Marc Overmars, directeur spelersbeleid van Ajax: „Ik ben van de oude stempel. Niet qua leeftijd, maar wel qua denkwijze.”

Foto Bastiaan Heus

‘Bij Ajax kan je niet bouwen aan de lange termijn. Daar heb ik vrede mee’

Interview Marc Overmars Een vijfde jaar zonder titel dreigt bij Ajax, net nu Marc Overmars het technisch beleid voor elkaar had. „Het is goed dat er één baas is.”

Een stukje Marc Overmars (45) is blijven hangen in de vorige eeuw. Als speler al had hij een collectie van trapauto’s, nog steeds verzamelt hij emaillen reclameborden. „Ik ben van de oude stempel. Niet qua leeftijd, maar wel qua denkwijze.” De heftigheid van nieuwe media gaan aan hem voorbij, zegt hij. „Ik lees ’s ochtends een krantje, that’s it. Ik heb niks met social media, ik krijg er steeds meer afkeer van. Mensen die continu hun tijd daaraan besteden. Pff. Dat gezeik.”

Afgelopen vrijdag, de dag voor Heracles-uit, is Overmars nog een Ajax-bestuurder die „alle vertrouwen” heeft in het kampioenschap. Maar hij is ook een man die de mogelijkheid van een vijfde seizoen zonder titel onder ogen ziet. Het gesprek nadert het slot als hij reflecteert op zesenhalf jaar als directeur spelersbeleid. „Als het niet naar tevredenheid is kan de club zeggen: Marc, mooi geweest. Ik moet de uitdaging zien, zij moeten tevreden zijn. Als je geen kampioen wordt, dan is dat dramatisch. Aan de andere kant, je moet ook naar de goede dingen kijken. Wat in Europa gepresteerd is, is ongelooflijk goed.”

Woensdagavond volgt de bekroning voor een imposante Champions League-groepsfase, maar de achtste finale tegen Real Madrid wordt overschaduwd door de actualiteit van een elftal op drift. Hij speelde zelf tegen Real onder Louis van Gaal in 1995, toen Ajax in Bernabeu met 2-0 won. Maar op Overmars’ kantoor op trainingscomplex de Toekomst hangt een foto uit een ander tijdperk. Cruijff, Swart en Keizer in een open auto met de Europa Cup I in hun midden. „Wat valt je op? Kijk eens goed.” Hij doelt op de peuk in Cruijffs hand. „Onbestaanbaar nu.”

Toch nog even: de 6-2 nederlaag tegen Feyenoord, twee weken geleden. „Het ging zes maanden lang zo goed. Ik weet nog als speler: als je overal schouderklopjes krijgt, dat gaat in je kop zitten”, zegt Overmars. „Bij schouderklopje nummer 86 denk je: ‘Jezus, ik ben echt de beste’. Daarom krijg je af en toe die mokerslag. Als een bokser die KO gaat. Als je daarna maar wel weer bij de les bent.”

Dat bleek niet. De nieuwe mokerslag, de 1-0 bij Heracles, vergalt veel – maar dat drukt vrijdag nog niet op zijn gemoed.

Lees ook: Ajax zwalkt voort, niemand staat op of weet wat te doen

Ajax staat komend weekend 1.016 dagen aaneen niet aan kop, een clubrecord. Gaat u daar onder gebukt?

„Nee. Het is natuurlijk niet goed, duidelijk. Maar ik geniet wel van Ajax. De wedstrijden die we gespeeld hebben, op een paar ketsers na, zijn gewoon mooi. Al ben ik hier in dienst, ik kijk er ook naar als voetballiefhebber. Dat vind ik heel belangrijk. Ik koop wel eens antiek, dan kom ik bij mensen langs en die zeggen: god, ik verheug me op die Europese avonden. Net als vroeger, dat mensen daar naar uit keken. Dat gevoel bij mezelf weer op te kunnen halen, dat is mijn drive.”

„Ik wist meteen: dat kampioenschap dat we weggegeven hebben bij De Graafschap [door een 1-1, mei 2016] gaat ons nog lang achtervolgen. Maar dat was een sportief debacle, zoiets komt eens in de twintig jaar voor. Kan ik mee leven. Het seizoen daarop word je op één punt geen kampioen omdat we de Europa League-finale spelen. Daar herinner ik mensen wel aan. We pakken wel de meeste Nederlandse punten in Europa, verreweg.”

