Tienduizenden Spanjaarden protesteerden zondag in Madrid tegen de regering van president Sánchez, die zij een slappe houding verwijten ten aanzien van Catalonië.

Foto Oscar del Pozo/ AFP)

‘Lang voorarrest Catalaanse separatisten was niet nodig’

Baltasar Garzón Dinsdag begint het langverwachte proces tegen Catalaanse separatisten. Baltasar Garzón, de bekendste ex-rechter van Spanje, is „verbijsterd” over de aanklachten.

Baltasar Garzón Real (63) mag dan door het Hooggerechtshof voor jaren uit zijn ambt zijn gezet, dat betekent niet dat Spanjes bekendste jurist monddood is gemaakt. Morgen, dinsdag 12 februari, begint het proces in Madrid, en Garzón is daar zeer kritisch over. „De juridische procedure had nooit zo gevoerd mogen worden. De gevangenen hadden hun zaak in vrijheid moeten kunnen afwachten.”

Lees ook: het proces tegen de Catalaanse separatisten is een test voor de Spaanse rechtsstaat

Onderzoekersrechter Pablo Llarena liet negen independentistas langdurig in voorarrest opsluiten. Samen met drie andere Catalanen staan ze terecht in een zaak die naar schatting drie maanden zal duren. De openbare aanklager heeft straffen van 7 tot 25 jaar geëist. Garzón zegt op voorhand: „Ik zie geen wettelijke grond om zulke forse straffen op te leggen.” Het baart de rechter zorgen dat het Catalaanse conflict zo is geëscaleerd. „Door een totaal gebrek aan dialoog is het tot een scheuring gekomen tussen Madrid en Barcelona. Dat is bovenal een politiek probleem.”

Garzón zit nu noodgedwongen in de rol van kritische buitenstaander. In het verleden was de jurist uit Andalusië juist vaak een hoofdrolspeler in geruchtmakende nationale en internationale juridische kwesties. Hij was het die in 1998 de Chileense dictator Augusto Pinochet aanklaagde wegens mensenrechtenschendingen, waarna diens arrestatie in Londen volgde. Hij trad op tegen de daders van de terroristische aanslagen in Madrid in 2004, tegen drugsbaronnen uit de noordelijke regio Galicië en tegen doodseskaders van de Baskische afscheidingsbeweging ETA.

Het conflict rond Catalonië is volgens Garzón gejuridiseerd doordat geen van de partijen bereid was te zoeken naar een politieke oplossing: „De problemen in Catalonië zijn steeds groter geworden. Dat komt mede door omissies van de nationale regering. Die heeft nooit geluisterd. Aan de andere kant dienen de separatisten zich wel aan de grondwet te houden.”

De Catalaanse separatisten en de nationale regering in Madrid waren het oneens over de positie van Catalonië en beiden verhardden in hun standpunten. Dat mondde uit in een clash op 1 oktober 2017. Nadat voormalig regiopresident Carles Puigdemont talloze malen tevergeefs de dialoog over de toekomst van Catalonië had gezocht, zette hij een referendum over afscheiding door. De hele wereld zag vervolgens hoe de Spaanse politie hardhandig optrad tegen stemmende burgers. Madrid wees de stemming van de hand, maar Puigdemont gebruikte de uitslag (90 procent vóór, bij een opkomst van 42 procent) als mandaat van de kiezer om, op 27 oktober 2017, de republiek Catalonië uit te roepen.

De vreugde was van korte duur. ‘Madrid’ nam de macht over in een regio die tot op het bot verdeeld was. De separatisten werden juridisch aangepakt. Puigdemont vluchtte met vier ‘ministers’ naar het buitenland en ontliep zo vervolging, maar twaalf anderen staan nu voor het Hooggerechtshof in Madrid.

Lees over de opkomst van Vox: Rechtse macho’s bestrijden linkse verworvenheden

Ideologie van separatisten

Garzón hekelt de wijze waarop zijn voormalige collega-rechters het Catalaanse conflict juridisch proberen te beslechten. Hij is „verbijsterd” over de beschuldigingen van rebellie, opruiing en malversaties met gemeenschapsgeld die door verschillende aanklagers zijn gedaan. Evenmin is hij te spreken over het gesol met de gevangenen, van wie een negental eerst, al dan niet met onderbrekingen, in voorarrest in de buurt van Madrid werd gehouden. In de zomer werden zij overgeplaatst naar Catalonië, nu zijn ze voor het proces weer terug in de cel even buiten Madrid. Garzón: „Het is lastig te begrijpen waarom deze Catalanen zo lang vast moeten zitten. Door de juridische interventie wordt het conflict verscherpt. Zo raakt een politieke oplossing nog verder uit zicht.”

