De schaatssport is veranderd in de breedte

WK afstanden De Nederlandse schaatsers waren met vier individuele titels bij de WK afstanden niet zo dominant als op de Winterspelen vorig jaar.

Ireen Wüst is opnieuw wereldkampioen op de 1.500 meter.
Ireen Wüst is opnieuw wereldkampioen op de 1.500 meter. Foto Getty Images

Ze waren er zelf niet bij, maar langs de besneeuwde ijsbaan van Inzell gingen hun namen rond. Bij duizenden op de tribunes, bij coaches op het ijs. Er kwamen nu twee supertalenten aan die het Nederlandse schaatsen lang niet had gezien: Sven Kramer en Ireen Wüst. Sponsorploegen van Gerard Kemkers (TVM) en Ingrid Paul (Telfort) vochten om hun handtekening. De WK afstanden 2005, het seizoen erna zouden de ‘gouden twee’ beginnen aan een ongeëvenaarde heerschappij in alle ijspaleizen in de wereld. En de hele schaatssport liftte mee.

Veertien jaar later is Inzell allang overdekt, maar een van de sterren van het toernooi is nog steeds Ireen Wüst (32). Waar Kramer niet verder kwam dan brons op ‘zijn’ vijf kilometer, haalde Nederlands meest succesvolle olympiër ongenadig hard uit met goud op ‘haar’ 1.500 meter: 1.52,81, een verpulvering van haar eigen baanrecord. En dat nauwelijks vijf weken na het overlijden van hartsvriendin en oud-ploeggenote Paulien van Deutekom. Hoe Wüst deze winst inschaalde, tussen alles wat ze eerder won? „Bovenaan.” Haar gevoel? „Vreugde, trots en natuurlijk ook het gemis.”

Van de bodem bij het EK in Collabo naar de top in Inzell. Hoe dat werkt bij haar? „Vanochtend ging de knop om”, beschrijft trainer Peter Kolder. „Dan is ze zo scherp als een scheermes. Iedereen in haar buurt kan een sneer krijgen. Zo zet ze zichzelf gewoon klem.” Een cocon, noemt Wüst zelf haar wereld op zo’n moment. „Er gebeurt iets bij mij als het om het echie gaat.” Ouders, vriendin, ploeggenoten? „Leave me alone.” Alles of niets. En meestal alles.

Patrick Roest tijdens zijn laatste meters op de 10 kilometer in Inzell. Foto SOENAR CHAMID/ANP

Nieuwe topallrounders

Pas 23 jaar zijn Patrick Roest en Antoinette de Jong nu. De nieuwe topallrounders van het Nederlandse schaatsen, potentiële opvolgers van Kramer en Wüst. Maar wereldkampioen werden ze in de Max Aicher Arena van Inzell niet. „Je wilt gewoon een keer op die bovenste plaats staan”, treurde Europees kampioen De Jong na zilver op de drie kilometer. „Ik moet de tien kilometer nog wat vaker rijden”, verklaarde Roest die op de langste afstand net als op de vijf kilometer zilver won. Goede races, perspectief op meer. Maar een vergelijking met de toptalenten van toen, Kramer en Wüst, is niet reëel.

In het jaar 1 na Shani Davis, de Amerikaan die vorig seizoen op de Spelen afscheid nam maar nog altijd bovenaan staat op de wereldranglijst, veranderen de verhoudingen in het internationale schaatsen. Kramer (Europees kampioen) en Wüst, de enige olympische kampioen van vorig jaar die in Inzell de wereldtitel pakte, zijn nog niet klaar. Maar Nederland won ‘slechts’ vier van de tien individuele afstanden – op de Spelen waren dat er nog zeven. Van de sterrenploeg van Orie, vier keer goud op de Spelen, won nu alleen nieuweling Thomas Krol (1.500 meter). Intussen blijft het niveau stijgen, getuige de negen baanrecords en de prestatiedichtheid in de breedte.

Kai Verbij viert zijn gouden medaille op de 1.000 meter. Foto Christof STACHE/AFP

„Prachtige wedstrijden”, glunderde Jan Dijkema in de coulissen. De Nederlandse voorzitter van de internationale schaatsunie ISU zet vol in op de internationalisering van de sport. Met 22 deelnemende landen is schaatsen een ‘brede’ wintersport. Nederlandse coaches als Bart Schouten (Canada), Johan de Wit (Japan) en Kosta Poltavets (terug bij Rusland) verspreiden kennis die de Nederlandse schaatsers aan een voorsprong hielp. China probeerde afgelopen zomer vergeefs coach Orie over te halen tot samenwerking, en huurt nu Arie Koops, Rutger Tijssen en Bob de Jong in om het Nederlandse model in Beijing te kopiëren.

De Noor Sverre Lunde Pedersen won in Inzell de vijf kilometer in de snelste tijd ooit buiten de hooglandbanen van Calgary en Salt Lake City (6.07,16) en behaalde bovendien zilver op de 1.500 meter. Toeval was dat niet, volgens ploeggenoot Havard Bokko. De nieuwe Noorse coach Bjarne Rykkje, hiervoor acht jaar assistent van Orie, veranderde de Noorse programma’s rigoureus. „Sverre trainde altijd 1.200 uur per jaar”, vertelde Bokko. „Nu is dat hooguit nog acht- of negenhonderd uur. We trainen minder omvangrijk maar met veel meer intensiteit. Dat pakt voor Sverre heel goed uit.”

Irene Schouten pakt de wereldtitel op de massastart tijdens de WK afstanden in Inzell. Foto SOENAR CHAMID/ANP

Noorse en Nederlandse fans zorgen avonden lang voor nostalgie in het gemoedelijke schaatsdorp Inzell. Als in de tijden van Ard & Keessie en Dag Fornaess. Op de tribune oud-cracks, van Ben van de Burg tot Oystein Grodum en van Gunda Niemann tot Colin Coates, die mijmeren dat het zonder dak over het ijs allemaal veel mooier was. Zoals met de sneeuwbuien van 2005, de laatste WK afstanden in de open lucht. Maar de schaatssport verandert.

De teamsprint stond in Inzell voor het eerst op het WK-programma, na de ploegachtervolging en de massastart het derde teamonderdeel. „Flauwekulonderdelen”, vond Jillert Anema na de winst van zijn pupil Bergsma op de tien kilometer. De Friese coach ziet schaatsen als een tijdrit-sport van man tegen man. „Maar dat gaat verdwijnen”, vreest hij. Dus koestert Anema zondag de gouden medaille van zijn pupil Irene Schouten op de massastart, het vierde Nederlandse goud op de teamonderdelen. Maar of de sport verandert in de juiste richting? Anema: „Het zat hier nu niet vol en tien jaar geleden wel.”