Die finale halen is ook een titel, vindt u.

„Een dubbele titel. Zo zie ik het. Ik heb een Europa Cup gehaald als speler, dat wil ik als bestuurder ook. En dat we de finale hebben gehaald geeft mij enorm veel voldoening. Ja, we hebben verloren. Zo’n reeks van negentien extra wedstrijden valt haast niet te combineren met een competitie. Schalke-uit gingen we helemaal tot aan het gaatje, drie dagen later worden we van het veldje getikt bij PSV. Dan hoor je: ‘Lekker om in een ritme te zitten’. Ja, de eerste maanden, daarna loopt het energietankje leeg, ben je aangeschoten wild als je in het weekend een zware wedstrijd hebt. Dat is geen excuus, maar wel de reden dat we achter de feiten aanliepen. En dat is mijn werk: hoe vangen we dat in de toekomst beter op?”

Foto Bastiaan Heus

De laatste anderhalf jaar heeft hij het voetbalbedrijf bij Ajax grotendeels naar zijn hand gezet. Erik ten Hag is zijn gedroomde trainer, voor hem moest Marcel Keizer halverwege vorig seizoen wijken. Het ‘technisch hart’, waarin tot Kerst 2017 ook Dennis Bergkamp zat, werd in diezelfde winter afgewaardeerd van beslisbevoegd tot adviserend orgaan. Eerder al vertrok commissaris Theo van Duivenbode, die zich bezighield met spelersbeleid. Danny Blind volgde hem op.

Voelt u zich nu bevrijd?

Het is even stil. „Het is goed dat er één baas is.”

Waren het de omstandigheden die besluitvorming stroperig maakten, of was uzelf oorzaak?

„Ik denk dat er een clubprobleem intern was. Ik heb voor dit seizoen gezegd, de selectie is op tijd klaar. Dat is gebeurd, het team stond er. Zoveel wedstrijden ongeslagen in Europa, dat is niet zomaar. We hebben een team neergezet wat eigenlijk extreem is. Ja, je staat tweede. Maar als we ons alleen op de competitie konden focussen…”

Twee vingers in de neus?

„Dat zeg ik niet. Maar als je de beker en Europa weg zou laten, kun je het zeg maar voor tien jaar invullen.” Hij kijkt even omhoog, grijnst. „Ok, misschien niet helemaal. Kijk er is een ding heel moeilijk in Nederland: een team behouden. Spelers bij Barcelona blijven vijf jaar, bij Ajax niet meer. Wat een energie het ons niet gekost heeft om het huidige team bij elkaar te houden. We móesten door die voorrondes afgelopen zomer. Als dat niet goed was gegaan dan had ik ze hier één voor één gehad voor de deur. En heb je dat voor elkaar, dan weet je dat het maar voor één jaar is. Kijk het elftal van Peter Bosz, twee jaar terug. Je haalt de finale, maar kun je daar mee verder? Nee. Baf, de ploeg valt uit elkaar, keyplayers vertrekken . Ik heb daar vrede mee. Want ik weet hoe dat is bij Ajax, je kunt niet bouwen aan de langere termijn.”

Nog steeds niet, ondanks de financiële speklaag?

„Nee. Dat spreken we wel uit, en dat willen we graag: Europees meedoen. Maar ik heb hier nog nooit meegemaakt dat een goed elftal bij elkaar blijft. Dat we na die Europa League-finale in twee jaar weer een team hebben wat de mensen aanspreekt, vind ik heel knap. Er zit nu zoveel talent in. Maar als er eentje weg is, staat de volgende dag de volgende in de krant. En is die weg, zal het het keepertje worden. Daar heb je mee te maken.”

U shopt met een beurs die nog geen Nederlandse club ooit had. Tot voor kort was 1 miljoen jullie salarisplafond, nu is dat het gemiddelde voor basisspelers.

