Kai Verbij is de frustratie voorbij

WK Afstanden Kai Verbij won bij de WK afstanden de 1.000 meter, voor Thomas Krol en Kjeld Nuis. „Dit was wel een 9, zeker.”

Kai Verbij na zijn winst op de 1.000 meter
Kai Verbij na zijn winst op de 1.000 meter Foto Christof Stache/AFP

De sprong in elkaars armen met nummer twee, concurrent en een van zijn beste vrienden Thomas Krol. Zijn geroerde blik bij het Wilhelmus, knipperend met het rechteroog. „Ik kom soms een beetje emotieloos over”, sprak Kai Verbij met de gouden medaille op de duizend meter om de nek. Maar nu was alles anders. „Dit is mijn derde WK afstanden en voor het eerst heb ik het idee dat ik heb laten zien wat ik kan. Dan heb je die ontlading.”

Natuurlijk, een paar weken geleden werd de 24-jarige zoon van een Nederlandse vader en een Japanse moeder in Collalbo al Europees kampioen sprint. Maar na afloop ging het vooral over het wangedrag van de gediskwalificeerde Kjeld Nuis. Dat Verbij een week geleden ook al de duizend meter won bij de wereldbeker in Hamar, ging vrijwel onopgemerkt voorbij. Maar in Inzell was hij op het hoogste podium de beste van allemaal, op een duizend meter die door zijn coach Gerard van Velde als ‘next level’ werd gekwalificeerd. Een baanrecord in 1.07,33, ruim voor nummer twee Krol (1.07,67) en Nuis (1.07,81). „Het niveau is ontzettend hoog”, concludeerde Verbij. Des te mooier om dan te winnen.

Diamantje

Eigenlijk is Verbij al een geboren winnaar sinds de jongste jeugd. „Een diamantje”, noemde zijn toenmalige coach Erik Bouwman de frêle B-junior in Jong Oranje. Toen Verbij daar moest visualiseren wat zijn doelen waren, aarzelde hij geen moment en ging met de armen wijd staan. Wat hij daarmee bedoelde? Hij stond op de hoogste tree van het podium, met zijn armen om de nummers twee en drie. En zo ging het ook, steeds vaker. Bij de WK junioren, NK sprint, wereldbeker, EK sprint en zelfs WK sprint (2017). Maar tevreden was hij niet.

Olympische Spelen

Er was al die jaren slechts één podium dat echt telde: dat van de Spelen in Gangneung. Maar uitgerekend in de aanloop ging het mis. Bij de olympische kwalificatiewedstrijden liep hij een liesblessure op waardoor hij in de aanloop naar de Spelen zes weken geen wedstrijden kon rijden. In Gangneung moest hij genoegen nemen met een negende (500) en zesde (1.000) plaats. Het was een harde les, stelt Verbij in Inzell. „De Spelen waren toch wel een lichte obsessie voor me. In december is het dan ineens klaar. Je werkt vier jaar naar een toernooi en het kan zomaar weg zijn. Ik heb spijt dat ik de titels die ik daarvoor heb gewonnen niet heel erg serieus nam.”

Frustrerend

Op een mislukt olympisch seizoen volgde een rommelige zomer zonder sponsor. Van de geboren winnaar lijkt in het eerste deel van het seizoen nog weinig over. „Het is niet dat ik geen zelfvertrouwen heb, of dat ik het verloren heb. Maar het is soms frustrerend als je ziet hoe sterk sommige rijders om je heen zijn. Ik doe de 500 en 1.000 meter, daar zitten kanonnen tussen hoor, echt monsters.”

Hij bokst maandenlang vergeefs tegen de overmacht van Jumbo-Visma van Nuis en sinds dit seizoen ook Krol, die de overstap maakte van Van Velde naar de ploeg van Jac Orie. „Dat was wel een lichte frustratie in mij dat ik vaak van ze verloor”, gaf Verbij toe. „Kjeld is een enorm sterke rijder, Thomas is ook sterk dit jaar. Ik wil gewoon niet te vaak van ze verliezen. Ik wil van ze winnen.”

Met Reggeborgh als nieuwe sponsor komt er weer lijn in de programma’s van coach Van Velde. Maar winnen van Nuis en Krol? „Ik merk gewoon dat ik scherp moet blijven trainen”, zegt Verbij. „Ik kan niet nonchalant trainen en ze verslaan. Af en toe kan ik ze hebben. Maar ik weet van mezelf: met een 8 kan ik niet hebben, ik moet echt een 9 of beter rijden.” Zijn winnende race in Inzell? „Dit was wel een 9, zeker. Maar dat lukt niet altijd. En dat maakt je lichtjes onzeker.”

Was zijn wereldtitel in Inzell, waar hij eerder al goud haalde op de teamsprint, ook een persoonlijke afrekening met Nuis? De olympisch kampioen had op de eerste dag van het EK sprint in Collalbo geroepen dat hij zonder diskwalificatie zou hebben gewonnen. Verbij vluchtte de tweede dag naar de Noorse kleedkamer omdat hij Nuis zat zou zijn. „Dat is allemaal zo groot gemaakt”, zwakt Verbij nu af. „Het enige dat ik heb gezegd was dat ik zenuwachtig van Kjeld was omdat hij zo stil was. Dat was een scherp contrast met de dag ervoor, toen hij zo’n grote bek had. Ik werd er een beetje naar van, daarom ben ik weggegaan. Maar Kjeld heeft niet bewust iets gedaan naar mij toe.”

Na de indrukwekkende machtsgreep van Verbij in Inzell reageerde Nuis teleurgesteld maar met respect. „Hij heeft nu wel zijn verlies geaccepteerd”, sprak Verbij. Geen twijfel wie de beste was. „Ik ben in ieder geval blij dat ik een tijd heb gereden die hij ook nog niet eerder heeft gereden.”

    • Maarten Scholten