Krijgt Vucic de Servische protestgeest terug in de fles?

Protest Servië In Servië wordt al weken geprotesteerd tegen president Vucic. De demonstranten zijn hoopvol, maar voorlopig zit Vucic nog stevig in het zadel.

Jelena Anasonovic, een van de organisatoren van de aanhoudende protesten in Belgrado, tijdens een demonstratie in december 2018
Jelena Anasonovic, een van de organisatoren van de aanhoudende protesten in Belgrado, tijdens een demonstratie in december 2018 Foto Oliver Bunic/AFP

De schrik van de Servische president is een kleine studente met een grote bos rode krullen en een roze muts op. Sinds begin december organiseert zij elke zaterdagavond een demonstratie in Belgrado, die de laatste weken min of meer spontaan navolging heeft gekregen in zo’n veertig andere Servische dorpen en steden. Zaterdag stroomden voor de tiende zaterdag op rij ongeveer tienduizend demonstranten toe in het centrum van Belgrado.

Vanaf een geïmproviseerd podium achterop een vrachtwagen spreekt de 24-jarige Jelena Anasonovic de mensenmassa toe over „dief” en „leugenaar” president Aleksandar Vucic. Ze eist mediavrijheid, het einde van geweld tegen politieke tegenstanders en een oplossing voor de status van de afgesplitste provincie Kosovo. Maar het aftreden van Vucic is het ultieme doel. „Ze kunnen ons terroriseren, bedreigen en chanteren, maar wij geven niet op”, roept Anasonovic wanneer de stoet eindigt nabij het presidentieel paleis.

De demonstranten zijn veelal studenten en jongeren die het regime van Slobodan Milosevic en de oorlogen op de Balkan niet bewust hebben meegemaakt, maar ook oudere dames in bontjassen en mannen met gegroefde gezichten en Servische vlaggen. Ze zijn joelend, fluitend en op pannen slaand voorbij de staatsomroep RTS gemarcheerd. Landelijke media laten zich niet zien, maar tientallen kleine camera’s en telefoons filmen Anasonovic’ toespraak en verspreiden deze op sociale media.

Demonstranten hingen zaterdag een protestdoek met de tekst 'Het is begonnen' voor het gebouw van de staatstelevisie in Belgrado.

Constant klimaat van angst

Aleksandar Vucic maakt sinds 2014 de dienst uit in Servië, eerst als premier en sinds bijna twee jaar als president. Sindsdien is zijn greep op het land allengs beklemmender geworden. In een vorige week verschenen rapport van de denktank Freedom House staat Servië vierde op de lijst van landen waar burgerlijke vrijheden in het afgelopen jaar het hardst achteruit zijn gegaan, na Nicaragua, Tanzania en Venezuela. De onderzoekers spreken van „aanhoudende pogingen om onafhankelijke journalistiek te ondermijnen met juridische intimidatie en lastercampagnes”. En de president eigent zich „uitvoerende macht toe die in strijd is met zijn grondwettelijke rol”.

Volgens Jelena Anasonovic „creëren Vucic en zijn partij een constant klimaat van angst waarin alle kritiek is gesmoord”, vertelt zij zaterdag voorafgaand aan de demonstratie in een hippe koffiebar. Op haar telefoon komen elke minuut berichten binnen over de plannen voor vanavond.

Drie incidenten van geweld en wetteloosheid maakten dat zij eind vorig jaar iedereen die ze kende van eerdere protesten bijeenriep om de straat op te gaan. Vucic zou de man beschermen die ervan verdacht wordt een jaar geleden opdracht te hebben gegeven tot de moord op een Servisch-Kosovaarse politicus. Een lokale journalist die corruptie onderzocht was beschoten en zijn huis was in brand gestoken. En eind november werd de oppositiepoliticus Borko Stefanovic op een bijeenkomst in het zuidelijke Krusevac met boksbeugel bewusteloos geslagen.

De oppositiepoliticus laat zaterdag de zeven hechtingen op zijn achterhoofd zien die herinneren aan het incident, waarbij drie mannen met zwarte capuchons hem knock-out sloegen voorafgaand aan een politieke bijeenkomst. „Ik geloof niet dat Vucic zelf opdracht heeft gegeven om mij in elkaar te slaan, maar door zijn bewind is het voor plaatselijke medestanders normaal geworden om tegenstanders op deze manier het zwijgen op te leggen.”

Het bebloede blauwe shirt dat hij die dag droeg werd het symbool van het eerste protest. Toen Vucic zei dat hij geen van de eisen van de demonstranten zou inwilligen „zelfs niet als er vijf miljoen zijn”, doopte Jelena Anasonovic de beweging tot ‘Eén van vijf miljoen’.

Geen internationale druk

Sommige demonstranten zijn optimistisch dat ze Vucic uiteindelijk tot aftreden kunnen dwingen, net zoals ze dat in 2000 deden met Slobodan Milosevic. Tatiana Brokic („zeventig plus”) was er toen dagenlang bij en gaat nu weer elke week met haar man de straat op in het tot nu toe milde winterweer van Belgrado. „Net als toen moet eerst de president weg, de bron van alle kwaad, voordat we het land structureel kunnen verbeteren”, zegt zij.

Maar een groot verschil is dat Vucic volgens peilingen nog steeds de steun heeft van de meerderheid van de bevolking. En dat hij in de rest van de wereld niet gehaat wordt, zoals de voormalige dictator. Er lijkt geen internationale druk op hem om te vertrekken.

Onafhankelijk Kosovo

Op dit moment onderhandelt de president met de regering in Kosovo over mogelijke erkenning van de onafhankelijkheid die de provincie in 2008 uitriep. EU-buitenlandchef Federica Mogherini, Vladimir Poetin en Donald Trump bemoeien zich actief met dat proces. Voor de internationale gemeenschap is vrede en stabiliteit op de Balkan belangrijker dan de ontwikkeling van vrije pers en bloeiende rechtsstaat en democratie. „De EU heeft op dit moment grotere problemen dan Servië”, zegt Dobrica Veselinovic (37), die met een halve literblik bier in de hand middenin de demonstratie loopt. Net als veel anderen heeft hij niet veel hoop dat deze protesten het land werkelijk zullen veranderen. „We zijn het er hier allemaal over eens waar we tegen zijn, maar waar zijn we vóór? Zolang we alleen de politici vervangen en niet de onderliggende problemen, zien veel mensen geen perspectief in Servië.” Het gebrek aan werk en het gebrek aan vooruitgang in het proces om toe te treden tot de Europese Unie maken volgens hem dat veel van zijn vrienden het land verlaten, op zoek naar „een makkelijker toekomst”. De ouderen die overblijven zijn meer geneigd om Vucic te steunen.

De initiatiefnemers zien evenwel twee belangrijke ontwikkelingen die de toekomst van het land kunnen bepalen. „Deze protesten van burgerlijke woede en een gevoel van revolutie hebben voor het eerst de verkruimelde oppositie van links tot rechts verenigd”, zegt Borko Stefanovic, die tijdens de demonstraties optrekt met voormalige politieke rivalen. En volgens Jelena Anasonovic krijgt Vucic de geest niet meer in de fles. „In het hele land durven elk weekend tienduizenden mensen de straat op. De angst die ons verlamde is definitief verdwenen.”

    • Emilie van Outeren