„Zou goed kunnen. Afgelopen anderhalf jaar is daar flink aan gesleuteld. Dat is een van mijn jobs, die balans binnen de spelersgroep. Als ze het goed doen, ben ik de eerste die naar ze toe komt: ‘Je hoeft niet te verlengen, je krijgt er gewoon wat bij.’ Ik ben steeds aan het kijken: die moet bijgetrokken worden, nou die weer. Dat is heel belangrijk. Ik verdiende op mijn 18e ook niet wat ik kreeg op mijn 25e. Maar je moet het moment voor zijn dat spelers en zaakwaarnemers gaan mopperen.”

Lees ook het portret over Marc Overmars: Hij smeedde de duurste Nederlandse sportploeg ooit

U heeft daar ervaring mee: spelers die gaan nog voor hun debuut of kort erna.

„De voetballerij is zo veranderd. De dynamiek erachter, van familie, zaakwaarnemers, van clubs. Dat kun je je niet voorstellen. Ik ben daarin ook wat gaan afstoten. Ik sprak laatst met mensen van Chelsea, die zeiden: ‘We hebben er één die regelt het voor onder-17, één voor onder-19, één voor Jong Chelsea en twee voor het eerste team.’ Doe ik in mijn eentje. Jaren gedaan. Niet dat ik daarmee wil zeggen: wat heb ik dat goed gedaan. Nee, want ik miste veel dingen. Die jonkies aandacht geven. Elk spelertje wil één keer zitten, twee keer zitten. Nog een vervolgafspraak. Zit je drie keer. Nou, je hebt 75 contractspelers. Niet te doen.”

Hij noemt Saïd Ouaali (hoofd jeugdopleiding) en Casimir Westerveld (hoofd jeugdscouting), die nu de gesprekken voeren met ouders en zaakwaarnemers bij de jeugd. „Wel met terugkoppeling naar mij. De jeugd is natuurlijk heel belangrijk, het is prettig als de voetbaldirecteur er altijd bij zit. Dat snap ik wel, alleen ik merk dat dat te veel werd voor mijn bordje. Die aandacht leidt uiteindelijk af van Ajax 1, waar ik op word afgerekend.”

Gaat u nu vooral spelers aantrekken van midtwintig, op de top van hun carrière?

„Daar willen we wel meer in investeren. Je krijgt niet elk jaar een team met extreme talenten waar de hele wereld achteraan zit. Overwinteren in de Champions League ga je niet elk jaar realiseren. Mensen denken dat misschien, omdat wij nu ook twee dure jongens halen. Nou, andere clubs hebben er twintig in die categorie van die kwaliteit en met dat salaris.

„Maar ik heb wel vertrouwen in volgend seizoen. Als ik nu de blauwdruk zie, dan word ik daar vrolijk van. Al moeten die aankopen nog wel lukken.”

U verkoopt Frenkie de Jong voor 75 miljoen, netto blijft daar misschien 55 miljoen van over. Wat betekent zo’n meevaller voor het uitgavenpatroon?

„Als je forse nieuwe contracten afsluit en het gaat een paar jaar slecht, dan gaat het er met dezelfde noodgang aan de achterkant uit. Het goede is als dat een of twee, of drie jaar gebeurt dan valt Ajax niet om. Er komt heel veel binnen. Maar ja, het vastleggen van onze eigen talenten kost ook veel meer dan een paar jaar geleden.

De opleiding kost ook 11 miljoen per jaar. En overal waar je aanklopt vragen ze de hoofdprijs. Ik heb een half jaartje geleden geïnformeerd naar een speler, in Nederland. Vragen ze ons drie keer zoveel als waar hij uiteindelijk voor is verkocht. Die speelt nu ergens anders in de eredivisie.

„Ik vind het ook mooi als een deel van het geld in Nederland blijft, als het kan. De bedragen die Willem II van ons krijgt zijn ongekend. Ik hoop dat ze dat hergebruiken, dat ze jeugdtrainers of scouts fulltime aan kunnen stellen.” Opleidingsclubs Willem II en RKC delen een doorverkooppercentage van vijftien procent dat werd afgesproken toen De Jong in 2015 voor één euro naar Ajax ging.

U had toch gewoon liever De Jong in 2015 afgetikt voor een half miljoen.

Hij grijnst zuinigjes, de man die afgelopen week door Voetbal International omschreven werd als Sinterklaas en Scrooge ineen. „Achteraf gezien heb ik te veel weggegeven. Iets te veel.”