Schaatser Thomas Krol leerde voor zichzelf op te komen

Schaatsen Thomas Krol (26) werd op de 1.500 meter voor het eerst wereldkampioen. Bij de ploeg van coach Jac Orie is hij harder geworden.

Thomas Krol is wereldkampioen op de 1.500 meter.
Thomas Krol is wereldkampioen op de 1.500 meter. Foto Matthias Schrader/AP

De Max Aicher Arena is zondagochtend vroeg vrijwel leeg als Thomas Krol net voordat hij de tunnel naar het ijs induikt een plastic bakje krijgt van zijn vader. „Hoe moet ik dat nou meenemen?”, vraagt de 26-jarige schaatser uit de Jumbo-Visma ploeg. Maar de twee appelpunten van zijn moeder kan hij niet afslaan. Geweldig temporondje rijdt hij in de training. En dan mag het. „We hebben ze lekker opgegeten”, zegt hij aan het eind van de middag met een brede glimlach, als wereldkampioen op de 1.500 meter, zijn allereerste grote titel.

In 2012 ziet niemand de zilveren medaillewinnaar van het WK junioren staan. Als student Aviation Studies traint hij op eigen kosten mee met Jong Oranje. Coach Gerard van Velde haalt hem bij zijn sprintploeg. Er volgen ereplaatsen, zoals brons bij de WK afstanden in 2016. Maar vooral is hij de ideale ploeggenoot, die in trainingen onbaatzuchtig kopwerk doet. Bij het kwalificatietoernooi in 2018 geeft Krol zelfs een olympisch ticket op de 1.000 meter op ten faveure van zijn maatje Kai Verbij. Is hij niet te sociaal voor topsport?

Dan stapt Krol, die na zijn schaatsloopbaan piloot wil worden, in de zomer over naar de ploeg van coach Jac Orie. Andere wereld, met Sven Kramer en Kjeld Nuis. „Meer alfa-mannetjes”, had hij al gauw door. ‘Lange’, zoals Orie hem noemt, krijgt harde opmerkingen. „Het ging er niet altijd liefjes aan toe.” Tot hij „een grote bek” teruggeeft. De les? „Ik moest meer voor mezelf opkomen, harder worden qua persoonlijkheid.”

Thomas Krol op de WK afstanden in Inzell. Foto Soenar Chamid/ANP

Ook fysiek gaat zijn niveau omhoog ten opzichte van de jaren bij Van Velde. „Daar deden we genoeg, maar qua inhoud werd ik te weinig uitgedaagd.” Dan Jumbo-Visma. Gesloopt was hij na drie uur ‘boren’ op de fiets. Geen gemiddeldes van 30 maar 37 kilometer per uur. „Aansteller”, roepen ze als hij niet lang genoeg op kop komt. Zijn fietstesten zijn goed. Zijn volgende bijnaam: ‘mister fietstest’.

Thema’s van Orie

Op het ijs traint hij niet alleen met sprinters Nuis en Otterspeer maar ook met allrounders Kramer en Roest. De specifieke schema’s van Orie doen de rest. In Heerenveen wint Krol in december op de 1.500 meter voor het eerst een wereldbekerwedstrijd. Bij de WK afstanden in Inzell springt hij zaterdag Verbij in de armen als zijn beste vriend goud wint. Zelf heeft hij zilver. Maar tevreden is hij dit keer niet.

Tegenstander Denis Joeskov komt er zondag niet aan te pas op de 1.500 meter. Na een ‘sprintersrondje’ van 24,9 heeft hij genoeg inhoud om in een baanrecord van 1.42,58 de Noor Sverre Lunde Pedersen (1.43,16) naar de tweede plaats te verwijzen. Voor het eerst is Krol wereldkampioen.

„Een dikke knuffel”, is er voor Verbij langs de kant. „Hij moest ook een beetje huilen”, zag Krol. „Thomas heeft bij iedereen de gun-factor”, reageert Verbij later.

Veranderen zal de wereldtitel hem niet, denkt Krol. „Ik ben niet zo iemand die nu hard van de daken gaat schreeuwen dat ik de beste ben.” Meer respect bij zijn ploeggenoten? „Nou, die zullen wel zeggen dat ik nu langer op kop moet rijden.”