Opinie

    • Christine Koenigs

Boijmans maakt goede sier met andermans Rubensen

Oranjekunst Museum Boijmans moet eerlijk zeggen dat ‘zijn’ vele Rubens-tekeningen deel uitmaken van de betwiste Koenigs-collectie, schrijft in een open brief aan de Vereniging Rembrandt.

Naaktstudie van een jongeman met opgeheven armen van Peter Paul Rubens
Naaktstudie van een jongeman met opgeheven armen van Peter Paul Rubens Foto Sotheby’s

Het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen heeft aanspraak gemaakt op de krijttekening Naaktstudie van een jongeman met opgeheven armen van Peter Paul Rubens, die in opdracht van prinses Christina in januari ter veiling werd aangeboden. Het argument van Boijmans was dat het al zoveel Rubens-tekeningen heeft. Om het werk voor Nederland te behouden waren het Nationaal Aankoopfonds van het Rijk, het Mondriaan Fonds en de Vereniging Rembrandt zelfs bereid om bij Sotheby’s in New York op woensdag 30 januari bijna 7 miljoen dollar te bieden – een heel ander bedrag dan de „iets meer dan 3,1 miljoen euro” die de Vereniging Rembrandt eerder heeft genoemd. En overigens niet genoeg om het te verwerven.

Maar Museum Boijmans heeft daarbij niet vermeld dat de vele tekeningen van Rubens die het beheert afkomstig zijn uit de Collectie F. Koenigs. U weet dat de aankoop daarvan door D.G. van Beuningen in 1940 omstreden is, en dat daarover nog steeds een juridische procedure loopt, en dat de verkoop van een deel van de werken in hetzelfde jaar door Van Beuningen aan Hitler officieel is teruggedraaid. Bovendien gaan er stemmen op om de naam van Van Beuningen die is gekoppeld aan het museum te verwijderen.

Vijf tekeningen van Rubens, die door Van Beuningen in 1940 vrijwillig zijn verkocht aan Hitlers tussenpersoon, bevinden zich nu – met driehonderd andere Koenigs-tekeningen – in het Poesjkinmuseum in Moskou. Twee daarvan zijn van veel grotere waarde dan is uitgetrokken voor de Rubens-tekening van prinses Christina.

In totaal beheert Boijmans 45 Rubens-tekeningen van Koenigs (waarvan vijf uit de school van, of toegeschreven aan Rubens).

Het is van het grootste belang dat het cultureel erfgoed transparant behandeld wordt en daar waar claims liggen deze vermeld worden.

Want stel dat de Collectie F. Koenigs wordt teruggegeven, zoals zijn erven eisen, en stel dat de aankoop van prinses Christina’s tekening geslaagd zou zijn, dan moeten we ons realiseren dat Museum Boijmans nog slechts zo’n drie Rubens-tekeningen zou bezitten.

Lees ook: Hielp Van Beuningen de vijand?

Een goed voorbeeld van goede sier maken met andermans bezit is het schilderij Tobias en de Engel van Jan Steen, dat in de negentiende eeuw in tweeën is gesneden. Het linkerdeel belandde in de voorraad van Jacques Goudstikker; het rechter bij Museum Bredius in Den Haag. De beide helften werden in 1996 met een restauratie herenigd, waardoor de erven Goudstikker tot een rechtszaak werden gedwongen.

Het is beschamend en diep kwetsend dat de naam van de verzamelaar F. Koenigs niet is verbonden aan de „grote hoeveelheid Rubens tekeningen” bij Museum Boijmans, en in onze ogen is het handelen van voornoemde fondsen in dit licht zonder enig besef van cultureel erfgoed en eigendom.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Christine Koenigs