Mirte Romih heeft een dissociatieve identiteitsstoornis.

Foto Anabel Oosteweeghel

Ze besloot ze te accepteren, ál haar persoonlijkheden

Mirte Romih (46) , als kind ernstig mishandeld en verwaarloosd, heeft een dissociatieve identiteitsstoornis. Ze heeft tweeëntwintig persoonlijkheden, vooral kinderen. „Ik heb niet met allemaal contact. Sommigen kunnen niet praten.”

Mirte Romih (46) kijkt liever niet in de spiegel. Als ze het wel doet, komt haar zelfbeeld nooit overeen met wat ze ziet. Is zij die kleine vrouw met kort haar en een bril met roze poten? Het ene moment voelt zij zich meer een meisje, met een kinderlijf en lange haren. Het andere moment is ze een ongemakkelijke puber met een slungelig jongenslichaam. Ook als ze haar blik omlaag richt, naar zichzelf, voelt ze zich vaak vervreemd van haar lichaam. ‘Dit been is niet van mij’, kan ze ineens denken. Of ze kijkt plotseling van boven op zichzelf neer.

Mirte heeft een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS), tot enkele jaren geleden een meervoudige persoonlijkheidsstoornis genoemd. Mensen met DIS ervaren minstens twee deelpersoonlijkheden of ‘alters’ die elkaar afwisselen. Vaak hebben ze in de vroege kindertijd overweldigende traumatische gebeurtenissen meegemaakt, toen hun eigen identiteit nog niet was ontwikkeld. Hoewel er weinig onderzoek naar de stoornis is gedaan – er wordt geschat dat het bij ongeveer 1 procent van de bevolking voorkomt – is de theorie dat een alter wordt gecreëerd om herinneringen aan een trauma af te schermen zodat ze minder impact hebben. Er is ook een kamp met wetenschappers en artsen die ervan overtuigd zijn dat DIS niet bestaat en dat persoonlijkheden aan de fantasie ontsproten zijn.

Mirte heeft in totaal tweeëntwintig alters. „Een rotwoord”, zegt ze als ze de thee op de keukentafel zet. „Het klinkt een beetje donker.” Ze wil met dit interview iets aan het negatieve beeld over DIS doen, zegt ze. Ze merkt dat sommige mensen haar ziektebeeld ongeloofwaardig vinden. ‘Ik heb ook een kind en een volwassene in mij’, is tegen haar gezegd, alsof dat hetzelfde is als uit meerdere persoonlijkheden bestaan.

Maar wat ze nog erger vindt, is dat mensen het idee kunnen hebben dat ze gevaarlijk is. „In films en series zijn mensen met DIS altijd de moordenaar.” Streng: „Er zit in mij géén moordenaar.” Ze is vooral een liefhebbende vrouw en moeder, zegt ze. Ze is twintig jaar getrouwd met Ingrid Molin en heeft twee dochters die ze zelf op de wereld heeft gezet.

Hoe interview je iemand die zegt dat ze uit tweeëntwintig persoonlijkheden bestaat? Dat klinkt best ingewikkeld, maar volgens Mirte valt het mee. Ze vindt het weliswaar fijn om met ‘jullie’ te worden aangesproken maar tijdens het gesprek komt alleen Mirte aan het woord. De anderen zullen niet naar voren treden omdat de interviewer een onbekende is en de situatie te onveilig wordt gevonden, zegt ze. Bovendien zijn volgens Mirte „de dragers van de trauma’s” niet in staat om over het verleden te vertellen. Voor Mirtes gemoedsrust luistert haar echtgenote mee.

Mirte Romih is door haar ouders ernstig mishandeld en verwaarloosd, vertelt ze. Haar depressieve moeder was de gewelddadige, degene die haar gehuil met een kussen smoorde toen ze nog een baby was. Haar alcoholische vader de afwezige, al liet hij wel zijn sporen na. „Als ik naar de wc wilde, moest ik eerst zijn spuug opruimen.” Vanaf haar vierde vond ze troost bij fantasievriendjes die ze later haar ‘binnenmensen’ ging noemen. Soms had ze woedeaanvallen, waarvan ze zich niks kon herinneren als ze bij de hoofdmeester was beland.

Op haar vijfde werd ze uit huis geplaatst. Een gang langs internaten, kindertehuizen en gastgezinnen volgde. Op verschillende plekken is ze seksueel misbruikt, zegt ze. Het aantal ‘binnenmensen’ bleef groeien tot ze zestien was. De delen hebben allemaal een eigen leeftijd, karakter, en eigen uiterlijk. Hun namen noemt ze liever niet, ze zegt dat ze daar geen toestemming voor heeft. Mirte is de hoofdpersoon, legt ze uit. Zij runt het dagelijks leven. De anderen zijn voornamelijk kinderen, en worden in tegenstelling tot Mirte niet ouder.

