Opinie

Bij zwaar werk hoort een eerlijk pensioen

Op drie manieren kunnen we ervoor zorgen dat ook mensen met een zwaar beroep gezond hun pensioen halen, zegt . „Deins niet terug voor deze lastige opdracht”.

Het goede nieuws is: de levensverwachting steeg sinds 1990 van 80,1 tot 83,3 jaar voor vrouwen en van 73,8 tot 80,1 jaar voor mannen, en loopt verder op. Ook de gezonde levensverwachting – het gemiddelde aantal jaren dat Nederlanders bij hun geboorte mogen verwachten door te brengen in een als goed ervaren gezondheid – nam toe: voor vrouwen van 61,5 tot 63,6 jaar en voor mannen van 59,7 tot 65,4 jaar.

Het slechte nieuws is: de sociale ongelijkheid in gezondheid bleef gelijk. De levensverwachting en de gezonde levensverwachting voor mensen met een hbo- of wetenschappelijke opleiding bleef steevast zo’n 6 en 15 jaar (!) hoger liggen dan voor mensen met alleen basisonderwijs of met een meer praktisch gerichte opleiding (denk aan vmbo of mbo-1).

Voor deze laatste groep bedraagt de gezonde levensverwachting nu 57 jaar. Dat is nog altijd zo’n 10 jaar lager dan de bestaande AOW-grens die bovendien in de toekomst verder oploopt. Mensen met een hbo- of wo-opleiding zitten met 72 jaar ruim boven die grens.

Het is een groot contrast: de ene groep, die ook nog eens veel minder verdient en relatief vaak zwaar werk verricht, haalt de AOW-grens in de regel niet gezond terwijl de andere groep die grens meestal ruim haalt, in goede gezondheid. De middelbaar opgeleide groep ten slotte, heeft een gezonde levensverwachting van iets meer dan 65 jaar, vlakbij de AOW-grens.

Sparen is lastig met een laag inkomen

Daarbij kunnen mensen met een laag inkomen doorgaans nauwelijks een financiële buffer opbouwen om de gevolgen van voortijdige uitval op te vangen. Juist deze mensen hebben tientallen jaren cruciale arbeid verricht: in de bouw, het transport, het onderhouden van ons leefmilieu en de maakindustrie. Geenszins minder cruciaal dan hoger betaalde, niet per se zwaardere functies.

Bovendien beginnen zij veel eerder te werken – en betalen ze daardoor ook eerder belasting en premies. Maatschappelijke waardering is dan ook op zijn plaats, plus een reële kans op een gezonde start van het pensioen.

Natuurlijk, betere preventie moet de gezondheidsverschillen verminderen. Maar zoals ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar onderstreepte: die verschillen zijn hardnekkig. Bovendien móet belangrijk zwaar werk gedaan worden. Zeker, op termijn kan de voortschrijdende techniek die fysiek zware arbeid deels vervangen, maar daar zijn de huidige werkers niet mee geholpen. Ten slotte gaat veel zwaar werk gepaard met een verhoogd risico op blootstelling aan gevaarlijke stoffen én, nog altijd, onvoldoende bescherming daartegen. Denk aan de kankerverwekkende roestwerende stof chroom-6.

Lees ook hoe het in België gaat: Wat is zwaar werk en wat niet?

Dit alles leidt tot één conclusie : wij moeten de gevolgen van de bestaande sociale ongelijkheid in gezondheid opvangen. Daarvoor moeten we pensioenen-op-maat mogelijk maken. Hoe kunnen we dat doen?

Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat mensen met een minder gunstige (gezonde) levensverwachting eerder hun AOW kunnen opnemen en sneller het bij hun functie passend pensioen kunnen opbouwen. Een onafhankelijke commissie, ondergebracht bij de Sociaal- Economische Raad (SER), zou de beroepen kunnen aanwijzen die hiervoor in aanmerking komen.

Ten tweede moeten mensen met zwaar werk tijdig kunnen overstappen naar minder zwaar werk, dat zoveel mogelijk aansluit bij hun ambities en mogelijkheden.

Ten derde moet er een regelmatige individuele beoordeling plaatsvinden, die is gekoppeld aan het Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO). Zijn er, als het gaat om de zwaarte van iemands werk en zijn gezondheid, redenen om af te wijken van de voorgestelde AOW-leeftijd? Moeten we in dergelijke gevallen sneller inzetten op passend, minder zwaar werk? Dat is geen gemakkelijke beoordeling voor arbo- en UWV-experts – maar ze doet er wel toe, niet alleen voor de betrokkene, ook voor de samenleving. Die beoordeling kan worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek dat in essentie niet verschilt van medisch-prognostisch onderzoek.

Het kost geld, maar levert meer op

De onderhandelingen over een nieuw pensioenakkoord mogen dan zijn vastgelopen, werkgevers en overheid moeten ervoor zorgen dat werkenden, onafhankelijk van beroep en inkomen, zo gezond mogelijk hun pensioen halen. Dat zij een zo gezond mogelijke start maken met de tijd die ná de pensionering volgt. Dat vraagt extra inspanningen voor de groep die op achterstand staat. Dat kost geld. Maar het is tegelijkertijd een investering die gericht is op brede maatschappelijke winst: meer sociale rechtvaardigheid, meer welzijn, minder voortijdige uitval en ook meer sociale participatie na de pensionering.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.