomverbaasd toen ze mijn werkkamer binnenkwam. Ik kon me haar ontsteltenis wel enigszins voorstellen. Toch besloot ik te doen alsof er niets aan de hand was, hoewel ik in mijn blootje achter mijn laptop zat te werken.

„Hoezo?” vroeg ik. „Wat moet dat?” zei ze, wijzend op mijn witte bovenlijf. De rest van mijn ontklede lichaam – niet het onbelangrijkste deel overigens – ging schuil onder mijn bureau. „O”, zei ik zo achteloos mogelijk, „heb je dan niet het katern ‘Leven’ van NRC Weekend gelezen?”

Ik pakte het er even bij. Over twee pagina’s werd het bezoek beschreven van vijftig naakte veertigplussers aan het museum Kranenburgh in Bergen waar de tentoonstelling ‘Bloot, het kwetsbare lichaam’ te zien was. Op een grote kleurenfoto stonden een man en een vrouw, hun achterzijde naar de fotograaf gekeerd, een schilderij te bekijken. Zij droeg alleen een bril, hij had zich tot sokken in sandalen beperkt. Zij hield één arm over haar bilnaad gestrekt, misschien een vergeefse poging om daarmee de brutaalste blikken af te weren.

„Ja”, zei mijn vrouw, „ik wist niet wat ik zág.” „Wat is er mis mee?” vroeg ik. „Het lijkt me een heerlijk vrij gevoel, in je blote kont door het museum schuifelen, mits ze de verwarming wat hoger hebben gezet.” „Belachelijk”, snoof mijn vrouw, „ik kan me nog goed herinneren dat jij op het naaktstrand bij Bergen altijd haastig doorliep.”

„Allemaal valse schaamte”, gaf ik toe. „We moeten ons daarvan bevrijden, ook de geest zal zich dan minder bekneld voelen. Deze mensen geven het goede voorbeeld. Er zullen ongetwijfeld de nodige NRC-lezers bij zitten, want die gaan graag naar kunstmusea. Dus waarom zou ik hun voorbeeld niet volgen? Ik begin alvast met mijn column voortaan naakt te schrijven in de hoop dat zij hem ook naakt willen lezen. Vervolgens zijn er misschien bijeenkomsten mogelijk waarbij columnisten van NRC hun stukjes naakt voorlezen aan naakte lezers.”

„En dan moet ik zeker naakt naast jou gaan staan?” vroeg ze. „Als het maar niet te veel afleidt”, zei ik. „En ga je dan ook intiemere columns schrijven?” vroeg ze. „Dat hoort erbij”, knikte ik.

Ik noemde het voorbeeld van Kees van Kooten, die onlangs in De Wereld Draait Door een brief aan Remco Campert voorlas, waarin hij opmerkte dat zijn piemel er tegenwoordig ‘dun en lusteloos’ bij hangt – hij krijgt ’m niet meer omhoog. „Wat sneu voor Kees”, zei mijn vrouw. „En voor zijn vrouw”, zei ik. „Ach, die is misschien wel blij dat ze er eindelijk vanaf is”, zei ze. Ik keek haar argwanend aan. „Voel je niet aangesproken”, zei ze, „wil je nog thee?”

Even later was ze terug – met thee en een plakje cake. Ik voelde me steeds bloter worden achter die laptop, maar besloot door te zetten. „Krijg je het niet koud?” vroeg ze. „Je moet er wat voor overhebben”, zei ik, „straks met mijn lezers in zo’n grote zaal kan het nog heel wat kouder zijn.”

Ze knikte. „Je moet dan, net als die meneer op die foto, sokken en sandalen aandoen. Het is wat warmer en het geeft iets extra’s.” „Wat dan?” vroeg ik. „Dat vertel ik weleens bij een andere gelegenheid”, zei ze, en ze lachte er zo zwoel bij dat zelfs Kees van Kooten er minder lusteloos van zou worden.

    • Frits Abrahams