Mirte wisselt meerdere keren per dag van persoonlijkheid en heeft daar geen controle over, zegt ze. Voor de buitenwereld zijn de overnames nauwelijks zichtbaar, maar wie goed kijkt, kan het aan haar ogen zien, zegt ze. De aanleiding voor een wisseling verschilt. Soms is die praktisch. De een kan koken en de ander is beter in schilderen. Sommige delen nemen het alleen over als zij zich bedreigd voelen en willen vluchten. Zo is ze weleens in een bos beland na ruzie met Ingrid, zonder dat ze wist hoe ze daar gekomen was. „Ik heb niet met alle persoonlijkheden contact. Sommigen kunnen niet praten.”

Het gevolg is dat ze vaak gedeeltes van de dag vergeet. Met Kerst had ze zichzelf nog verrast. Lag er een cadeautje onder de boom. ‘Voor Mirte, van Mirte en Co.’ „Of ik dat leuk vond? Nee, vooral raar eigenlijk. Dat is toch heel raar?” De gaten in haar geheugen zijn een van de vele vervelende symptomen van haar stoornis, zegt ze. Ze heeft ook last van herbelevingen en nachtmerries, en is chronisch vermoeid. Niet alle persoonlijkheden slapen ’s nachts, zegt ze. „ Er moet gewaakt worden. De situatie moet in de gaten worden gehouden.”

Op haar achttiende werd ze opgenomen en met DIS gediagnosticeerd nadat een van haar suïcidale delen had geprobeerd zelfmoord te plegen, zegt Mirte. „In de GGZ wisten ze nog niet hoe ze DIS moesten behandelen. Ze adviseerden me om de stemmen in mijn hoofd te negeren en ik kreeg medicijnen om ze te onderdrukken. Ik ging met de persoonlijkheden in gevecht. Ze moesten weg. Ik kreeg een hekel aan ze.” Voor de buitenwereld hield ze iedereen verborgen, zegt ze, ook voor haar vrouw. Als haar hart sneller ging kloppen en ze het gevoel had dat er een wisseling kon plaatsvinden, trok ze zichzelf terug in haar kamer.

Ze zegt dat ze vastliep toen haar dochters waren geboren. „De persoonlijkheden gingen niet weg, en ik maakte me grote zorgen. Ik wist vaak niet wat ik op een dag had gedaan. Waren de kinderen wel goed verzorgd? We besloten dat we aan Ingrid moesten vertellen dat ik DIS heb.”

Ingrid was niet verbaasd over de biecht. Mirte schrok: „Wij waren ervan uitgegaan dat we de delen binnen konden houden.” Haar teleurstelling sloeg om in opluchting toen Ingrid haar vertelde dat de kinderen niks tekort kwamen, en dat ze haar niet zou verlaten.

In plaats van de persoonlijkheden te negeren, besloot Mirte tot een nieuwe tactiek: iedereen accepteren. Met haar psycholoog probeert ze de laatste jaren de communicatie tussen de delen te verbeteren. „Hij zegt: je moet ze juist uitnodigen. Hoe harder je zegt dat ze er niet mogen zijn, hoe harder ze schreeuwen om gehoord te worden.”

Het ultieme doel van DIS-therapie, integratie van de persoonlijkheden, ziet ze niet gebeuren. „Dan moet ik mijn trauma’s verwerken en daar heb ik er te veel van. Trouwens, wie moet er dan weg? Wie heeft er geen bestaansrecht? Die keuze is niet te maken.”

Ze kan het gezelschap gebruiken. Ze voelt zich eenzaam. Ze werkt niet omdat ze volledig is afgekeurd, heeft geen contact met haar ouders en de enkele vriend die ze had is afgehaakt, zegt ze. „Ik zit vaak alleen thuis, en kan niet zomaar ergens heen. Ik raak snel overprikkeld als ik buiten kom.” Alles wat ze ziet, wat ze ruikt, wat ze hoort: het komt meervoudig binnen. „Als we in de stad langs een worstenkraam lopen, vindt de een het lekker ruiken en de ander walgt.” Het strand is de enige plek buitenshuis waar ze graag heengaat. „Het geluid van de golven is rustgevend en overstemt wat er in mijn hoofd gebeurt.”

Hoewel ze leven als „overleven” ziet, prijst ze zichzelf gelukkig. Ze beheert een online-praatgroep voor lotgenoten en weet daardoor dat het uitzonderlijk is dat iemand met DIS een gezin heeft. Haar gezin betekent „alles” voor haar, ook al beschouwen sommige ‘binnenmensen’ zichzelf niet als moeder of partner, zegt ze. Haar twee dochters, tieners inmiddels, zijn aan de situatie gewend. „Zij spreken ons met ‘jullie’ aan.” En Ingrid zegt: „Ik ben getrouwd met Mirte, niet met de andere persoonlijkheden. Maar ik accepteer iedereen.”