Catalaanse separatisten blijven voortdurend protesteren tegen de „gepolitiseerde rechtspraak”. Ze eisen vrijlating van de „politieke gevangenen” en terugkeer van de „ballingen”. Als tegenreactie hingen veel unionisten in Barcelona en in andere steden buiten Catalonië Spaanse vlaggen op. Er ontstond een nieuw nationalisme. De uiterst rechtse partij Vox mengt zich in het proces als ‘aanklager van het volk’, een rol die volgens de Spaanse wet mogelijk is, en eist celstraffen tot 74 jaar.

Het gaat Garzón te ver om van „politieke gevangenen” te spreken, maar hij vindt wel dat de ideologie van de separatisten een belangrijke rol speelt bij het proces. Staccato loopt hij de aanklacht langs. „Van rebellie met geweld is geen sprake: als je als rechter meer dan honderd pagina’s nodig hebt om dat uit te leggen, klopt er iets niet. Opruiing? Zie ik ook niet. Misbruik van publieke middelen? Dat zou onderzoek moeten aantonen. Maar daarvoor hoef je verdachten niet in voorarrest te plaatsen.”

Teskt loopt door onder de foto’s. De twaalf Catalaanse separatisten die dinsdag terechtstaan voor het Hooggerechtshof van Spanje:

Jordi Cuixart
Foto EPA
Santiago Vila
Foto EPA
Dolors Bassa
Foto EPA
Meritxell Borràs
Foto EPA
Carme Forcadell
Foto EPA
Carles Mundó
Foto EPA
Jordi Sànchez
Foto EPA
Raül Romeva
Foto EPA
Joaquim Forn
Foto EPA
Oriol Junqueras
Foto EPA
Jordi Turull
Foto EPA
Josep Rull
Foto EPA

Garzón schrok er in het verleden nooit voor terug de donkere kanten van de Spaanse politiek bloot te leggen. Het kostte hem in mei 2010 zijn baan. In de zogeheten Gürtel-affaire onderzocht hij destijds corrupte politici van de Partido Popular. Hij werd geschorst en later voor elf jaar uit zijn ambt gezet, omdat hij volgens collega-rechters illegaal gesprekken had laten afluisteren tussen verdachten en hun advocaten. Aanhangers van Garzón spraken van „een politieke veroordeling”. ‘Gürtel’ groeide alsnog uit tot de grootste corruptie-affaire rond de conservatieve Partido Popular en leidde op 1 juni 2018 zelfs tot het aftreden van premier Mariano Rajoy.

Fles champagne

Garzón, terugkijkend: „Ik heb geen fles champagne opengetrokken toen zijn regering viel. Dat neemt niet weg dat het een heel belangrijk moment was voor de Spaanse democratie. Eindelijk werd duidelijk dat de PP niet kon doorgaan met te doen alsof ze geen rol speelde in corruptiezaken. Hopelijk blijft die frisse wind onder de nieuwe premier Pedro Sánchez nog even waaien.”

Sánchez’ regering stelt dat het gerechtshof volledig onafhankelijk is en heeft iedere politieke bemoeienis met het proces resoluut van de hand gewezen. De premier leidt een minderheidsregering namens de Partido Socialista Obrero Español (PSOE), een oude liefde van Garzón.

In 1993, onder de toenmalige premier Felipe González, mocht Garzón als een soort staatssecretaris het landelijke drugsbeleid coördineren. Hij knapte al vrij snel af op de politieke mores binnen de PSOE. „Toen ik González vroeg of het wel verstandig was om in de campagne hard in te zetten op het bestrijden van de corruptie, zei hij lachend: ‘Dat hoeven we toch niet echt uit te voeren.’ Zo wilde ik geen politiek bedrijven. Als je iets belooft, dan moet je dat willen en kunnen waarmaken.”

Nu, 26 jaar later, is Garzón, zijn kuif inmiddels grijs, aan een nieuw politiek avontuur begonnen. Als leider van de nieuwe linkse partij Actua wil hij een alternatief bieden voor de PSOE. Volgens peilingen zal Actua geen factor van betekenis zijn bij komende lokale en Europese verkiezingen, maar de ambitieuze en ook wat ijdele Garzón rekent op zijn aanhangers. „Actua richt zich op kiezers die zich niet meer thuis voelen bij de gevestigde orde. Die klaar zijn met het oude Spanje van ‘God of de Duivel’ waar twee partijen de dienst uitmaakten. Die tijd is voorbij.”

Na zijn uitstapje in de politiek wil Garzón weer terugkeren als rechter. „Als ik maar kan blijven bijdragen aan de modernisering van de Spaanse democratie.”